“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 87

Een reactie op zondag uit onverwachte hoek.

De jongens stommelen rumoerig door het huis, druktemaker Kaj voorop. Uiteraard wegens de opwinding om opa en oma weer te zien, waarbij ze erop rekenen dat er wat verwennerijtjes uit Nederland meekomen. Astrid verzamelt het luidruchtige trio in haar Van en gaat op pad naar SFO. Hoewel ik vandaag niet echt een reactie uit Nederland verwacht, mede gezien het tijdsverschil van negen uur, hou ik toch een schuin oog op de computer. Om m’n gedachten wat te verzetten, selecteer ik de 45-toerenplaatjes die ik in de jukebox ga uitwisselen. M’n Seeburg uit 1959, zes jaar geleden voor m’n 50e verjaardag in Düsseldorf gekregen, is daarna opgesteld geweest in België (Lommel), hier in Walnut Creek, en nu dus Concord. Die dingen zijn gemaakt voor gevechten in een bar, zó sterk! In ieder geval zet ik voor schoonvader Toon ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld erin, en voor mezelf, omdat ik het op die toonhoogte lekker mee kan zingen, ‘In the ghettho’ van Elvis. Zo, nu even de titelstrips erin, en draaien maar.

Jezus, wat klinkt dat vinyl lekker! Luidkeels meeblerren en alles even mooi vergeten. Aan het geluid bij de voordeur hoor ik dat het spul van de luchthaven is teruggekeerd. Schoonvader Toon begroet me joviaal als altijd met de vraag; “zo, verdien je nog wat.” Als superconciërge in Vinkeveen kent men hem eigenlijk alleen als Ome Toon. En bij de lokale voetbalvereniging Hertha als de grensrechter die menig puntje voor het eerste team verdiend heeft. Dit alles onder het motto ‘club in nood, vlag omhoog’. Schoonmoeder Riet is de oudste van een dozijn, reken maar dat meneer pastoor niet gediend was van voorbehoedsmiddelen. Daardoor was ze altijd het pispaaltje, en pas op latere leeftijd, toen ze ging werken, kreeg ze een gevoel van eigenwaarde. Ze zijn dol op de kinderen, en omdat ze geen woord buiten de deur spreken, zijn de jongens genoodzaakt om Nederlands met ze te praten, zij het met een Vinkeveens accent. Na wat drankjes en prietpraat om de tijd te doden, komt het ganzenbordspel op tafel. De jongens lachen zich een kriek wanneer opa iemand eraf gooit en dan luidkeels “carbid” roept. Niemand weet waarom, en niemand vraagt erom. De jongens gaan tegen negen praktisch gelijk met opa en oma op stok, het is mooi geweest. Astrid en ik genieten van de plotseling ingetreden stilte, en nemen een nachtmutsje. Nog een nachtmutsje later komt Astrid op de heftige e-mail terug die ik vandaag verzonden heb. “Wat moeten we doen wanneer dit fout loopt,” vraagt ze met enige vertwijfeling. Ik hou me groot: “ik denk dat ze heel pissig zijn,” antwoord ik, “maar dat ze me in deze fase niet kunnen missen.” Dat lijkt ons een mooie afsluiting van de dag, we moeten ons vooral niet onderdompelen in vertwijfeling, uiteindelijk heeft Eckart ook nog zoiets als een hart. Op de Belg reken ik niet, en Bram heeft me sowieso laten vallen door geen geld over te boeken. Zondagochtend rond een uur of zeven sluip ik naar m’n kantoortje in de hoop daar een response aan te treffen. Helaas. Dan maar eerst een straffe mok zwarte koffie, met daarop een stroopwafel uit het pak dat meegenomen is door m’n schoonouders. Lekker. Even na kwart voor acht komt een e-mail binnen van de rechterhand van de Belg: Jan-Ru Muller. Eigenlijk is het van de gekke dat ik Eckart een brief schrijf, vervolgens Bram aan de lijn krijg om daarna ‘behandeld’ te worden door Jan-Ru. Waar is onze Belgische ‘vriend’ Frank Monstrey in dit geheel? Al bij het begin zie ik dat ze Robbert Jan Schalekamp uit het verhaal hebben geschrapt. Komt zeker niet uit met het oog op het HR onderzoek!

Moet ik zeggen dat de toon vriendelijk is en iets uitstraalt van ‘dit moet een misverstand zijn’. Dit is wel een beetje het spel dat ze spelen, je vraagt je af of ze denken dat we helemaal van de pot gepleurd zijn. En dan dat regeltje “het overzicht dat ik gisteren van Ed ontving”. Totale ‘bullshit’, het is een doorlopend cashflow verhaal. Maar goed, er gaat $250.000 overgeboekt worden, dat is mooi, echter tegelijkertijd is dat het bewijs dat ze dus nog geen stuiver overgemaakt hadden. Dat wordt dus wel woensdag voor het op onze rekening staat. Neemt niet weg dat ik onmiddellijk in mijn response overga tot de ‘stroop om de mond smeren’ tactiek, zonder te vergeten de essentie weer te geven.

