“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 109

Maandag gaat er een e-mail naar Topinka inzake onze beslissing. We prepareren met onze D.C. ‘lawyers’ ons bezwaarschrift inzake de afwijzing van ons accreditatieverzoek. We spelen ‘hard ball’.

Tijdens ons half uur in de auto naar Concord, praten Astrid en ik over ons nieuw te bouwen huis, we surfen heerlijk en opportunistisch op de golf van meerwaarde. We bespreken het risico van instemmen met het voorstel van de Belg, en de geloofwaardigheid van Bram. De troef die we in handen hebben is mijn positie als CEO. Op dit moment zijn onderhandelingen gaande met Quad Ventures inzake kapitaalsuitbreiding en herfinanciering. Uiteindelijk is Quad Ventures door ons aangebracht. Tweede helft augustus word ik in Washington verwacht voor een mondelinge behandeling van ons beroep inzake de afwijzing van onze accreditatie. In beide gevallen ben ik de woordvoerder van Ex’pression, en daarnaast wacht mij later dit jaar het voorzitterschap van de ‘Emeryville Chamber of Commerce’. Terwijl ik dit opdreun zegt Astrid droogjes; “en zondag komen Maarten en Nel aan, maak je daar ook nog wat tijd voor?” Oude buren, goede vrienden. Bij Maartens bedrijf, Schiphol Express, ben ik nog commissaris geweest. Daar kwam ik voor de ongebruikelijke keuze te staan óf commissaris blijven, óf een vriend verliezen. Ik koos voor onze vriendschap. Groot voordeel aan het alcoholfront; Maarten drinkt uitsluitend tonic. Voor wat betreft Nel kunnen we rekenen op een goed glas chardonnay. Gaat een tof bezoek worden met welkome afwisseling. Opgeruimd komen we thuis aan, waar ik Astrid beloof het komende weekend een ‘dear Jim Topinka’ brief te componeren. Vrijdagmorgen steek ik me in m’n ‘graduation’ kleren. Belangrijkste daarbij is de stropdas voor die speciale dag. Een stropdas die een boodschap uitstraalt naar de studenten die afgestudeerd zijn, en veelal niet wilden deugen voor traditionele studierichtingen. Maar ook een boodschap naar Bram toe. Het moet gaan over ‘courage’, ‘don’t let them fuck with you’, en het moet van doen hebben met ons motto ‘make your passion your profession’. Dankzij hun doorzettingsvermogen wacht hen een mooie baan in de entertainment industrie. ‘They kept their eye on the ball’, praat ik in mezelf. Dat is het, met voetbal in opmars in Amerika, geeft mijn KNVB das dat allemaal weer:

“Smash hit,” roep ik uit, en uiterst tevreden ga ik op weg na de slaperige, verbaasde familieleden enthousiast met een ‘happy Friday’ geknuffeld te hebben. Onderweg schakel ik van de ellende van KCBS over de oorlog in Irak over naar KROCK om zingend in de juiste stemming te komen. Wanneer ik bij Ex’pression, via de geluidsstudio’s, naar mijn kantoor loop, geniet ik van studentencommentaren als; “looking good boss” en “wow, you look spiffy”. Ook Gary ziet er voor zijn doen goed uit, en heeft zijn ‘Mother Teresa’ speech weer van stal gehaald. Halverwege de ochtend steekt Bram nog even z’n hoofd om de hoek. “Ga je trouwen, knul,” grijnst hij. Vandaag is alles goed, de fotosessie kan beginnen. De meeste studenten zijn op hun paasbest, of wat daar op moet lijken. Wanneer we Meyer Hall in marcheren, Gary en ik voorop, worden we met een luid applaus onthaald van ouders en geliefden. Na de speeches worden de studenten één voor één op het toneel gehaald om hun diploma in ontvangst te nemen en een dankwoord uit te spreken. Tranen vloeien. De receptie die erop volgt, is voor ons genieten van de lovende woorden die ons ten deel vallen. Bram, druk in gesprek met wat ouders, glas chardonnay in z’n hand, krijgt oogcontact, en geeft me een ‘thumbs up’. Voor even is de wereld roze gekleurd, het weekend kan beginnen. Zaterdagmorgen hebben Astrid en ik golfles op Boundary Oaks, maar balsporten zijn niet echt Astrids ‘ding’, dus loopt ze enigszins mopperend op zichzelf rond. Het werkt toch ontspannend na alle emoties. Inmiddels ben ik begonnen aan mijn schrijven naar Jim Topinka. Ondanks alle argumenten die in ons voordeel spreken, inclusief het broze vertrouwen in Bram, nemen we voor dat we ons sowieso concentreren op het verkrijgen van een ‘green card’, en daarmee onafhankelijkheid creëren. Eigenlijk kauwen we er het hele weekend op, en ook een deel van de maandag. Ik wil Topinka wel duidelijk maken dat ik m’n standpunt van 23 april ingenomen heb na afstemming met hem. Als hij toen gezegd had dat het aanbod best redelijk was, dan hadden we ons die tussentijd kunnen besparen. Daarnaast, om heel eerlijk te zijn, wil je absoluut geen kosten op je hals halen om het juridisch aan te vechten. Ook wanneer je wint, zouden de kosten wel eens hoger kunnen zijn dan de baten. Met een lichte zucht van opluchting verzend ik maandagmiddag de e-mail.

