“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 107

Zelfs financiering van Eckarts huis in Berkeley komt ter sprake. De Belg ligt dwars in de onderhandelingen over mijn overeenkomsten.

Na een vlucht van ruim anderhalf uur landen we in Oakland. Lekker klein, dus in een wip bij onze geparkeerde auto. Tijdens ons ritje naar Concord met wat ‘small talk’, problemen kunnen we na de Arcade perikelen wat lichter ter zijde schuiven, sorteert Astrid alle snuisterijen, die thuis juichend worden ontvangen. Opa en oma melden trots dat de kinderen écht niet verwend zijn. Het absolute zwijgen van de kinderen spreekt boekdelen. Het is goed, de orde kan weer hersteld worden. Met een glimlach, dat wel. Zondagmorgen ga ik hoopvol op de weegschaal staan. De wijzer doet er te lang over voor het bereiken van de eindbestemming. Wat volgt is de genadeloze uitslag: obees. 97,8 kilo oftewel 30,19 op de BMI schaal. Ziet er voor mij even erg uit als een heftige aardbeving op de schaal van Richter. “En,” vraagt Astrid. “Viel mee,” antwoord ik nonchalant en loop de trap af naar de keuken. Dat wordt een licht ontbijt. Later gaan we op bezoek voor een dinerafspraak bij buren JoAnn en AnnMarie. Het valt hen op dat ik vrij weinig eet. Ik veins een lichte maagstoornis. Ja, je moet wat. We verontschuldigen ons behoorlijk vroeg voor ons doen, want morgen wachten me sowieso twee managementteam meetings. Terwijl Astrid zich nog wat met haar ouders onderhoudt, zoek ik de beschutting op van onze slaapkamer. Zodra m’n hoofd het kussen raakt, val ik in een diepe slaap. Midden in de nacht schrik ik op uit een nachtmerrie. Niet zomaar een nare droom, het had als onderwerp Frank en Eckart, bezweet verstrengeld in een compromitterende houding, terwijl Bram met een peuk in z’n mond hen aanmoedigde. Even voordat ik eruit ontwaak, concludeer ik dat dat dus het gene is wat Frank macht over Eckart geeft. Recht overeind schud ik dat absurde idee van me af, hoewel een stemmetje in m’n achterhoofd me maant het niet te verwerpen. Maandagmorgen, tijdens m’n rit naar Ex’pression, blijft het in m’n gedachten spoken. Stel je eens voor! De ‘Big MT’ verloopt vlot, alle blokhoofden verstaan hun taak en voordat ze terugkeren naar hun klaslokaal of studio, krijgen we de ‘thumbs up’ voor het gevoerde beleid. Tijdens de daaropvolgende ‘Small MT’ met Gary, Espi Sanjana en Chris Coan, overhandigt Espi zijn response op een e-mail van Frank Monstrey. Buiten de onderhandelingen met banken over reguliere financiële zaken, schijnt nu ook Eckarts huis in Berkeley op het offerblok te komen. Hebben we bij financiering van Ex’pression het probleem dat de aandeelhouders buitenlanders zijn, dan geldt dat niet voor het zeer aantrekkelijk bezit van Eckart in de Berkeley ‘hills’. Het enige dat Gary zich hardop afvraagt is “what happened with the fucking billions of God Wintzen”. Dat zingt rond in mijn kantoor, echter geen van de aanwezigen waagt zich aan een antwoord. Vanmiddag bespreek ik het verder met Espi tijdens onze financiële meeting. Belangrijker nu is morgen de oriëntatie-dag van klas 29 en de komst van Jan-Ru Muller. Espi kent onze bezwaren tegen de Belg, dus ook diens rechterhand. Hij bezweert echter met Jan-Ru een goede band te hebben en op niveau met hem te kunnen samenwerken. Daar laten we het bij. De verse studenten van klas 29 brengen, net als bij elke voorgaande oriëntatie, een golf van enthousiasme teweeg. Adrenaline vloeit rijkelijk. Dat is ook van invloed op Jan-Ru, die in de loop van de middag arriveert en het ook vol enthousiasme opsnuift. Echter, bij Espi in het kantoor beklaagt hij zich over de door ons geleden verliezen. “Do you know Google,” vraag ik hem. “Sure,” is zijn korte antwoord. Ik laat hem weten dat Google, toevallig een jaar voor ons operationeel geworden, de eerste twee jaren alleen al een verlies leed van meer dan $20 miljoen. Espi voegt daar met een brede grijns aan toe dat Google investeerders heeft met niet alleen ‘deep pockets’, maar ook ‘vision’.

