“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 108

Stormachtige bijeenkomst met Bram en Frank bij Jim Topinka. Of we eruit komen valt te betwijfelen. Het ‘gezellige’ diner met Bram.

Maandag is ‘business as usual’, maar de met spanning tegemoet geziene dinsdag trekt als een saaie brei aan activiteiten voorbij, inclusief de boardmeeting. Eckart heeft het voorzitterschap aan Bram overgelaten, die alle punten zodanig snel behandelt dat je het idee krijgt dat hij iedere keer naar een sigaretpauze toewerkt. Ook het diner is inspiratieloos. Ik ben blij dat ik m’n Chrysler onder m’n kont heb en naar huis kan rijden. “Morgen,” praat ik Astrid bij, “ is wellicht de belangrijkste dag wanneer ik Bram en Frank bij m’n ‘lawyer’ Jim Topinka in San Francisco tref.” Afronden, hamert het in m’n hoofd gedurende een groot deel van de nacht. Om het verkeer op de Bay Bridge te ontwijken, hebben we om 11.30 afgesproken. Tien minuten daarvoor meld ik me bij de receptie om tot m’n verbazing te constateren dat ‘gentlemen’ Zwagemaker en Monstrey ‘already checked in’. Dit is echt zo’n ‘what the fuck’ moment. De heren zitten genoeglijk met Topinka te redekavelen of ze elkaar al jaren kennen. M’n angstige vermoeden dat hier handjeklap gespeeld wordt, versterkt door een al te joviale begroeting, wordt bevestigd door de introductie van Jim Topinka. “In reality…..be realistic…who determines fair value….”

Archieffoto James “Jim” Topinka

Uiteindelijk komt het erop neer dat Bram en Frank een half uur de tijd gekregen hebben om hun casus uit te leggen en dat Topinka er grotendeels mee instemt, daarbij mijn argumenten negerend. Bram en Frank zitten er als spinnende katers bij en mengen zich af en toe agressief in de discussie wanneer Topinka het overzicht kwijtraakt, of er een aanvulling van mijn kant komt. Na 45 minuten ben ik het beu, sta op en wens alle heren ‘a fine day’. Frank roept me nog na dat hij een en ander zal bevestigen zodat we het vanmiddag af kunnen ronden. De gedachtenbubbels boven m’n hoofd schreeuwen “fuck you”, maar zonder een woord te zeggen been ik naar de lift. Onderweg naar de Bay Bridge meld ik onze assistente Pat dat ik vanmiddag thuis werk aan wat papierwerk dat al m’n aandacht nodig heeft. Astrid werkt, de kinderen zijn naar school, dus dat geeft me genoeg tijd om over de ontstane situatie na te denken. M’n privé kantoor bij ons thuis in Concord is daarop ingericht. Niet lang daarna klok rolt de e-mail van Frank binnen die het lef heeft om te beginnen met ‘as agreed upon’, en bovendien Gary Platt in kopie meeneemt, die daar geen kloten mee te maken heeft. Om te bedaren haal ik uit de koelkast een glas water tot aan de rand gevuld met ijs, met dank aan de ‘ice maker’. Gaat die zak bij het onderdeel ‘stock options’ uitleggen dat het mogelijk is dat je bij uitoefening wellicht geen meerwaarde hebt. Hij heeft geen idee dat we er veel meer verstand van hebben dan hij, de oen. In ieder geval geeft hij toe dat de ‘fair market value’ bepalend zal zijn. Maar, weer tijdverlies, dat moet door een derde partij bepaald worden. Hoezo dat? Het gaat om de marktwaarde aan het begin van de rit, niet nu. Volgende punt: arbeidsovereenkomst. Er is een mondelinge overeenkomst voor zes maanden opzegtermijn, men ziet geen basis om dat te verlengen naar twaalf. Oké, dat geeft eens te meer aan dat de groene kaart voor ons een noodzaak wordt wanneer we in de Verenigde Staten willen blijven werken. Laatste, en heel belangrijk punt: uitkoop van mijn aandelen of ‘stock options’ bij vertrek. Ze voelen zich niet verplicht om mijn deel in te kopen, maar ik mag wel mijn opties behouden en uitoefenen. Dat ziet er leuk uit, maar wanneer je er niet meer bent, heb je geen enkele invloed meer op de koers van Ex’pression. Dat moet dus nader onderhandeld worden. Frank ziet ernaar uit om een en ander verder vandaag uit te onderhandelen. Nou, ik niet. Allereerst wil ik dit bespreken met Topinka, waar ik sowieso nog een appeltje mee heb te schillen, en op zeker wil ik er een getuige bij hebben. En die getuige heet niet Bram Zwagemaker! Dit schrijf ik ook aan Frank, die teleurgesteld reageert. Vervolgens laat ik hem nog weten dat ik uiteraard het eerst met Topinka wil bespreken en wanneer hij wat eerder op mijn voorstel van 23 april had gereageerd, we het ook eerder af hadden kunnen wikkelen. Met een nijdige tik op de ‘send’ knop vindt deze e-mail z’n weg naar Frank. Tijd voor een ‘dear Jim’ e-mail naar Topinka. Ik vertel hem rechtstreeks dat hij z’n mening 180 graden wijzigde en dat hij mijn ‘sweat equity’ deel zelfs niet ter sprake heeft gebracht. En vergeet niet Jim, dat jij degene bent die mijn e-mail van 23 april juridisch onderbouwd hebt, voeg ik er nog giftig aan toe. Natuurlijk reageert Jim ‘very surprised’ op mijn e-mail en meent dat de investeerder een nog gunstiger positie had kunnen innemen voor wat betreft de aandelen gezien de hogere investeringen. De beginperiode en de beloftes van Eckart worden bij deze helemaal onder het tapijt geveegd. Topinka meent dat ik een ‘business decision’ moet nemen of een rechtszaak moet beginnen om een en ander af te dwingen. Dat behoeft een andere collega van hem, ene Jon Michaelson. Fijntjes sluit hij af met de zinsnede dat dit best invloed zal hebben op mijn huidige positie, om maar niet te spreken van de kosten. Nog even een stomp in m’n maag. Hier moet ik even goed over nadenken, en ook met Astrid bespreken. Ik meld Topinka dat ik het weekend neem om het te overdenken. Daarnaast speelt het diner met Bram Zwagemaker een rol. Enerzijds om de sluwe vos enigszins uit te horen, anderzijds kan Astrid hem tijdens een sigaretpauze vragen wat ze met de familie Laanen van plan zijn. Astrid kan zich daar helemaal in vinden. Ik heb een tafel gereserveerd bij ‘The Townhouse’ om 19.30, maar moet daarvoor nog even m’n gezicht laten zien bij een ‘chamber mixer’ in Berkeley.

