“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 88

Eckarts response en het bezoek van de Belg en zijn rechterhand Jan-Ru.

‘What the fuck,” mompel ik halfluid. Een oudere man naast me, in een bont Hawaii shirt, kijkt verstoord op. Ik hou de e-mail op ten teken van slecht nieuws, en kijk er vol misbaar naar. Hij begrijpt het.

Zo’n vier weken geleden stuur ik verdomme een brief, dan twee weken later een e-mail op poten naar hem en z’n handlangers, en zijn response is ‘laten we het maar niet als verzonden en ontvangen beschouwen’. Wat een lafaard, is mijn eerste reactie. Maar wacht, misschien wil hij hiermee het bezoek van de Belg en Jan-Ru van de scherpe kanten ontdoen. Astrid kan zich in deze theorie, die ik optimistisch breng, wel vinden terwijl ze ondertussen de koffers inpakt. Het geeft ook een wat beter gevoel zo aan het einde van een hemelse week. De terugvlucht wordt onderbroken door een tussenlanding in Phoenix, Arizona, hetgeen de totale vluchttijd op 6,5 uur brengt. Scheelt wel aanzienlijk in de vliegkosten, we blijven natuurlijk Nederlanders, en Hawaii was sowieso reteduur. Het maakt de vreugde thuis er allemaal niet minder op, zeker nadat de jongens hun in Hawaii gekochte ‘kraaltjes en spiegeltjes’ hebben uitgepakt. Na mooie kleurrijke verhalen, een drankje, en het geloofwaardig verwerken van de boodschap dat de jongens zich als engeltjes gedragen hebben, volgt nog een spelletje ‘mens erger je niet’. Astrid en ik zoeken na deze ‘tour de force’ het eerst onze slaapkamer op. Morgen wacht weer een dag waarvan de inhoud ongewis is, en eerst zal ik Gary moeten bijpraten. Astrids ouders begrijpen niet echt waarom ik weer in alle vroegte naar Ex’pression moet, en dat houden we zo. Terwijl ik me geestelijk voorbereid op de gesprekken met Frank Monstrey en Jan-Ru Miller, kan de radio presentator van KNBC er niet over uit dat ook in Europa massa geweldsmisdaden met vuurwapens plaatsvinden. Ene Robert Steinhäuser heeft op een gymnasium in Duitsland 17 mensen gedood, en vervolgens zichzelf om het leven gebracht. Hawaii lijkt plotseling uit m’n gedachten verdwenen. Wanneer ik highway 24 opdraai zet ik een CD van Leonard Cohen op, waar ik ook niet blij van word. Stilte dus om mijn gedachten op orde te brengen. Een idee borrelt in me op, Eckart lijkt gefrustreerd door het idee dat hij eigenlijk alleen maar geld inbrengt, en niet zijn briljante geest. Laten we hem er meer bij betrekken, hem belangrijker maken in interviews. Volgende maand hebben we weer een boardmeeting, daarvoor laten we hem interviewen. Gary, als mede oprichter, krijg ik vast aan boord met dit plan door hem naast Eckart te plaatsen. Onze marketing manager, Karen Wertman, dient de belangrijkste kranten in de Bay Area te enthousiasmeren. Dit gaat lukken, iedereen is enthousiast over Ex’pression, maar om daarnaast de excentrieke miljardair (!) en geldgever te kunnen interviewen is natuurlijk supergeil. Over dat laatste borrelt een lach in me op, dat was een TV reclame van Arcade in Duitsland: “Alle 20 Supergeil, nur von Arcade”. Tegen de tijd dat ik het parkeerterrein van Ex’pression opdraai, ben ik gereed voor ‘whatever’ deze dag brengt. Zwarte koffie, daar begint de dag mee. Gary slentert naar binnen en is in de juiste stemming: “when do you expect Batman and Boy Wonder,” vraagt hij met een brede grijns op z’n gezicht. Ik praat hem bij over Eckarts reactie en het enige dat Gary er over kwijt wil is een gemompeld “typical Eckart.” Vervolgens ontvouw ik mijn plan. Gary is enthousiast en stelt voor om onmiddellijk Karen Wertman te ‘briefen’. Het lijkt ons het beste dat ik het heikele gesprek met Frank en Jan-Ru in het Nederlands aanga, en dat Gary aansluit voor een vroeg diner in ‘The Townhouse’. Tegen elven meldt de receptioniste dat Frank en Jan-Ru zich geregistreerd hebben aan de balie. “I’ll pick ‘em up,” antwoord ik haar. Eckart heeft met zijn e-mail inderdaad olie op de golven gegoten, Frank begroet me met een Vlaamse hartelijkheid een grote vriendschap waardig. Wolf in schaapskleren, gaat het door me heen. Jan-Ru ziet het aan en geeft een vriendelijke handdruk. Ik ga ze voor naar mijn kantoor, waar ik strategisch op mijn bureau een foto heb neergezet van een vorige bijeenkomst:

Uiteraard merkt Frank het meteen op en zegt in mooi Vlaams, “dat is toch schoon volk, nietwaar.” Doel bereikt. Na de koffie en wat ‘small talk’, steekt Frank van wal: “Peter hoe heeft het zover kunnen komen dat je zo een e-mail afscheidt.” Nou neem ik aan dat hij mijn e-mail aan Jan-Ru gelezen heeft, maar “oké”, stoot ik af: “hoe denk je dat ik me voel wanneer beloofde geldstromen niet aankomen. Of hoe te handelen wanneer de ene na de andere baas zich aanmeldt, behalve degene die daarvoor is aangesteld; jij dus. Eckart die even voor een boardmeeting wijzigingen aanbrengt in notulen en agenda’s die hij al weken in zijn bezit heeft.” Hier breekt Frank in; “allez, maar dat is toch zijn goed recht.” Met verbazing kijk ik naar Frank. “Jullie hebben regels en tijdslimieten opgesteld die we in deze opbouwfase krampachtig halen, waarna jullie vervolgens er niets mee doen, en jij laat van je afweten,” haal ik uit. Nu wordt het interessant, Frank begint omstandig uit te leggen over de problemen die hij ervaart met de bedrijven die in de Ex’tent portefeuille zitten. En hoeveel tijd dat het kost om orde op zaken te stellen. Jan-Ru mengt zich in het gesprek, “geloof me Peter, nu ik erbij ben om Frank te ontlasten, zal het heel wat gesmeerder gaan.” Gary meldt zich in de deuropening en zegt gereed te zijn om ons naar ‘The Townhouse’ te brengen. “Peter,” sluit Frank af, “ik reik je de hand om toe te zeggen dat van nu af aan we ons aan datgene houden wat we afspreken. Maar wel dient de liefde wederzijds te zijn.” Dat laatste klinkt wat bombastisch, maar ik neem zijn hand aan. Gary begint met een kwinkslag, “so, did you guys come to a conclusion in your mumbo jumbo language?” We praten Gary bij, en uiteraard vindt hij het geweldig met ons “Eckart” plan in het achterhoofd. Het wordt onder de omstandigheden een prettige maaltijd en ik wens beide heren, nadat ze bij Gary ingestapt zijn, voor morgen een goede financiële bijeenkomst met Ed Niskanen en z’n crew. Ik ga met de jongens honkballen, en wat ze niet weten is dat we morgenmiddag bij Ed zijn voor een gezellige BBQ middag. Van ‘The Townhouse’ naar mijn auto bij Ex’pression is een peulenschil, en tijdens het wandelen komt een gevoel van tevredenheid over me. Het ziet er naar uit dat we voorlopig duidelijke afspraken hebben gemaakt, hoewel ik toch wel met enige zorg het probleem ‘Ex’tent’ aangehoord heb. Vandaar dat ons geld vertraagd aankomt. Gelukkig kunnen we binnenkort onze eigen broek ophalen, en kan de geldstroom vanuit Nederland stoppen. En met dat positieve gevoel stap ik m’n auto in, onderweg naar vrouw, kinderen en schoonouders. 2 juni 2002. Het wordt een hete dag, en eigenlijk ben ik wakker geworden door het zoemen van de airconditioning. Omdat ik niet meer de slaap kan vatten, besluit ik om zes uur zondagmorgen, ik lijk wel gek, om een kop koffie te maken en te wachten tot de ‘San Francisco Chronicle’ op de oprit gekwakt wordt door de krantenjongen. Genietend van de hete koffie, overzie ik de afgelopen maand. Naast de gebruikelijke ‘uplifting’ meetings met de staf, mocht het ‘Open House’ van 19 mei met zo’n 200 geïnteresseerden wel als een hoogtepunt beschouwd worden. Met name ook omdat 11 ‘prospects’ spontaan geboekt konden worden. Eckart arriveerde woensdag, zei zijdelings dat hij blij was dat de lucht tussen de Belg en mij geklaard was, en dat de rest echt wel goed zou komen. Beetje karig, maar toch. Vervolgens werkte hij in no-time de boardmeeting af omdat hij het belangrijker vond om gezamenlijk met de stafleden te dineren. “Just want to pick their brains”, merkte hij droogjes op. Eigenlijk een beetje een anti climax na al het gebrul, maar voor ons wel een fijne. Eckart deed pas echt van zich spreken tijdens de sales/marketing meeting. “That’s my beef”, intimideerde hij onze marketing manager Karen Wertman. Veel geschreeuw, weinig wol, konden we na afloop constateren. Teveel gericht op de Europese markt, hoewel er voor Karen best wel wat ‘eye openers’ waren. Al met al krijg ik het idee dat we, god zij dank, een rustige zomer tegemoet gaan. Een doffe plof stoort me in mijn gedachten en ik spoed me naar buiten om de zondagkrant op te halen. Op de voorpagina van de ‘business section’ wordt het artikel al duidelijk aangegeven.

De kop van het artikel is geweldig, daar kan geen reclame tegenop!

Het artikel zelf liegt er ook niet om, het lijkt wel of de verlosser zijn kudde toespreekt. ‘Kudos’ voor Eckart, zo overtuigend was hij absoluut.

Vervolgens nog een wereldse foto met Eckart aan de bak in een van onze animatielabs als slagroom op de taart.

Ik heb de krant nog niet neergelegd of daar meldt Gary zich; “I’m sure he will get a hard-on when reading this article,” sneert hij, waarna hij grinnikend me een “hell of a Sunday” wenst.

Volgende week: verjaardag boodschap van Eckart voor Peter. Het lijkt wel of de aanloop naar de volgende boardmeeting al weer geplaveid is met obstakels.