“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression Years – 39

Sneeuw voorkomt de komst van een aantal studenten. Het ziet er naar uit dat we een grimmig juridisch gevecht tegemoet gaan met de aannemer. De eerste twee klassen gaan explosief van start.

Tijdens de vlucht blijven m’n gedachten tobberig hangen bij het bezoek dat ik afgelopen maandag in het ziekenhuis heb gebracht aan Nick Bosman, echtgenoot van Judith, een studiegenoot van Astrid die ik ken sinds 1986. Nick is opgegeven, naar men zegt. Ofschoon hij er behoorlijk opgeblazen uitzag, toonde hij zich toch nog optimistisch, net als toen hij zich inzette bij Shell voor een product dat vriend Martin Corsten en ik op de markt hadden gebracht. Godverdomme, 36 jaar, zo’n goeie gast, en twee jonge kinderen. Oneerlijk, maar dat telt niet. Onze lichte conversatie wordt onderbroken door hinderlijke stiltes, en ik heb het gevoel dat dit daadwerkelijk een ‘last farewell’ is. En wat zeg je dan wanneer je weggaat? “Hou je haaks….blijf sterk……hoop verloren al verloren?” We zeggen niets, geven elkaar een warme omhelzing, kijken elkaar begrijpend in de ogen, en ik vlucht als het ware het ziekenhuis uit, held die ik ben. Een luchtzak van allure haalt me uit m’n gepeins en ik concentreer me op de week die eraan komt. Gary heeft me al een soort van agenda gestuurd. Op het programma staan onder anderen bijeenkomsten met CIC, de aannemer, alsmede architect John Storyk. Vanwege het drukke programma met inkomende studenten is de managementteam meeting verzet naar zaterdagmiddag 13.00. Rond de klok van twee landen we op SFO, waar na ontvangst van de koffers een aantal snuffelhonden lekker komt ruiken. De Amsterdam vlucht schijnt in de gaten te worden gehouden. In de aankomsthal staat Joey op me te wachten als vervanging van Gary, die druk in de weer is met de voorbereidingen voor de klassen die komende maandag een start maken. Joey, de stiefzoon van Sound Director Duke Zaffery, is een goed joch dat me niet de oren van het hoofd kletst, en dat komt goed uit. Gary wacht me vol enthousiasme op, uiteraard vanwege het groene licht dat we hebben gekregen voor de additionele uitgaven. Geestdriftig leidt hij me door het gebouw, vertelt over het interview met de Marin Journal dat, hoe kan het beter, maandag uitkomt parallel aan de start van de eerste twee klassen. Voorts heeft hij een diner gearrangeerd met John Storyk en diens gade Beth Walters, ‘partner in crime’ bij zijn architectenclub. Heel toepasselijk op de avond voorafgaand aan de ‘make or break’ meeting met aannemer CIC.