Het kan nu toch slechts een kwestie van dagen zijn om dit meerjarenproject af te ronden. Eén maand later: na veel gekissebis en geharrewar verzoek ik onze Belgische ‘vriend’ de benodigde informatie naar Jim Topinka te sturen, zodat de experts direct met elkaar de zaak af kunnen ronden.

Je zou denken dat dit een redelijk verzoek is, maar nee, Frank reageert pissig. Zo van ‘wat nou Brusselse lawyers’, en vervolgt, ‘ wanneer je de documenten bedoelt die ik je laatst overhandigd heb, lijkt het me handiger wanneer jij ze naar Jim Topinka faxed’. Dan laat hij weten de laatste versie niet op zijn systeem te hebben en dat ze sowieso opgemaakt zijn door White & Case in San Francisco. Hij besluit met een regel die me op voorhand zorgen baart; ‘gebaseerd op de inhoud van de kritiek zullen we bepalen hoeveel kosten wij bereid zijn te dragen’. Dat ruikt ernaar dat ze ook die kosten van hun nalatigheid op ons bordje willen schuiven. Kut Belg. Maar goed, ik fax de documenten naar Jim Topinka met het verzoek om een en ander af te kaarten met de juristen van White & Case. Het is weekend, en we gaan wat gezelligs doen met m’n jongste, lievelingsbroer Rob en vrouw Mariette, die al een week af en aan bij ons logeren. Heerlijke gasten om te hebben, ook omdat ze zo zelfstandig zijn.

Rob en Mariette, in Amerikaans Robertus en Maria!

Sommige gasten, zoals m’n oudere broer Aad en vrouw Nel, denken dat wanneer ze bij ons logeren, wij ook vakantie hebben. Niet dus! Nadat ze een saffie opstaken tijdens het ontbijt van onze jongens, en dat in Californië, heeft Astrid ze vriendelijk doch dringend verzocht om te verschijnen nadat de jongens naar school vertrokken waren. Het heeft geleid tot een boekje met regels op de gastenkamer onder het motto ‘je bent van harte welkom, geniet van je vakantie, maar wij moeten werken’. Uiteraard trekken we ook met elkaar op, af en toe ’s avonds, en veelal in het weekend. Of ik niet genoeg aan m’n kop heb, moet ik dinsdag om acht uur ’s ochtends ook nog voorkomen bij het ‘Superior Court of California’ in Concord. Langzaam door een rood licht gereden met drie ‘motor cops’ in zicht, zoekend waar ik Bo-Peter af moest zetten voor een liefdadigheidsevenement van de boy scouts. Geen verkeer, niets, nada, zilch. Die motormuis was niet te vermurwen, ook niet na mijn “officer, this is charity”. Het enige wat hij zei was, “sign here, please”. En daar sta ik nu, deemoedig te luisteren naar het oordeel van de rechter: $355 boete en een aantekening op m’n rijbewijs. De aantekening wordt verwijderd wanneer ik vóór 10 november een dag verkeersschool met goed gevolg afleg. Mopperend verlaat ik het gerechtsgebouw, denkend aan Astrid die voor hetzelfde vergrijp er met een traan en een waarschuwing vanaf kwam. Dat brengt toch een lach teweeg en geeft me ook weer energie om me op te pompen voor een interview met de Oakland Tribune.

Volgende week: Las Vegas conference, opgeluisterd door bijeenkomsten met afgevaardigden van Quad Ventures en onze accreditatie ‘lawyers’. Ongewenst boardmember Judy Hamilton tracht zich in de management bijeenkomsten te manoeuvreren.