“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression Years – 41

BBQ, vuur en Gary. De grote verhuizing van België naar Californië gaat plaatsvinden. De breuk met aannemer CIC wordt overwogen. Weer een inbraak, maar met onverwachte verdachte.

Tegen half vier parkeer ik de 300M in het court, deftig woord voor doodlopende straat van goed gesitueerden, waar Gary met aanhang in Walnut Creek woont. Ruim huis, met nog ruimere tuin. Moet ook wel, want schoonmoeder is ook ingetrokken. Gary heeft een aantal gasten, en zo te zien aan de wat rood aangelopen gezichten, en te horen aan de luidruchtige conversaties, zijn die al een tijdje aan het ‘boozen’. De Superbowl is dan ook één van de grootste sportgebeurtenissen van het jaar, zo niet het grootste. Dit jaar wordt het gehouden in Miami, waar het drie uur later is.

Grote favoriet de Denver Broncos, die ook vorig jaar gewonnen hebben. Maar, grappig genoeg, de football is niet echt rond, dus wie weet. Wedjes worden aangegaan en mensen leggen mij, de buitenlander, vriendelijk uit hoe het spel in elkaar steekt, terwijl Gary rondgaat met zijn specialiteit: ‘frozen Margarita’s’. Nadat niemand minder dan Cher Amerika’s volkslied, The Star-Spangled Banner, uit volle borst heeft gezongen, breekt de game los. Dat is te zeggen, met veel onderbrekingen vanwege spelhervattingen, gelardeerd met commercials die maar liefs $1,6 miljoen per 30 seconden kosten. Het is ook niet echt een ‘game’ omdat bij rust de Broncos al met 17-6 leiden. Terwijl iedereen gefixeerd is op Gloria Estefan tijdens de halftime show, gaat Gary vlees op de BBQ gooien en wenkt mij om mee te gaan. Gary staart in het vuur dat oplaait door druipend vet, en dan barst hij los: “they’re fucking me, Pete, left and right. Full Sail all over again.” Jezus, daar komt hij weer met z’n Full Sail syndroom aan. Gary vervolgt: “Eckart let Bram do the work, fucking Pontius Pilate.” Ik probeer Gary uit te leggen dat een aandelenpakket als zodanig een gift zou zijn, dus belastbaar. “I don’t give a fuck, let them handle it,” is het antwoord, terwijl hij een forse slok van zijn Margarita neemt. Met Eckart heb ik besproken dat de 12% van Ex’pression die Gary en ik mogen verdelen wat mij betreft zeven voor Gary en vijf voor mij mag zijn. Die troefkaart speel ik nu uit. “What about it, Gary?” Gary mokt, omarmt me en mompelt “you’re a saint, bro.” Op dat moment komt Debbie, zijn wat spichtige echtgenote, een dringend beroep op ons doen om ons temidden van de anderen te begeven, liefst met het vlees. De wedstrijd is gelopen en eindigt met een 34-19 overwinning voor de Broncos. Voor mij is het afwenden van de mini Ex’pression crisis belangrijker, en als zodanig neem ik ook afscheid, met wellicht een Margarita te veel in mijn systeem. Maandagmorgen word ik wakker met een soort van steen in m’n maag. Wellicht komt het door de taken die ik nog voor de boeg heb voordat ik komende donderdag in het vliegtuig stap om de familie op te halen. Daarnaast nog een ‘dog and pony’ show voor de San Francisco Chronicle. Belangrijk om tijdens dat interview weer helemaal ‘on top of our game’ te zijn. Weg met dat spinrag in m’n hoofd; aan de bak. Het interview met de ‘Chronicle’ loopt als verwacht, evenals de fotosessie. Wat Gary en ik ook hebben, wanneer showtime aanbreekt gooien we alles van ons af en leveren daadwerkelijk een toppresentatie af. En dan de ommezwaai naar de bouwvergadering waar je op moet passen niet genaaid te worden waar je bijstaat. Godzijdank weet Dennis Stearns hier en daar de geoffreerde bedragen met enige tienduizenden te verminderen. Driftig met z’n potlood tekenend geeft hij aan waar bespaard kan worden. Eigenlijk legt hij daarmee de vinger op de zere plek, CIC drukt als het ware geld door overal de duurste oplossing te kiezen. Na afloop van de bijeenkomst praten Dennis en ik wat bij. “What if…….”, Laat ik een stilte vallen. Dennis kijkt me nieuwsgierig aan. Ik vraag hem op de man af of hij in staat is het project over te nemen. “Yes Peter,” antwoordt hij zonder aarzelen, “I’ve got the manpower and the skills.” Dat hij de kunde had, daar was ik van overtuigd, van de mankracht wat minder. Uiteraard begrijpt hij dat ik een en ander met “Nederland” moet overleggen, maar ook net zo goed dat we geen ‘bullshitters’ zijn en zeggen wat we menen. Ik worstel me door alle sores heen en tijdens de lunch die Gary en ik voor de 25e verjaardag van Nadine Storyk arrangeren bij TheTownhouse, duh, leg ik triomfantelijk de San Francisco Chronicle op tafel; weer een werelds artikel.