Espi Sanjana, CFO Ex’pression College for Digital Arts

Jan-Ru brengt wat zwakjes in “we’re Dutch, we save money for a rainy day.” Geduldig leg ik uit dat Ex’pression als een snelgroeiende plant is, “we need pokon!” Aan een verbaasd kijkende Espi leg ik uit dat ik ‘pokon’ als metafoor gebruik voor benodigd geld. Ik laat de twee mannen achter om de cashflow behoefte voor de rest van het jaar te bepalen, dat overzicht krijg ik morgen wel. De volgende morgen haal ik Jan-Ru op in Berkeley, iedereen die nu vanuit Nederland overkomt slaapt wegens de financiële situatie in Eckarts huis. Overigens niets mis mee. Jan-Ru is vol lof over Espi, maar dringt er bij mij aan in te binden wanneer ik in discussie ben met Eckart en Frank. “Met honing bereik je meer dan azijn, Peter,” bezweert hij. Ik ga niet eens in discussie met hem, maar moedig hem aan alle stukken vanaf 1998 chronologisch door te nemen. “De honing is de laatste vijf jaar tevergeefs aangewend en geconsumeerd, nu rest van tijd tot tijd slechts azijn,” zeg ik. “Terwijl ik behendig bij Ex’pression inparkeer, geef ik hem een joviale tik op z’n schouder en stuur hem naar het kantoor van Espi. “Happy spreadsheeting,” roep ik hem nog na. Alle vertrouwen in Espi. Een drukke dag eindigt met een hapje eten met Harry de Winter en diens vrouw Hanneke, waar ze Astrid ook bij uitgenodigd hebben. Harry, Zuid Frankrijk relatie van Eckart, bekend als oprichter van IDTV, mega succes met Lingo en het muziekprogramma ‘Wintertijd’, is al eerder bij ons geweest met zoon Daan.

Harry de Winter. Bron: Het Parool.

Temidden van een geanimeerd gesprek, kan Hanneke een speciaal verzoek niet voor zich houden; “nu Daan is ingeschreven voor Ex’pression, maken we ons zorgen over zijn behuizing.” Twijfelend naar Harry kijkend, neemt die het gesprek over, “het komt erop neer dat we jullie willen verzoeken Daan de eerste maanden onder jullie hoede te nemen.” Astrid en ik kijken elkaar aan en wisselen een blik van verstandhouding. “Is goed,” zegt Astrid, “dat zal goed gaan met onze jongens, zolang Daan zich aan de huisregels houdt.” Dat valt dermate goed dat Harry champagne laat aanrukken. Als het ware vallen bij Hanneke de vouwen van bezorgdheid uit haar gezicht. Met dikke knuffels nemen we afscheid van elkaar. Astrid begrijpt de zorgen van Hanneke als geen ander, ze maakt zich echter meer zorgen over het uitblijven van het antwoord van de Belg. Twee weken zijn er al verstreken sinds mijn laatste voorstel. “Morgen bel ik Jim Topinka,” besluit ik, “hopelijk kan hij een doorbraak bewerkstelligen.” Moet ook wel, bedenk ik stilzwijgend, anders lopen de ‘lawyer fees’ gierend uit de klauw. Tot mijn stomme verbazing verneem ik de volgende dag dat Bram Zwagemaker en Frank Monstrey woensdagmorgen de 14e een afspraak hebben geprikt bij het kantoor van Jim Topinka. Omdat ze er toch zijn vanwege de boardmeeting. Uiteraard verwachten ze mij er ook bij. Tevens dringt Bram aan op een ‘gezellig’ dinertje met Astrid en mij. Eén ding is zeker, het weekend dat ik gereserveerd heb voor Astrids ouders en de jongens laat ik er niet door versjteren. Gary is daadwerkelijk flabbergasted; “these fuckers will do anything to ruin our week, don’t they.” Merkwaardig genoeg hebben Bram en Frank, voor zover ik weet, geen afspraak met Gary gemaakt. Klaarblijkelijk wordt mijn overeenkomst de mal voor Gary. Ik beloof Gary op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Zaterdagmorgen breekt aan met stralend weer, geen tijd voor geneuzel, laat de pret overheersen! En dat doen we die zaterdag ook, met z’n allen op het Sunol stoomtreintje door prachtig Niles Canyon en ’s avonds genieten van een heerlijk diner bij buren Nydia en Phil. Zondag is het Moederdag. Het wordt gevierd op het water, op uitnodiging van vriend Marc Dronkers. Aangekomen op Angel Island komen de picknick spullen tevoorschijn.

V.l.n.r. Astrid, Ivar, ik met verkeerde streep, Kaj, oma Riet en Bo-Peter

Angel Island, onder de rook van San Francisco, is mooi, maar staat ook bekend als het eiland waar Amerikaans-Japanse burgers geïnterneerd werden na de aanval van Japan op Pearl Harbor, het begin van de tweede wereldoorlog voor de Verenigde Staten. Al met al is het zo’n weekend waar je helemaal bijtankt en de hele familie echt ‘happy’ is. Zelf ben ik helemaal klaar voor de schermutselingen die volgende week ongetwijfeld gaan plaatsvinden.

Volgende week: stormachtige bijeenkomst met Bram en Frank bij Jim Topinka. Of we eruit komen valt te betwijfelen. Het ‘gezellige’ diner met Bram.