“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression Years – 32

Geeft Eckart het ‘okay’ voor de $100.000 ten behoeve van The Plant? CIC gaat in twee shifts werken om de verbouwing te versnellen. Een eerste bedrijf meldt zich aan om overgenomen te worden. Een bekende uit Duitsland. De eerste student officieel aangemeld.

Zondag 11 oktober 1998: heerlijk om in alle rust met muziek van Chicago op de achtergrond -één van m’n Arcade CD’s- de weekly update te maken. Het voelt goed om te melden dat John Storyk het behaagd heeft om de definitieve tekeningen aan te leveren voor de bouw van de studio’s. Zo voelt het wel aan bij deze zich als coryfee gedragend figuur. De tekeningen kunnen nu getoetst worden aan de plaatselijke verordeningen. Tja, het opzetten van een onderneming als Ex’pression bestaat niet alleen uit ‘glitter & glamour’! Met een beetje geluk kunnen we binnen twee weken met de bouw starten. Gisteren hebben we in San Jose met een stand deelgenomen aan het door Microsoft gesponsorde evenement ‘Silicon Planet ban aids’, hetgeen met de door ons ingehuurde krachten in oranje jumpsuits een groot succes werd. Ook werd ons een samenwerkingsverband aangeboden door het California Recording Institute, dat Ex’pression eerder al gebrandmerkt had als de aanstormende Godzilla van de onderwijs industrie. Daarna nog een hapje gegeten met Gary en Debbie Platt, die ik daarvoor opgehaald had in Walnut Creek. Gary werd na een paar drankjes nogal vrijpostig, hetgeen zijn vrouw zichtbaar ergerde. Het is me duidelijk, na zo’n zes maanden met hem gewerkt te hebben, dat hij telkens probeert bandbreedtes niet alleen te rekken, maar ook te breken, hetgeen vertraging kan opleveren bij de voortgang. De andere kant van de medaille is dat onze ‘good cop, bad cop’ voorstelling bij de inkoop van apparatuur enorme kortingen oplevert. Monitoren die hap. Tevreden print ik de weekly update en fax het naar Dawn, Frans, Eckart en Gary.

Volgende week staan gesprekken te wachten met Arne Frager, die gespannen afwacht of hij de $100.000 lening van Eckart tegemoet kan zien, de gebruikelijk meetings, etc., maar ook het bezoek van de Duitser Karl Bode, die met zijn zoon Marc ons komt bezoeken en die ik graag als de allereerste student van Ex’pression wil inschrijven. Dat zou echt een beloning zijn na ons gesprek tijdens het gala in Stuttgart, begin april. Ook moeten, ja moéten, we de bevestiging krijgen via Dawn Cardi dat we de benodigde cashflow, om precies te zijn één miljoen dollar, binnen 14 dagen tegemoet kunnen zien. Dat wordt weer met de strooppot werken! Grijnzend zie ik Dawn al aankomen met een koffertje cash, waarna ze eist dat ik het één voor één natel:

Geen probleem hoor, Dawn! Dan vrijdag mijn zoveelste trip terug om van alles en nog wat te regelen met Eckart, en de voorbereidingen te treffen voor onze verhuizing van België naar Californië. Nee, saai wordt het voorlopig niet! Naar ons appartement lopen betekent slechts de straat oversteken om bij de Emery Bay Apartments te komen, waar ik een fles Kendall Jackson chardonnay opentrek en wat balletjes gehakt in de microwave zet. Om er nog op uit te gaan heb ik echt geen puf meer. Soms mis ik het familie gevoel enorm. Na een halve fles chardonnay ebt het wat weg. Geen tijd voor zelfmedelijden gozert, spreek ik mezelf op z’n Rotterdams moed in. Maandag wordt hier en daar Columbus Day gevierd, maar daar hebben we even maling aan. 11 januari 1999 verwachten we de eerste ploeg studenten en dat zal en moét gehaald worden. De management team meeting reflecteert dat; er hangt spanning binnen de aanwezige teamleden. We beginnen met Pete Bandstra, de beoogde Director voor het Digital Visual Media programma, die vanuit Florida inbelt. In plaats van te beginnen over de voortgang van het curriculum van het programma, begint hij voor de zoveelste keer over wat hij nodig heeft aan financiën om naar Californië te verhuizen, en daar krijg ik goed de schijt over in. Geen nieuws over het curriculum? “Thanks Pete, talk later to Gary about this.” Gary gaat gelijk in de verdediging en meldt dat Pete een “good guy is”. Na Gary nogmaals ingeprent te hebben dat we minder dan drie maanden hebben tot D-Day, gaat hij op zijn manier tekeer tegen Duke Zaffery over het Sound Arts programma. “You heard the man Duke, three months and still not too much digital, all analog.” Duke schudt z’n manen ter instemming en gaat er niet tegenin. Hij kent Gary veel te goed van Full Sail en weet dat het op zo’n moment geen zin heeft om de storm nog meer aan te wakkeren. Craig Deonik, die nog geen student gescoord heeft met zijn team, zit er als een ongelukkige boeddha bij, zeker qua postuur. In ieder geval kan hij aantonen dat er veel prospects in de pijplijn zitten. We weten dat we qua planning heel krap zitten, en dat we elkaar nodig hebben. Dus gaan alle handen op de tafel wanneer we opbreken en sluiten we af met een gezamenlijk “let’s fucking do it”. We kunnen ons nu geen zand in de motor veroorloven. Dinsdagmiddag lunch ik met Gary voor een een-op-een bij The Townhouse. “Gary you and I must act as one,” probeer ik hem aan z’n verstand te peuteren. Wanneer wij niet als een eenheid opereren, dan voelt de rest dat aan en komt met allerlei excuses waarom iets niet gelukt is. Gary knikt onwillig. Ik weet dat hij Pete Bandstra ook aan wil trekken om Full Sail pijn te doen, omdat hij daar onvrijwillig is vertrokken. Dat boeit mij totaal niet, Full Sail is zes uur vliegen van ons verwijderd, totaal geen concurrentie dus. We gaan als een eenheid terug naar kantoor, zij het met wat blauwe plekken. So what?! Woensdag komt de langverwachte e-mail van Dawn Cardi binnen; het miljoen zal binnen veertien dagen op de bankrekening staan en de lening van $100.000 aan Arne Frager ten behoeve van The Plant is goedgekeurd. Een verheugde Arne komt bijna door de telefoon heen. “You da man Peter, and Eckart is a genius.” Voor mijn geestesoog zie ik een instemmende Eckart:

Oh well. Donderdag worden we bezocht door de Duitse vader en zoon Bode, die ongelooflijk onder de indruk zijn van het nogal kale gebouw, maar vooral van het verhaal en bijbehorende tekeningen. Nadat ik ze in het Duits begroet heb, hetgeen Gary “grandstanding” vindt, geef ik het woord aan Gary die bloemrijk verkondigt welk een briljante apparatuur we aangekocht hebben en hoe de studenten daar te allen tijde gebruik van kunnen maken. Marc Bode, niet gewend aan een dergelijke ‘rode tapijt’ behandeling in Duitsland, valt als een blok voor deze aanpak en wordt officieel onze eerste student. Na de formele afhandeling troon ik vader en zoon mee naar The Townhouse voor een ere diner. Mijn inmiddels wat verroeste Duits gaat weer met sprongen vooruit. We nemen warm afscheid van elkaar en ik beloof pa Karl goed voor zijn zoon te zorgen. 11 januari 1999 zal onze eerste student, Marc Bode, met hopelijk vele tientallen anderen trots ons dan aangepaste gebouw betreden. Het eerste schaap is over de brug! Nu nog even de stafmeeting van vrijdag voorbereiden alvorens ik m’n vertrouwde Martinair vlucht naar Amsterdam neem. Vrijdag 16 oktober: inmiddels is de staf aangegroeid tot negen, met nog drie onderweg. Vandaag is het van belang dat we daadwerkelijk als een team werken, dat er vooral niet naar elkaar geschreeuwd mag worden, ook al is de drukwijzer inmiddels in het rode vlak terecht gekomen. Belangrijk ook om alles wat er over Ex’pression geschreven wordt voor de annalen te bewaren, zoals het een echte school met grandeur betaamt. Ons mission statement wordt vervaardigd en zal al onze doelstellingen, normen en waarden weergeven. “Everybody in?”, “Everybody fucking in?!!!”. Iedereen is in vuur en vlam en met stevige hugs achter de kiezen begeef ik me op pad naar Oakland Airport voor mijn vertrouwde Martinair vlucht. Gary, die me brengt, geeft me een zijdelingse blik van verstandhouding: “we’re a team buddy,” roept hij me achterna wanneer ik in de terminal verdwijn.

Volgende week: Team Ex’tent vervangt Frans van Mackelenberg. Martinair vliegt niet meer, dus nu met de KLM naar San Francisco. Halloweengruwel bij The Plant.

Leave a Reply