“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 92

Dreigend handgemeen bij The Townhouse. Weer trammelant met de cashflow. Bram Zwagemaker doet ook een duit in het zakje.

Verschrikt kijkt Eckart omhoog. Witheet van woede probeer ik mezelf te controleren, maar ik moet iets. M’n stoel gaat tegen de vlakte en met een hartgrondig “fuck you” laat ik hem en een verbouwereerde Gary achter. Angel ziet me aankomen en zorgt ervoor dat mijn Chrysler keurig voorgereden wordt. Hij opent de deur voor me, waarna ik hem drie één dollarbiljetten in z’n hand frommel. Angel kijkt enigszins verbaasd en vraagt alleen; “you’re alright, Peter.” Ik knik hem zo vriendelijk mogelijk toe, gezien de omstandigheden, en rij richting Powell Street. Omdat het nog zo vroeg is, besluit ik naar Highway 24 te rijden via Berkeley. In deze gemoedstoestand kan ik niet thuiskomen. Bruce Springsteen gaat de CD speler in en ik brul zo hard mogelijk ‘Born in the USA’ mee. Slaat nergens op, maar opluchten doet het wel. Ik neem bij Walnut Creek de afslag naar Ygnacio Valley Road en besluit voordat de weg omhoog helt naar Concord iets te gaan eten bij Applebee’s, waar ik aan de bar plaatsneem. Een burger en een chardonnay later ben ik weer terug waar ik zijn moet. Ik besluit eerst te tanken en dan met Astrid om de tafel te gaan zitten. De kinderen zijn nog niet uit school, dus hebben we rust. Ik heb net m’n creditcard ingevoerd en begin te tanken wanneer een mij zeer bekende Suzuki mini SUV achter me aansluit. “Eckart zoekt je,” zegt Astrid en kijkt me onderzoekend aan. “Zal best,” antwoord ik een soort van betrapt, “maar ik heb even m’n mobieltje afgesloten.” Ze weet genoeg en zegt, “we praten zo thuis wel, ik ga eerst tanken, daarna haal ik wat boodschappen op bij Safeway.” Ik geef haar een kus en vervolg m’n weg naar huis. Zonovergoten ligt onze ‘American Dream’ op me te wachten. Astrid moet zich gehaast hebben, want niet veel later parkeert ze naast me.

In wezen staat ons hele hebben en houden in Californië op het spel, maar weegt dat op tegen m’n gezondheid, dat is de vraag. Ik zet m’n mobieltje weer aan en zie dat zowel Eckart als Gary meerdere malen geprobeerd hebben me te bereiken. Tevens dringende verzoeken op mijn voice mail om hen terug te bellen. Allereerst leg ik Astrid de situatie uit zoals die zich heeft afgespeeld. Ze kent me, ze weet dat een dergelijk voorval de volgende keer kan escaleren, en daar is niemand bij gebaat. Na alle voors en tegens te hebben afgewogen, besluiten we dat Eckart en ik nog één maal een gesprek dienen te voeren dat tot een positieve voortgang moet leiden. “Ook vanwege de kinderen,” houdt Astrid me voor. “Okay, dan ga ik eerst Gary informeren,” antwoord ik, de mobiele telefoon al in m’n hand. Gary hoort het opvallend rustig aan, wellicht beïnvloed door Eckart. Hij reageert pas, tegen de gewoonte in, wanneer ik uitgesproken ben. “Pete, right now it would be a disaster if you leave Ex’pression. Make peace with Eckart, please,” tracht hij me te overreden. Na nog wat heen en weer gepraat, beloof ik Eckart onmiddellijk te bellen en verbreek de verbinding. Eén ding is zeker, ik ga me absoluut niet verontschuldigen. “Ha die Peet,” neemt Eckart op alsof er niets gebeurd is. Dat kan ik ook en zeg, “je hebt me gebeld.” Even stilte, waarna Eckart zegt dat we zo niet met elkaar om kunnen gaan en dat we één op één met elkaar moeten proberen om weer een schone lei te krijgen. Hij stelt voor dat ik zaterdagmorgen om tien uur bij hem thuis in Berkeley een kopje koffie kom drinken. “Goed, doen we, ik zal er zijn,” hou ik het kort. We maken er thuis een gezellige vrijdagavond van, we zijn goed in het verbergen voor de jongens. Wanneer ik ’s ochtends via Shattuck in Berkeley naar Hilgard rij, waar Eckarts fraaie woning is gelegen, komt één uiting van Astrid keer op keer terug in mijn hoofd: “ook vanwege de kinderen”. Het zal wat tongbijten worden, maar wanneer het redelijk blijft, dan gaat het lukken. Wel verbaas ik me keer op keer over de ‘mood swings’ van Eckart. Gary liet een keer uit z’n mond vallen dat Eckart naast z’n regelmatige wietgebruik ook van tijd tot tijd aan de XTC zit. Dat zou wel eens een en ander kunnen verklaren. Maar ook het voortdurende gekissebis met zijn partner Dontje, die absoluut een kindje wil, zal hem hier parten spelen. Immers, Eckart op z’n 63e, moet er niet aan denken. Met die gedachten in m’n hoofd klop ik aan in Eckarts ‘garden of Eden’. Met een ‘big smile’ opent Eckart de deur:

