“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression Years – 6

Alle ballen op Peter, en wat gebeurt er in Rotterdam?

Tot dusver was ik slechts een toeschouwer, klaarblijkelijk wordt er nu iets intelligents van mij verwacht! Het grappige is dat ik dit altijd al heb willen zeggen; “weet je, vroeger waren er goede plannen maar konden de plannenmakers dat niet vertalen in een goed businessplan. Tegenwoordig is dat precies andersom, en je moet verdomd goed opletten om tussen alle slimme marketingpraat en winstgevende spread sheets door nog het plan te herkennen.”

Dat hakte er in, en ik vervolg; ”ik vind dit idee goed, het businessplan is lang niet zo slecht als besproken, maar wel slordig en zeker voor verbetering vatbaar.”

Niet dat er applaus volgde, maar ik hoorde als het ware instemmend gemompel; behalve bij Van Mackelenberg. Gary ontspant een beetje en omdat ik hem niet aanval, word ik automatisch zijn beste vriend.

Gary en Peter: vrienden voor het leven?

Eckart blikt tevreden de tafel rond en last een pauze in terwijl ik aanstalten maak om de bijeenkomst te verlaten en me op weg te begeven naar Rotterdam. Eckart loopt met me mee en vraagt of ik die avond het diner wil bijwonen, en tevens of ik de nacht wil overblijven zodat morgen nog wat tijd besteed kan worden aan het businessplan.

Aangezien ik m’n toilettas en schoon ondergoed voor de nacht reeds gepakt heb, leg ik Eckart uit, hoef ik alleen m’n zoon ‘maar’ af te zeggen. Dat beschouwt Eckart als iets vanzelfsprekend. Welcome to Eck’s world!

Mama

De rit naar Rotterdam kan ik wel dromen. Het mooiste deel vind ik wanneer je vlak voor de Van Brienenoordbrug de Maasboulevard opdraait. Wat een prachtige sky line. Rotterdam heeft zich daadwerkelijk van een lelijk eendje tot zwaan getransformeerd. Ik heb nog mid vijftiger jaren gevoetbald op de puinhopen die de Duitsers achterlieten in het gebombardeerde hart van Rotterdam, waar nu de Lijnbaan is. En vlotje gevaren met jeugdvriend Aat de Boon in de onderwater gelopen kelders van het in aanbouw zijnde Dijkzigt ziekenhuis. Nog een Godswonderplus dat ik uit m’n jeugd ben gekomen met ‘slechts’ een gebroken pols en hier en daar wat littekens. Hoewel, toen ik 5 was liep ik de besmettelijke ziekte difterie op. Ik overleefde het, mijn 3-jarige zusje Mieke overleed eraan.

Mieke: een eeuwig litteken op de ziel van mijn moeder

Het appartement waar mijn moeder woont ligt aan de Wijnkade. Ze werden eind zeventiger jaren gebouwd ter vervanging van oude, lelijke pakhuizen. Met mijn stiefvader, die 6 augustus vorig jaar overleed, terwijl wij op vakantie in Malta waren, heeft ze daar zo’n twintig jaar gelukkig gewoond. Ook mijn moeder is behoorlijk fysiek aan het kwakkelen. Echter, ofschoon ze 85 jaar werd afgelopen januari, is ze geestelijk meer dan behoorlijk bij.

Ze maakt van mijn bezoek altijd een mini feest; blokjes kaas al gesneden, whiskietje ingeschonken en een geldersch worstje achter de hand voor de zekerheid. Hans van Hemert, onder andere bekend als producer van Mouth & McNeal en Luv’, vroeg mij een aantal jaren geleden om de tekst te schrijven voor de groep Vulcano, met als thema moeder (dag).

Opname met De Aal links en Hans van Hemert rechts van mij.

Hans houdt van thema’s, bijna al zijn groepen zijn als zodanig samengesteld. Maar ja, als je, zoals Hans, van de royalties kunt leven, dan doe je het goed.