Als beoogde voorzitter dien ik m’n rondjes te maken, en dat doe ik ook. Vervolgens racen naar het BART MacArthur station in Oakland, waar ik Astrid ophaal. De BART trein uit Walnut Creek is stipt op tijd en Astrid wurmt zich door de ‘toll exit’ naar mij. Onderweg zijn we het er over eens om geen stennis te maken, maar rustig aan te horen wat de plannen zijn. Nadat de ‘valet’ bediende van het moment onze auto aan het parkeren is, verwondert het ons niet om Bram bij de buitenasbak aan te treffen. Hij begroet ons als oude vrienden en is zeer te pruimen. Tijdens het voorgerecht wordt uitsluitend over familie aangelegenheden gesproken en is de stemming aangenaam, maar we zijn op onze hoede. En niet ten onrechte, juist wanneer ik de eerste hap van mijn filet mignon in m’n mond steek, begint Bram een tirade waarom we aan Eckarts woorden twijfelen en waarom we niet meer vertrouwen hebben in Frank Monstrey. Astrid die me al rood ziet worden neemt gelukkig het woord en vraagt Bram of hij wel weet hoezeer dit aan ons als familie knaagt. Bram blijft hameren op vertrouwen en veegt het feit dat we hier al een kleine vijf jaar mee bezig zijn van tafel. Van de aimabele Bram is weinig overgebleven.

Hij herpakt zich; “Astrid, wat denk je ervan wanneer we even een rookpauze inlassen,” vraagt hij om het ijs te breken. De twee verdwijnen naar de patio, hetgeen mij tijd geeft om een “Jack on the rocks” te bestellen. Gezonder dan zo’n peuk, maak ik mezelf wijs. Na een kleine 20 minuten komen Bram en Astrid duidelijk geamuseerd terug. Mooi. Wel kijkt Bram me aan met zo’n blik van ‘dat laat je dus door je vrouw opknappen’. “Kijk Peet,” begint hij, “in wezen heb jij je werk hier gedaan, en op niet al te lange termijn zien we je elders in dit grote land een satelliet van Ex’pression opzetten.” Ik ben even ‘flabbergasted’, Dat geeft Bram de gelegenheid om aan te vullen dat Astrid het geen bezwaar vindt om bijvoorbeeld met de familie naar New York te verhuizen. Dat is veel om over na te denken. Ik beloof dat we na dit weekend een beslissing nemen, hetgeen Topinka zal overbrengen, en dring er bij hem op aan om morgen de ‘graduation’ van klas 19 bij te wonen, zodat hij een idee krijgt van datgene wat hier gepresteerd is. Bram is weer ‘joviale Bram’ en neemt met een ‘hug’ afscheid. “Blijft een lekkere tent, Peet,” roept hij me toe terwijl ik afreken. Astrid is opgewekt, en daar ben ik blij om, vooral ook omdat zij het te zijner tijd niet erg vindt om de westkust te verruilen voor de oostkust. Wat Bram betreft ben ik niet zo zeker, binnen twee dagen toonde hij zich een getalenteerde kameleon. Zelfs tijdens ons dinertje. Ik ben niet zo gek op die beestjes.

Volgende week: maandag gaat er een e-mail naar Topinka inzake onze beslissing. We prepareren met onze D.C. ‘lawyers’ ons bezwaarschrift inzake de afwijzing van ons accreditatieverzoek. We spelen ‘hard ball’.