Archieffoto

“Zo pik, mooi op tijd, als altijd,” gaat hij me voor naar de ‘living room’. Verse koffiegeuren uit de keuken verraden voorbereiding, alsmede een variatie aan ‘cookies’. Eckart steekt van wal; “wat gebeurde er nou in The Townhouse,” vraag hij onschuldig. Ongeloof straalt van m’n gezicht en Eckart haast zich te zeggen dat het waarschijnlijk ongepast was. Ik begin maar mijn verhaal te vertellen, zo goed als identiek aan de e-mail die maar als niet geschreven beschouwd moest worden, maar zonder boosheid. In alle rust beschrijf ik de mensen met wie wij te maken hadden of hebben; van Van Mackelenberg tot Monstrey, en het hele circus Jeroen Bosch daar tussenin. Vervolgens de brandstichters, zoals hij en Bram Zwagemaker, die zich te pas en te onpas er ook nog eens tegenaan bemoeien. Eckart luistert geïnteresseerd en nadat ik klaar ben komt hij met verse koffie aanzetten. “Maar wat wil je dan,” vraagt hij tijdens het inschenken. “De lijn volgen als geschetst door jullie, en dat heb ik Frank Monstrey ook laten weten,” antwoord ik. “Jullie zouden in beeld moeten komen tijdens de boardmeetings, tenzij onvoorziene omstandigheden zich voordoen,” vervolg ik. Eckart lacht licht geïrriteerd en bromt, “ik dacht dat je de Belg niet mocht.” Ik neem ’n slok koffie om m’n gedachten te ordenen en maak m’n punt; “dit is de lijn als door jullie geschetst, dus gaan we het in ieder geval proberen.” Eckart knikt en vraagt, “verder nog iets.” Eigenlijk een teken dat we klaar zijn, maar dat is okay. “Gaan we proberen, Peet,” zegt hij, terwijl hij me uitlaat. Het bestand, wanneer je het zo kunt noemen, houdt een dag stand. Hij kan het niet laten. Een opmerking van mij over een suggestie van Frank Monstrey om Ex’pression uitbreiding plaats te laten vinden middels noodlokalen, wordt zondags door Eckart aangepakt:

Sarcastisch wanneer hij stelt dat noodlokalen niet alleen geplaatst worden in de achtertuinen van het achterlijke entrepreneurloze België, maar ook in de gereguleerde Verenigde Staten. Hij sluit wel af met ‘love and kisses’. Het antwoord is simpel; wettelijk kan het niet, je moet per 1000 square feet drie parkeerplaatsen hebben, die we niet hebben, alsmede de grond om de noodlokalen op te plaatsen. En dat laatste hebben we ook niet, dus dat zou ten koste gaan van, inderdaad, parkeerplaatsen! Ik besluit om dit spel mee te spelen en het te onderzoeken. Maandag schrijf ik m’n e-mail response met eveneens een licht sarcastische ondertoon.

Het lijkt weer ‘business as usual’ wanneer toegezegde gelden niet worden overgemaakt en ik persoonlijk weer $20.000 moet voorschieten om de salarissen te waarborgen. Lang leve het Laanen huis als degelijk onderpand; ‘a true American Dream’! Bram Zwagemaker probeert ons een boardmember in de strot te duwen die volgens ons niet echt gekwalificeerd is. We sturen hem een artikel over dat individu, dat hij niet leest. Gary lost het middels een hilarische e-mail op z’n eigen wijze op, zonder mij officieel te kopiëren.

Volgende week: de e-mail van Gary naar Bram Zwagemaker, die zich op zijn beurt weer kwaad maakt over kosten die Ex’pression weigert te betalen. Frank Monstrey probeert een wig te drijven tussen Gary en Peter door uitgebreid alleen Gary aan te schrijven.