Onmiddellijk moest ik aan mijn moeder denken toen ik ergens (op vakantie) in een bar de zon ontvluchtte; het refrein vloeide uit mijn pen:

“Lieve, lieve mamama, lieve mamama, met je kreukeltjes gezicht, lieve, lieve mamama, lieve mamama, vele lijntjes, één bericht, m’n whisky glijdt naar binnen, ik bedaar, als ik dalijk thuiskom, bezoek ik haar, lieve, lieve mamama, lieve mamama, het wordt weer gezellig aan de bar”

Helaas hield Vulcano kort daarop te bestaan, hetgeen hopelijk niets van doen had met mijn tekst. En, ook dat nog, m’n moeder was niet echt tevreden over dat ‘kreukeltjesgezicht’!

Mijn moeder zoemt de buitendeur open en staat al bij de ingang van haar appartement te wachten. God, wat is ze klein geworden, en mager, rilt het door me heen. “Ha die moeke,” luidt mijn standaard tekst. “Dag jongen, kom maar gauw binnen, daar brandt de kachel.” Zodra ik zit, komen de lekkernijen een voor een op tafel. Zelf neemt ze een jonge jenever van een wit merk.

Even valt er een stilte en dan beginnen we tegelijk te praten. Lachend kijken we elkaar aan en dan zegt ze, “weet je nog dat pa altijd zei dat de dood een reden moest hebben?” “Ja ma, omdat hij altijd zware van de weduwe rookte, meende hij in ieder geval zijn eigen reden te hebben gecreëerd.” Ze haalt haar schouders op ten teken dat ze echt iets op haar lever heeft.“Weet je,” begon ze, “weet je, wil je me beloven dat als ik iets van kanker heb of zo, dat je me niet toestaat om zo’n chemo kuur te ondergaan.” Beiden wisten we hoe vorig jaar de chemokuur mijn stiefvader’s leven wellicht met enkele maanden verlengd had, maar de kwaliteit verkort. Zijn biertje, zijn lust en leven, was volgens hem door ons aangelengd, achter zijn rug om. Omdat hij hardhorend was, bestempelde hij alles dat voor hem onverstaanbaar was, als een vorm van roddel, met hem in de hoofdrol. Mijn moeder had het er, mede gezien haar gevorderde leeftijd, knap lastig mee.

Ongemakkelijk tuur ik in mijn cognac kleurige whisky; ik ben niet goed in praatjes over de dood, ondanks dat ik er al veel te veel mee geconfronteerd ben geweest. Ik schraap mijn keel, “ma, je wordt vast honderd, ik beloof echt mijn poot stijf te houden als je erom vraagt. Mijn beurt om wat in te schenken.” In de eikenhouten keuken neem ik me voor om haar een light versie te vertellen van hetgeen op dit moment gaande is. Het Arcade verhaal had haar reeds geschokt. Mijn moeder lijdt aan het grote enveloppen syndroom, zoals ik dat noem; voor haar zijn grote, of blauwe, enveloppen het teken van naderend onheil. Soms moet ik ze openmaken, om haar dan geruststellend voor te lezen dat het om een geringe verhoging van de onroerend goed belasting gaat, of iets dergelijks.

Terug gekomen doe ik haar verslag van de ontwikkelingen, waarna ze zegt dat pa en zij de mening waren toegedaan dat ik altijd op mijn pootjes terecht zou komen. “Goed om te weten, ma,” zeg ik, om vervolgens op haar een toast uit te brengen, waarbij haar felle grijze, opmerkelijk sprankelende ogen goedkeuring uitstralen. Nadat we de familie doorgenomen hebben, besluit ik op te stappen omdat het me toch wel weer een uurtje kost, op dat tijdstip, om rond zeven uur terug te zijn bij Eckart en consorten. Na een innige omhelzing en nog wat nazwaaien op het balcon, verdwijn ik om de hoek, opgelucht dat het beter ging dan verwacht, alhoewel ik weet hoe goed mijn moeder toneel kan spelen.

Volgende week: het bijzondere diner bij Eckart en spreadsheet reparatie in een gewelf van Kasteel Moersbergen.

Leave a Reply