“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 98

De strijd met Bram. De onverwachte komst van Frank Monstrey, alias ‘De Belg’. Een dure CFO propositie.

Ik parkeer de auto vlakbij de lift en begeef me naar ‘International Arrivals’. Aangezien Bram altijd als eerste na de douane een saffie wil opsteken, neem ik ruim de tijd. Het is zondagmiddag druk op SFO, niet ongezellig, vliegvelden hebben me altijd al een apart gevoel gegeven. Op het beeldscherm zie ik Bram zich al een weg banen naar de elektrische schuifdeuren. Zodra hij me ontwaart stapt hij op me af, begroet me en zegt; “zo, ben ik er effe aan toe.” We lopen naar de buitencorridor met de grote roestvrij stalen asbakken. Na de gebruikelijke prietpraat over “goede reis gehad” en “ben je fit”, vraagt Bram verbaasd waarom Astrid er niet bij is. Ik leg hem uit dat Astrid liever het gesprek over wilde slaan mocht het inderdaad leiden tot elkaar voor rotte vis uitmaken. Bram steekt peinzend een tweede sigaret op en mompelt slechts, “okay.” Zwijgend lopen we naar m’n geparkeerde auto waar Bram naast me plaatsneemt. Op de ‘101’ aangekomen, onderweg naar Berkeley, belanden we in het zicht van San Francisco in een uiterst langzaam rijdende file. Het lijkt me het juiste moment om Bram te vragen wat er met Eckart aan de hand is. “Hoe bedoel je,” vraagt hij. Hij vraagt naar de bekende weg, maar goed. Omstandig leg ik hem nogmaals uit over uitgevaardigde richtlijnen, wegloopgedrag en als ultieme voorbeeld waarom hij, Bram Zwagemaker, hier de vrede moet komen herstellen, terwijl de Belg de leiding heeft over het imperium. Bram zucht, gaat eens door z’n grijze haardos, en begint een verhaal dat meer dan twintig jaar teruggaat. Het is het verhaal van Eckarts scheiding, waardoor hij wegens geestelijke afwezigheid de greep op BSO kwijtraakte. Terwijl Bram monotoon de feiten oplepelt, gaan m’n gedachten terug naar een augustusavond in 1990 met Astrid bij Eckart in Driebergen. Ook toen somberde hij over zijn op de klippen gelopen relatie met Marijke. Overigens nam hij daar grotendeels de schuld van op zijn schouders. Hij opperde zelfs nog een huizenruil met ons in Loosdrecht omdat haar invloed op de inrichting in Driebergen zo nadrukkelijk aanwezig was. “Ja,” brengt Bram me weer terug in de file, “wanneer Johan Vunderink en ik niet het voortouw genomen hadden, dan was de boel bij BSO helemaal uit de klauw gelopen.” Triomfantelijk kijkt hij opzij. “Maar Bram,” verwonder ik me, “wat heeft dat met de huidige situatie te maken.” Inmiddels zijn we op de Bay Bridge aanbeland en is de avondschemering ingevallen. Zo te zien verlangt Bram alweer naar een peuk. “Kijk,” begint hij agressief, “jij kan wel tegen Frank Monstrey aanzeiken, maar hij is degene die nu hetzelfde vuile werk doet omdat heer Wintzen van zijn Ex’tent portefeuille een zootje gemaakt heeft.” Zo, die komt aan. In stilte rijden we door naar Hilgard. Wanneer we daar aankomen is inmiddels de duisternis ingevallen. Bram opent de deur en vraagt me de lichten aan te doen, zodat hij nog even kan paffen. Met m’n gedachten nog bij Eckart, krijg ik in het donker een schok, ik zie hem als het ware bij de open haard:

Alsof hij zeggen wil “geloof niet alles wat ze je vertellen”. Haastig schakel ik het licht aan, een rilling loopt over m’n ruggengraat. ‘Creepy’. Bram loopt naar binnen, haalt een fles chardonnay uit de koelkast en schenkt twee flinke glazen in. “Proost Peet, op een positieve week,” toast hij. We gaan zitten en ik haal m’n ‘yellow pad’ notities tevoorschijn.