Na de e-mail verstuurd te hebben, besluit ik om Astrid een kopje koffie gelardeerd met stroopwafel en goed nieuws te brengen. Het is een stralende dag en voordat we het ontbijt beëindigd hebben, tikt het kwik al bijna 30 graden aan. Dat betekent dat opa en oma eraan moeten geloven en zich in hun badpak moeten hijsen. Ons zwembad is sowieso een plek van plezier, en terwijl oma in de weer is om heur haar droog te houden, hebben de jongens opa al in het bad geduwd.

V.l.n.r. Kaj, Opa Toon, Ivar en Bo-Peter

Het is zo’n zonnige dag in Californië waar je weleens over leest in een droomvakantie. Natuurlijk wordt dat gevoel aangewakkerd door het nieuws uit Nederland, maar toch. Maandag weer ‘business as usual’, met dien verstande dat er een vervolginterview plaatsvindt met Robbert Schalekamp. “Wat maakte je je boos man,” opent hij. Ik laat hem de e-mails zien en vertel over mijn frustratie dat Eckart geen antwoord geeft en de Belg onzichtbaar blijft. Als een psychiater luistert Robbert aandachtig toe en maakt aantekeningen voor zijn rapport. Daarna, als gepland, sluit Kelly Backens aan om haar ervaringen met Robbert te delen. Of ze indruk op Robbert wilde maken weet ik niet, wel dat ze haar strakste bh had aangemeten. Klaarblijkelijk is ze niet op de hoogte van Robberts seksuele geaardheid. Ze is goed voorbereid en beantwoordt alle vragen praktisch op de automatische piloot, zonder daadwerkelijk enige zelfinbreng. Rechtstreeks uit het theorieboekje van de mondige HR manager. Na haar vertrek noemt Robbert haar, zonder mijn commentaar af te wachten, een hittepetitje. Voor zijn vertrek wenst Robbert ons een goede week op Hawaii toe, waarbij hij erop aandringt alles wat op Ex’pression slaat los te laten.”Sure,” laat ik hem uit, maar zolang het geld niet op de Ex’pression rekening staat voel ik me niet gerust. Donderdagochtend, voor onze vlucht naar Maui, bel ik nog even met Liz Altieri van de Summit Bank: “I expect a $250K transfer from the Netherlands, Liz, can you check our account, please.” Haar antwoord verbaast me niet: “sorry Peter, nothing in yet.” Ik vraag haar me hoe dan ook te bellen vóór het weekend, ook al omdat het in Hawaii weer drie uur vroeger is dan in Californië en dus twaalf uur tijdsverschil met Nederland heeft. Na het een paar keer hartgrondig “fuckers” gemompeld te hebben, omdat ik boos ben op dat stelletje in Nederland, zet ik het van me af en ga met Astrid aan boord van de Virgin vlucht naar Maui. Als geadverteerd loopt het ‘bedienend’ personeel er relaxed in spijkerbroeken bij. Vriendelijk en met een tandpasta glimlach. In ieder geval maken ze de vijf uur durende vlucht naar Maui zeer aangenaam. Het eiland is overweldigend mooi, en wanneer je nu niet in vakantiestemming komt, wanneer dan wel. Hoewel het knagende geldstemmetje zich bij tijd en wijle nog steeds laat horen. Het “Aloha” en “malaho” vormen als het ware automatisch een liedje in je hoofd, waarna een negatief telefoontje van de Summit Bank de enige wrede dissonant zou kunnen opleveren. Het is vrijdagmiddag twee uur, even voor vijf in Californië, en er komt een telefoontje van de Summit Bank binnen. “Liz here,” klinkt het ver weg uit Emeryville, “you’re off the hook.” Oftewel, de $250K is binnen en ons huis is geen onderpand meer. Ik dank haar uitbundig, geef Astrid een dikke kus en bestel twee tropische cocktails. De vakantie is nu echt begonnen.

Dolfijnen, bounty witte stranden, helikopter vlucht over de diverse eilanden, en met wonderlijk gekleurde cocktails heerlijk luisteren naar één van Hawaii’s grootste, aan overgewicht overleden, artist. Israel Kamakawiwo’ole weet als geen ander het Hawaii gevoel in je wakker te maken. Het kan niet op. Dus wel. Wanneer ik op de dag van ons vertrek, tegen de zin van Astrid, bij het businesskantoor mijn e-mails check, lees ik het bizarre bericht dat Jan-Ru Muller en Frank Monstrey morgen in Emeryville zijn, en zaterdag met onze financiële mensen al het cijfermateriaal willen doornemen. Tevens ligt er een merkwaardige response van Eckart op mijn heftige e-mail van twee weken geleden.

Volgende week: Eckarts response en het bezoek van de Belg en zijn rechterhand Jan-Ru.