“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 86

April wordt een woelige maand. Eigenlijk breekt de pleuris uit.

Zo, de brief is uit, nu is het wachten op een positief antwoord van Eckart. Hoop doet leven, en ergens in deze ‘horror story’ moet Mensch Eckart toch ook weer z’n rentree maken, zou je denken. Donderdag ontvangen we Fred Kappetijn, de grote man achter de Ex’ovision, waarmee je op afstand met elkaar kunt spreken via beeldscherm, waarbij je als het ware tegenover elkaar zit. Je kunt elkaar in de ogen kijken, vandaar de naam ‘eye catcher’. Het geheim zit in een bepaalde ingenieuze spiegeltechniek. Het nadeel voor ons is dat wij opgezadeld worden met de kosten van een zogenaamde, peperdure, ‘dedicated’ telefoonlijn onder het motto dat je de zusterbedrijven moet helpen. Fred is een sympathieke bekwame kerel die er niet over uit kan dat hij Eckart niet meer rechtstreeks zakelijk kan benaderen, maar dat alles via de Belg loopt. Voordat hij ons verder inwijdt over alle mogelijkheden van de ‘Eye Catcher’, loopt hij leeg over de huidige situatie in de ‘Bosschuur’, van waaruit Frank Monstrey in Austerlitz alle bedrijven aanstuurt. Van harte nodig ik Fred uit om vanavond de focus bijeenkomst bij te wonen van EastBay Technet, die de groeiende techsector aan onze kant van de baai bedient. Gary en ik heten eenieder van harte welkom, waarna de presentaties beginnen. Leuk evenement, goede PR voor Ex’pression, en het levert ook nog een leuk artikeltje op in de Oakland Business Review:

Fred geniet van de relaxte sfeer bij Ex’pression, iets dat we ondanks alle perikelen weten te handhaven. Een vriendschap is geboren. Inmiddels is er een week verstreken en nog steeds geen ‘piep’ van Eckart. Het wordt een beetje ongemakkelijk. Nu ik toch over ‘ongemakkelijk’ nadenk, de toegezegde gelden als in de cashflow aangegeven, zijn ook niet overgeboekt. Maandag de 15e dienen de salarissen te worden overgeboekt, dan wel checks geïnd. De telefoniste meldt Bram Zwagemaker aan op lijn een. “Okay, put him through,” antwoord ik gespannen. “Hallo Peet, wat maak je je weer druk,” begint Bram. Okay, dus Eckart heeft de brief aan hem doorgegeven. “Hoe bedoel je,” vraag ik naar de bekende weg. “Nou ja, dat van die zekerheden en zo, óf wij jou zouden laten hangen. En dat lulverhaal, ach, zoiets zeggen we allemaal weleens. Maak je niet ongerust ouwe reus.” M’n brein draait op volle toeren, vrijdag moet het geld op de bank staan voor de salarissen, dus moet ik nu beslist geen ruzie maken. Ofschoon daar ook het geld inzit voor de door hen gefinancierde studenten, laat ik dat links liggen, ik vraag slechts “cashflow Bram.” Bram zucht van ‘dat komt wel goed’. “Goed luisteren Peet, die investeringen moet je even op je buik schrijven, maar het minimale zullen we overboeken.” Voordat ik om uitleg kan vragen laat Bram weten dat hij aan een borrel toe is, waarna hij me een fijne dag wenst en ophangt. “Klojo,” is het enige woord dat me te binnen schiet. Nou ja, wanneer het geld vrijdag op de rekening staat, is al het leed geleden. Inmiddels is Alan Parsons gearriveerd, die een naar hem vernoemde studio gaat inwijden. Alan stond in mijn Arcade Duitsland tijd bij het concern onder contract, verhuisde naar Californië om daar te trouwen, en bleef met mij in contact. Zijn fantastische achtergrond met de Beatles, Pink Floyd en natuurlijk zijn eigen Alan Parsons Project, spreekt de ‘sound students’ natuurlijk zeer aan. Uiteraard wordt Ex’pression’s ‘wall of fame’ van een Alan Parsons handtekening voorzien:

Het wordt een feestelijke middag, waarbij de studenten genieten van enige spectaculaire anekdotes van Alan, met name over engineering in onvoorspelbare ‘live’ situaties. We nemen warm afscheid van elkaar, waarna Alan en vrouw Lisa vertrekken voor een genoeglijk nachtje San Francisco. Vrijdagmiddag 12 april: “Peter, we didn’t receive anything yet,” is het korte antwoord van Vice President Liz Altieri van de Summit Bank op mijn vraag over gestorte gelden. Ze verzekert me dat de salarissen en uitstaande checks betaald worden, althans, zolang ons huis als onderpand dient. Om te zeggen dat ik kwaad ben, is een eufemisme, ik ben razend! De timing van dit geheel is slecht, zó slecht. Morgen komen mijn schoonouders aan, die gaan op de jongens passen wanneer Astrid en ik een droomweek vakantie in Hawaii door gaan brengen. Kunnen we wel gaan te midden van deze onzekerheid, dat is de vraag. We gaan, besluit ik, waarna ik een hartgrondig “fuck ‘em” uit mijn mond laat glippen. ’s Avonds hou ik me groot, speel nog een spelletje ‘Mens erger je niet’ met de boys, en ga tegen m’n gewoonte in voor Astrid naar bed. Ik slaap onrustig, en tegen de morgen hou ik het niet meer, ik moet de boosheid uit m’n systeem krijgen. Voor m’n computer gezeten bepaal ik dat het me geen reet meer kan schelen, en dat het alles of niets wordt. M’n vingers vliegen over het toetsenbord, en na het twee maal teruggelezen te hebben, besluit ik dat dit is wat ik meen, en dus druk ik op ‘send’. Ik maak een printje voor Astrid die ik de trap af hoor komen. Ze legt haar handen begripvol op mijn schouders, waarna ze begint te lezen.

Kort mompelt Astrid “oh Peter,” waarna ze het lezen hervat.

“Voila,” echoot Astrid, waarna ze me vraagt of het wel verstandig is om Frank Monstrey zo in de gordijnen te jagen. Zonder mijn antwoord af te wachten leest ze door.

“Uw Hired Hand, doch niet lijfeigene,” rondt ze al lezend de e-mail af met mijn slotregel. Haar gezicht staat sip, ze ziet de vakantie wegglippen, Hawaii lijkt verder weg dan ooit. Ik pak haar gezicht en overtuig haar dat mijn spierballentaal moet leiden tot normalisering van de verhoudingen, maar dat we hoe dan ook woensdag het vliegtuig naar Maui pakken, het mooiste eiland van Hawaii. “Schatje, het is echt de dood of de gladiolen, er móet zekerheid komen, anders blijven ze ons piepelen.” “Kom,” zegt ze plots enigszins opgefleurd, “ik neem dadelijk de jongens mee om m’n ouders op te halen, dan kan jij op je antwoord wachten.”

Volgende week: een reactie op zondag uit onverwachte hoek.