We raffelen de lunch af omdat de KLM vlucht 606 tien over vier vanaf SFO vertrekt, en die wil ik voor geen geld missen. De spanning aan de andere kant van de oceaan moet even groot zijn als bij mij, nu we als familie deze grote stap gaan maken. Met haastige hugs neem ik afscheid nadat het taxibusje naar SFO zich gemeld heeft. Omdat ik maar twee nachten in Nederland verblijf, voordat we met ons vijfjes vertrekken, ga ik conform de Cliff Richard song ‘Travelin’ light’. Geen gezeik met inchecken van bagage en in Schiphol er gelijk uit. En zo soepel verloopt de reis ook, cognacje voor het slapen gaan, filmpje en we zijn er alweer. De zaterdag voor vertrek nemen we ’s ochtends afscheid van de oma van Astrid, kleine oma gedoopt wegens haar geringe lengte, en inmiddels de 80 gepasseerd. Daarna rijden we door naar Toon en Riet, de ouders van Astrid, waar we de nacht zullen doorbrengen. Maar ook goed voor de jongens om oma en opa innig gedag te zeggen. De avond heeft iets onwerkelijks, het heeft iets weg van een afscheid zonder terugkeer, hoewel Astrid duidelijk drie jaar heeft bedongen. Opa maakt z’n gebruikelijke grapjes en de jongens kunnen er wel hartelijk om lachen, en doen gewoon gek mee:

Helaas heeft het allemaal iets geforceerds dat we niet kunnen doorbreken. De nacht brengt met veel gewoel ook niet echt soelaas en uiteindelijk zijn we blij dat het moment is aangebroken dat we daadwerkelijk afscheid kunnen nemen. Tranen vloeien, dat wel. Budget technisch is besloten om met British Airways via Londen naar San Francisco te vliegen. De jongens verkneukelen zich al aan boord van BA 431 om de lucht in te gaan. Helaas, de ‘captain’ maakt bekend dat er vertraging is wegens ijsvorming op de vleugels, hetgeen uiteraard verholpen dient te worden. De stewardess bezweert ons dat de vlucht naar San Francisco vanuit Heathrow door ons gehaald zal worden. Aangekomen op Heathrow worden we gemaand om haast te maken omdat het boarden reeds geruime tijd aan de gang is. En dat valt niet mee op dat immens grote vliegveld, met drie jongens waarvan de jongste twee is. Buiten adem aangekomen bij de gate zien we tot onze opluchting het vliegtuig staan dat ons zal vervoeren naar San Francisco. Echter, verklaart de bazige grondstewardess, “the gate is definitely closed”. “But, but……”. Er helpt geen gemaar aan, we kunnen niet mee en moeten maar op kosten van British Airways een nachtje in Londen blijven. Dat pikken we niet en na een hoop heen en weer discussie worden we op een vlucht naar Los Angeles gezet, waarna we daar een lokale vlucht naar San Francisco kunnen nemen. Na alle trammelant wordt dat een lange vlucht, waarbij Bo-Peter en Kaj zich middels spelletjes nog kranig kunnen houden. De tweejarige Ivar daarentegen is tegen de tijd dat Los Angeles binnen bereik komt, zodanig moe en narrig dat hij niet meer te controleren is. Terwijl ik hem probeer in toom te krijgen, schopt hij met een onverhoedse beweging een heel dienblad uit de handen van een passerende stewardess. Zo’n moment dat je heel even jezelf weg kunt pieken. Het komt goed, we landen en bereiden ons voor op de laatste vlucht van het etmaal. Aangezien we uit moeten checken in het eerste de beste vliegveld dat in Amerika wordt aangedaan, wachten we op onze negen koffers die we ingechecked hebben. Helaas, die zijn niet meegekomen. De dienstdoende British Airways grondstewardess probeert ons ervan te overtuigen dat we niet verder kunnen zonder die koffers. Nu breekt de pleuris echt uit, hoewel ik tot dusver redelijk evenwichtig alles heb doorstaan, breek ik nu los. Het sorteert effect, we kunnen verder en de koffers zullen doorgestuurd worden naar het appartement in Emeryville, waar we de eerste nacht door zullen brengen. Zeven uur later dan gepland komen we uiteindelijk in Emeryville aan, waar de jongens vol geestdrift een eerste controle door alle kamers doen om vervolgens als blokken in slaap te vallen. Astrid en ik besluiten om een kleintje whiskey te nemen ter afsluiting van dit tumultueuze etmaal en nemen ons voor nimmer meer via via naar San Francisco te vliegen. Aangezien het lampje op de telefoon blinkt, ten teken dat er een ingesproken boodschap is, besluit ik daar uit nieuwsgierigheid naar te luisteren. Het is Gary: “listen up Pete, another burglary took place”. Net wat ik nodig had, weer een inbraak. Maar de bom moet nog komen: “we feel it’s an inside job, let’s discuss tomorrow”. Iemand van de binnenkant wordt dus verdacht, dat maakt de hoofdpijn nog groter.

Volgende week: wie wordt verdacht van de inbraak? De breuk met aannemer CIC is een feit. Full Sail begint een proces tegen Ex’pression.

Leave a Reply