“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression Years – 59

In de maand december wordt onderhandeld met een aantal onderaannemers van CIC. Interview met de New York Times. Gary probeert Peter ervan te overtuigen om absoluut niet naar Full Sail te gaan.

Zo, die komt aan. “Gary,” aarzel ik, een beetje hangend tussen boos worden of begrijpend reageren, “this is a must.” Die idioot moet toch begrijpen dat we de Full Sail affaire niet kunnen laten bungelen. Gary haalt z’n schouders op en gooit er weer eens een nietszeggend “whatever” uit. We rijden in doodse stilte naar huis en met een kil “see ya Monday,” nemen we afscheid van elkaar. Op een schemerlampje na is alles donker in huis en ik besluit nog een slaapmutsje te nemen voor het slapen gaan. Gary’s houding bevalt me allerminst, dit moet stoppen. Uiteraard zonder het project Ex’pression geweld aan te doen. Zal wederom koorddansen worden, bedenk ik me onder het tandenpoetsen. Zondagochtend vroeg aan de bak, Bo-Peter’s voetbaltoernooi begint om 9 uur; hoera! Het is dat ik voetballen zo leuk vind, en het de kinderen gun. In ieder geval pais en vree langs de lijn. Maandagmorgen ben ik benieuwd welke Gary ik aan zal treffen en jawel hoor, meneer komt binnenzetten alsof er niets gebeurd is: “good morning sunshine,” begroet hij me. Steve Harvey, de journalist van de New York Times, is stipt op tijd en hij kan zich geen harmonieuzer koppel voorstellen. Hij krijgt de grand toer, we beantwoorden al z’n vragen en laten hem zonder ons studenten interviewen. Het artikel gaat aan het einde van het jaar gepubliceerd worden, waarbij wij, zoals hij het stelt, “the leader of the pack” worden waar het op vergelijkbare scholen aankomt. “I’m walking on sunshine” danst de hele dag in mijn hoofd na deze uitbarsting van energie, dit wordt een topartikel. Na me door een aantal kerstrecepties en dito lunches geworsteld te hebben, begeleid ik Astrid en de jongens 17 december naar SFO International airport omdat we dit jaar de kerst in Nederland gaan doorbrengen. Na een opgewonden en weemoedig afscheid, verdwijnen ze in de terminal. Vervolgens wacht vandaag de fotograaf van de New York Times en later onze eerste Ex’pression kerstparty. Gary en ik poseren zo serieus als mogelijk is voor ons, waarna we met onze kleine maar dappere crew ons kerstfeestje vieren in ons eigen theater. Het is het feest van de opluchting; het jaar 2000 ziet er, computerstoringen daargelaten, briljant uit. De avond voor mijn vertrek eet ik een hapje met de Platt familie bij Applebee’s, waarbij Gary er nogmaals op aandringt niet naar Full Sail te gaan en, wanneer ik toch ga, me in ieder geval niet in te laten pakken. “Yeah, yeah,” antwoord ik zonder commentaar. We wisselen “christmas wishes” uit en ik begeef me naar een donker huis, waar ik me voorbereid op de trip naar Amsterdam via Orlando. Na mijn pakwerk gedaan te hebben, stuur ik even na middernacht voor de zekerheid een e-mail naar de ‘onzen’ dat ik eraan kom:

Er staat een taxi om 06.30 op me te wachten, mijn vlucht met United Airlines naar Orlando via Denver gaat om 08.24, lang leve het startup leven! Ik onderga tegenwoordig de vliegervaring gelaten, een noodzakelijk kwaad. In Denver heb ik een klein uur overstaptijd, dus dat is lekker kort, tenzij je natuurlijk vertraging hebt. Geroutineerd slenter ik naar het mededelingenbord om te zien vanaf welke gate United Airlines 1084 vertrekt. Ze zijn al aan het boarden; mooi. De ruim drie uur durende vlucht naar Orlando verloopt soepel. Rond zes uur kom ik aan, ruim op tijd voor de Silent Planet Xmas party die om zeven uur begint. Even opfrissen in het Park Plaza Hotel in Winter Park, en dan stort ik me in het feestgewoel. Dat is te zeggen, volgens de keurige richtlijnen van onze evangelische boys. Tussen een wijntje en een hapje door praten we wat bij, de boys zijn gelukkig, en ‘thank god’, geen kwaad woord over Bram. Voor het middernachtelijk uur kruip ik redelijk nuchter m’n mandje in. En dat komt eigenlijk goed uit, want morgen wacht me allereerst een intensief gesprek bij Full Sail, waar ik zeer op m’n hoede moet zijn, en daarna via Miami de vlucht naar Amsterdam. Stipt om kwart voor negen haalt topman Bill Heavener me op, ook dit keer met een hele lading zuidelijke charme. De korte rit naar de Full Sail campus vullen we met koetjes en kalfjes. Wederom maakt de entree van de campus, onder een staalblauwe hemel, indruk op me.