“Christeneziele,” foetert Bram, zoveel tijd hebben we niet. “Valt wel mee Bram,” het zijn maar drie pagina’s,” antwoord ik, zonder geestig te willen zijn. Alhoewel mijn pijlen ook op Eckart gericht zijn, komt het merendeel toch op het bord van Frank Monstrey. Zonder me te interrumperen neemt Bram de litanie tot zich: “de leidersrol die Monstrey is toebedeeld, is niet aanwezig. De organisatie als anderhalf jaar geleden geschetst functioneert niet. Berichtgeving wanneer gelden niet overgeboekt zijn ontbreekt, dus salarisbetalingen in gevaar. Eckart die iedere keer de flow van de boardmeetings verstoort. Notulen die niet of nauwelijks gelezen worden. Plotsklaps moeten er cijfers geproduceerd worden zonder dat er een reden voor gegeven wordt. En dan dat ongelooflijke ‘not sent, not received, not read’ gezeik, dat noemen we hier ‘amateur hour’. Onze arbeidsovereenkomsten en ‘stockoption agreements’ die nog steeds niet officieel zijn. Al die misverstanden die ontstaan vanwege lokale onkunde. Frank Monstrey die mij links en rechts dumpt.” Even haal ik adem en besluit; “de heer Monstrey heeft een hele grote broek aangetrokken, weet álles beter, en heeft mijns inziens nog niets gepresteerd.” Bram kijkt me strak aan en vraagt, “bejje klaar.” Om even tijd te winnen haal ik de fles chardonnay uit de koelkast en zorg voor een ‘refill’. Bram steekt van wal; “na wat ik je in de auto al vertelde, kun je van mij aannemen dat Frank zich twee slagen in de rondte werkt.” Daar val ik hem gelijk in de rede; “nou, daar kunnen wij anders niets van merken.” Bram kijkt me kil aan en zegt slechts, “zoals ik al zei, neem dat van mij aan, tenzij je vindt dat ik lieg.” Zover ga ik niet, dus doe ik er het zwijgen toe. “Dan heb ik nog een nieuwtje voor je,” vervolgt Bram, “Frank komt woensdag binnenvliegen.” M’n mond valt alleen geestelijk open. “Buiten gesprekken met de financiële mensen, is er tevens een meeting gepland met een gereputeerde headhunter, aanstaande vrijdag.” Sarcastisch vraag ik of ik m’n eigen profielschets moet invullen. Bram negeert m’n opmerking en zegt slechts, “je weet dat er behoefte is aan een sterke CFO.” Bram gaat door met te herhalen dat Eckart goed is voor z’n woord voor wat betreft de overeenkomsten met Gary en mij, en dat ik niet zo licht aangebrand moet zijn. Na een enigszins heftige woordenwisseling besluit ik naar huis te gaan, en voeg Bram alleen nog toe dat het goed praten is vanaf de zijlijn. “Schieten op door ons geproduceerde resultaten of geprognotiseerde doelen is makkelijk, kom zelf eens met iets,” zijn mijn laatste woorden. Bram is onbewogen; “kom goed thuis Peet,” roept hij me bij de deur na. Voorzichtig rij ik dwars door Berkeley richting highway 24. Thuis aangekomen vraagt Astrid, “hoe ging het.” Ik geef haar een kus en zeg, “goed.” Na het ritje van 35 minuten heb ik het al van me afgeschud, woensdag komt een nieuwe klas binnen, hetgeen me altijd vrolijk maakt. Nummer 25, een jubileumgetal. Eigenlijk loopt alles op rolletjes, Bam gedraagt zich voorbeeldig in de diverse meetings en stelt intelligente vragen. Dinsdagavond heeft hij een party georganiseerd bij Eckart thuis voor de hele managementlaag, hetgeen in zeer goede aarde valt. Woensdag is hij getuige van het onthaal en daaropvolgend liefdesfeest van de ‘freshmen’ van klas 25, en bekommert hij zich godzijdank om de binnenkomst van Frank Monstrey. Het wordt een onrustige nacht, op een of andere manier droom ik van de heilige drie-eenheid Bram, Eckart en Frank, en tegelijkertijd komen ze over als een soort maffia familie, met Bram als de oude beschermheer en Frank als de ‘new kid on the block’.

Ik douche het ’s ochtends van me af, en wanneer ik donderdagmorgen rond zeven de kinderen met een dolletje gedag zeg, beloof ik Astrid met een dikke pakkerd het na het diner niet al te laat te maken. Ik kan het niet nalaten om te zeggen, “ja, of ik voor m’n plezier met Frank uit eten ga.” Ze kan er wel om lachen. ‘Frank Monstrey dag’ is aangebroken. Onderweg naar Emeryville doe ik m’n normale voorbereiding en zing luidkeels mee met Bruce Springsteen, kopje koffie in de ‘cupholder’. Voordat Bram en Frank arriveren, neem ik met Gary de dag door. Eerst een rondje met ons vier, vervolgens de financiële mensen, waarna om half zeven diner volgt met ons vier, aangevuld met COO Chris Coan, ook een man met een rijk showbusiness verleden. “And don’t forget Gary, tomorrow just a short meeting with you and Kelly, because ten o’clock we have the headhunter meeting.” Even op scherp zetten, zeker voor wat betreft Kelly. Gary aarzelt geen moment en zegt slechts, “it’ll cost us a fortune.” Zeker weten, afhankelijk van wat een nieuwe CFO’s jaarsalaris wordt, zal het honorarium voor de headhunter minstens daar een kwart van bedragen, dus algauw zo’n $40.000. En dat met een cashflowpositie waarbij elke ‘dime’ omgedraaid moet worden. Op de gang hoor ik Brams stem al, hetgeen veroorzaakt dat ik pontificaal achter m’n bureau plaatsneem. Als eerste verschijnt Frank in de deuropening met een lach van oor tot oor; “Peter, wat een genoegen om weer hier aan te mogen schuiven,” luidt zijn openingszin. Gary is daar goed in, hij geeft Frank een hug en zegt, “so good to see you Frank, did you lose weight.” Het enige wat in me opkomt is de vraag wat voor invloed, of greep, de Belg heeft op de erudiete Eckart.

Volgende week: de reguliere meetings, inclusief hier en daar een uitval, en de verbijsterende propositie van de headhunter.