Beth Walters en John Storyk

Bijna struikelend over zijn woorden verklaart Gary doodleuk de lucht met Storyk geklaard te hebben, en dat het financieel goedkomt. Ik besluit het te laten voor wat het is tot het gesprek met John en Beth heeft plaatsgevonden. Slopende dagen staan ons te wachten en ik verlang naar mijn mandje. Met de Gary hug als afsluiter gaan we ons weegs. De donderdag belooft een lange dag te worden, en met een zeer lange dag achter de rug is niets aantrekkelijker dan het appartement te betreden, me van de koffer te ontdoen en de lakens ver over m’n hoofd te trekken. Donderdag heb ik mijn eerste bijeenkomst met onze nieuwe financiële man, Jose Quan, die een wat schuwere indruk maakt dan tijdens zijn sollicitatie gesprek. Enfin, als de cijfers maar goed bijgehouden worden, dan vind ik het allang best, uiteindelijk hoeft hij niet op de voorgrond te staan. Na een rits van afspraken staat het diner met de Storyks op het programma. Gary heeft voor de gelegenheid vrouw Debbie meegenomen. Niet gepland, maar vooruit. Storyk legt tijdens de maaltijd omzichtig uit hoe ze tot de berekeningen zijn gekomen, en hoe hij meent CIC mee te laten betalen. Bij tijd en wijle zoekt hij steun bij Gary, die zijn blik continu ontwijkt. Af en toe onderbroken met ‘social small talk’ vat ik een en ander samen onder de noemer dat uiteindelijk het verhaal met CIC morgen zal bepalen hoe dat gaat lukken. Met een enigszins onbevredigend gevoel wordt de avond besloten. Daags daarna is CIC  met Debbie Fleser en Ed Brady op volle oorlogssterkte aangetreden en leggen ze ons in volzinnen uit hoe de wijzigingen en de dubbele mankracht het budget heeft aangetast. Na hard onderhandelen, met hier en daar een “Goddamn”, komen we op besparingen en kortingen op een bedrag van zo’n $663.000. Geen kattenpis, maar het betekent nog steeds dat de totale bouwkosten een kleine $4 miljoen zullen bedragen. Onze hoop is dat de volgende gezamenlijke bijeenkomst met CIC en de Storyks tot een verdere besparing zal leiden. Niets is minder waar, CIC en Storyk spelen elkaar arrogant de bal toe en blijven erop hameren dat Gary en ik, onder aanvoering van Eckart Wintzen, nu eenmaal de beste school op de planeet willen hebben, hetgeen dus ook als zodanig betaald dient te worden. “You folks can’t eat your cake and have it,” wrijft Storyk er nog even in, onderstrepend dat er meer speelt dan ik kan bevroeden. Daarnaast is Gary opmerkelijk stil. Na twee uur argumenten aangehoord te hebben, sluit ik de vergadering omdat we ons met ons management team moeten voorbereiden op hetgeen dat ons maandag te wachten staat met twee inkomende klassen. Nieuwe bijeenkomsten worden belegd om toch te bezien hoe we verder een en ander naar beneden kunnen krijgen. Craig Deonik, Duke Zaffery en Rob Gibson horen ons verhaal aan, maar hebben er weinig aan toe te voegen. Duke en Rob zeker niet omdat de klaslokalen gereed zijn, en gezegd moet worden dat het met de state-of-the art apparatuur, er dan ook zeer gelikt uitziet. Craig heeft helaas wat mindere berichten: van de 83 ingeschreven studenten hebben we er 14 verloren, deels wegens gebrek aan financiering, deels omdat de ouders willen wachten tot de school is afgebouwd. In ieder geval verwachten we er minimaal 56, afhankelijk van de sneeuwval die het oosten in de tang heeft. Dit rapporteer ik aan de thuisbasis in Kasteel Moersbergen, aangevuld met de vraag wie eigenlijk financieel de baas is: Bram Zwagemaker of Frans van Mackelenberg. Daar moet absoluut duidelijkheid in komen. Maandag 11 januari breekt aan en er hangt bij Ex’pression een gespannen sfeer in de lucht. En de maandag begint in één woord ‘kut’. Astrid stuurt me het bericht dat Nick Bosman is overleden, nog geen week nadat ik hem bezocht heb. Vreselijk, het overvalt me als een dief in de nacht. Dan stormt Gary uber enthousiast naar binnen met het artikel van de Marin Journal in zijn handen. “Awesome man, it couldn’t be better!”, blaat hij uit. Ik schud m’n gevoelens van me af en besluit het niet te delen met Gary, dit moet de eerste dag worden van een succes story, rouw moet even een pas op de plaats maken. Het is inderdaad een wereldartikel en de timing is absoluut perfect.

Geweldig, Eckart en Gary bovenop de berg oude kabels die uit de leidingen van Sybase gekomen zijn. En, niet geheel onbelangrijk, de Marin Journal wordt met name gelezen in Marin county, waar veel mensen met diepe zakken wonen. Hun kinderen als studenten betekent dat financiering geen punt van discussie is. Gary en ik gaan bij de ingang staan om de arriverende studenten een voor een te verwelkomen, hetgeen ze zeer op prijs stellen. Daarna beginnen de introducties, het voorstellen van de staf, de reglementen en de opening van hun schooljaar, ingeleid door Gary en mij. Wat de verschillen tussen Gary en mij ook moge zijn, dit zijn de momenten dat we de toeschouwers als het ware op de banken krijgen. Wellicht hebben we een vreemde chemie, maar het werkt.

Volgende week: viering van de openingsdag met studenten loopt enigszins uit de hand. CIC wordt onder curatele gezet. De student die drie dagen aan een stuk reed vanaf Detroit.