Ik schud het van me af, concentratie is nu geboden. Bij de receptie worden we opgewacht door Jon Phelps, oprichter van Full Sail. Hij is Gary’s gezworen vijand omdat hij, volgens Gary, hem als mede oprichter heeft geschrapt. Stroop wordt me voluit rond de mond gesmeerd, oh, oh, wat hebben ze respect voor Eckart en mij. “Gary not so much!” Nadat ik hen duidelijk heb gemaakt dat ik niet meer wens te praten over het hoe en waarom zij en Gary uiteen zijn gegaan, presenteert Bill een document. “Okay Peter, let’s just go over the first draft Gary made after leaving Full Sail.” Het is de eerste opzet die Gary gemaakt heeft voor een nieuwe school, met weliswaar vernieuwende elementen maar de zin ‘after the Full Sail model’, is tamelijk schokkend. Met name wanneer het tot een rechtszaak komt omdat het erop lijkt dat Gary voornemens was om sowieso een nieuwe school op te richten. Maar, bezweert Bill, laten we als verstandige mensen tot een oplossing komen. Na een aantal uren heen en weer gesproken te hebben is het duidelijk wat ze echt willen: een fusie met Ex’pression, gevolgd door een beursgang in 2003. Ze beseffen dat dit in wezen een beslissing is die bij Eckart ligt, waar Gary en ik in geringe mate invloed op kunnen uitoefenen. “What about the Gary compensation,” vraag ik tot slot. Ze zijn bereid om Gary voor $200.000 uit te kopen. Dat ga ik overbrengen aan Gary, zodra ze me bij Orlando Airport afgezet hebben. Wederom, met alle voorkomendheid, brengt Bill me naar het vliegveld waar hij me warm een goede vlucht naar huis wenst. Na ingecheckt te hebben, kan ik niet wachten om Gary te informeren. Dat ik begin met te vertellen wat ze van plan zijn valt slecht, Gary schreeuwt in m’n oor dat “these motherfuckers” me bij m’n ballen hebben. Over het bod van $200.000 wordt hij nog bozer, gillend dat hij dat allang had kunnen krijgen. Het wordt me te veel, ik hang op. In Miami heb ik twee uur overstaptijd die ik doorbreng met een Jack-on-the-rocks en vers van de pers m’n verslag schrijf en een e-mail aan Gary voorbereid. Wat moet ik met dit getalenteerde maar oh zo lastig kindmens? Martinair 684 brengt me al dommelend en piekerend naar Amsterdam, waar oudste zoon Rick me opwacht. Dikke omhelzing, waarna hij me naar Vinkeveen brengt. Er wacht de vermoeide krijger een warm ontvangst van Astrid en de jongens, aangevuurd door opa Gruter. Net voor de kerst stuur ik mijn bevinden op schrift naar Gary, waar ik nogmaals benadruk dat ik geen zin meer heb met hem verbaal te communiceren wanneer hij bij het horen van Full Sail op tilt slaat. Zal me benieuwen wat hij daarop als antwoord geeft. Eerste kerstdag 1999, tevens de 34e verjaardag van Astrid, wordt bij opa en oma in Vinkeveen doorgebracht.

Een stralende Astrid tussen jongere zussen Danielle en Wendy.

Het is een drukte van belang, zowel op eerste kerstdag, beter bekend als Astrids verjaardag, als tweede kerstdag in Rotterdam bij vrienden Martin en Yvon Corsten. Daarvoor hadden we ook nog de verjaardag van mijn dochter Nicole en een bezoek aan kennissen in Scheveningen. . Verontrustend is dat er nog steeds geen antwoord van Gary is. De 29e worden we verwacht bij Bram en Lidy-Ann Zwagemaker voor een aangeklede borrel. En dito kruisverhoor denk ik er achteraan, zonder Astrid daar deelgenoot van te maken. In ieder geval kan ik Bram blij maken met de mededeling dat we met een aantal onderaannemers van CIC onderhandeld hebben om 70% van hun rekening te betalen ter vereffening. Geaccepteerd en op papier vastgelegd. Dat verzwakt eventuele juridische stappen van CIC. Na een paar uitnodigingen afgewezen te hebben voor de weinige dagen die ons resteren, krijgen we al snel het gevoel dat we geleefd worden, waarbij we ons afvragen of dit voor herhaling vatbaar is. Ook ben ik razend benieuwd hoe het New York Times artikel ons afschildert, en natuurlijk de invloed op de student intake. De 30e wacht me ook nog broertjesdag met broers Hans, Aad en Rob. Daar gaan we een traditie van maken, elke keer dat ik Nederland aandoe. We staan op de stoep bij Bram Zwagemaker en plotsklaps schiet het door m’n hoof dat ik nog niets van Gary vernomen heb. Hij zal toch niet iets geks uitgehaald hebben? De deur zwaait open en met een brede grijns verwelkomt Bram ons, tegelijkertijd meldt hij een heerlijke Chablis in de koeler te hebben.

Volgende week: Gary stuurt een vette e-mail. Het intense bezoek bij Bram Zwagemaker. Hoog gespannen verwachtingen voor het New York Times artikel. Het jaar 2000 wordt ingeslagen.