“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 114

 Stormachtige bijeenkomst bij Bram Zwagemaker. De brief die ervoor moet zorgen dat ik te allen tijde naar Washington kan. E-mail uitwisseling tussen Eckart en Gary bereikt ‘asshole’ niveau.

Terwijl de KL606 zich een weg naar 10.000 meter hoogte baant, verwondert het me dat het welkomstglas champagne me goed doet. Zodanig dat ik aan het lijstje met bespreekpunten voor de ‘visite’ bij Bram begin: Finalisering saga contracten van Gary en Peter. Espi stockoptions niet vergeten. Onderstreept. Financiële situatie Ex’tent na reorganisatie. Kijken hoe eerlijk Bram is na alles wat al uitgelekt is vanuit Austerlitz. Wie is de baas? Uiteindelijk zou dat de Belg moeten zijn, maar dan springt Eckart of Bram er vol in. Verwarrend. Kan hij Eckart er van weerhouden voor de boardmeeting naar ‘Burning Man’ te gaan? Financiering uitbreidingsplannen. Daar laat ik het even bij, ook al omdat m’n oogleden inmiddels behoorlijk zwaar geworden zijn. Ergens boven Schotland schrik ik wakker, met het ontbijt naast me. Heerlijk om dadelijk weer aan te sluiten bij de familie. Kijkend naar m’n notities voordat ik ze opberg, kalk ik er nog onder dat ik kalm moet blijven. Bram heeft het talent om het bloed onder je nagels vandaan te halen. Zoals altijd zeil ik na de landing geroutineerd door alle formaliteiten en spoed me naar de bagageband. Wachtend op m’n koffer zie ik Astrid door het glas al naar me zwaaien. Voelt goed. Na een innige omhelzing lopen we naar de parkeergarage en praat ik haar bij. Ze ziet op tegen de vrijdagavond ‘visite’ bij Bram en Lidy-Ann. Mijn notities stellen haar gerust, de afspraken de komende dagen niet. Vandaag rustig aan bij haar ouders in Vinkeveen, morgen onder andere lunch met Chris Mos bij het gemeentehuis in Den Haag. De Burgemeester, Wim Deetman, heeft interesse getoond om in Den Haag een Ex’pression satelliet op te starten. Vrijdag voordat we ons naar huize Zwagemaker in Bilthoven begeven, eerst naar ziekenhuis Ouderijn in De Meern waar broer Aad herstelt van z’n bypass operatie. Het weekend brengen we wisselend door bij de volwassen kinderen uit m’n eerste huwelijk, en dat besluiten we zondagavond met een dinertje bij Eckart vertrouweling Birgitta. De tijd om dit alles doorgesproken te hebben is evenredig aan de reistijd naar Vinkeveen. Om me van m’n jetlag af te helpen, alsmede de knuffels van de kinderen, staat er al een droge sherry op me te wachten. M’n schoonmoeder weet hoe het hoort. Vrijdagmorgen, na een gunstige donderdag doorgeworsteld te hebben, wacht er een e-mail op me met als aanhangsel de brief van ‘lawyer’ Sherry Gray met m’n ‘travel’ vrijwaringsbrief. Die is nodig omdat na 9/11 alle in de Verenigde Staten aanwezige buitenlanders met werkvisa, zoals ik, onderhevig kunnen zijn aan speciale controles. Indrukwekkend advocatenkantoor, zeker weten.

Duidelijker kan Sherry niet stellen dat ik bij deze speciale hoorzitting niet gemist kan worden.

Tevreden toon ik Astrid de brief, hoewel die meer iets heeft van ‘kun je de boel even de boel laten’. En gelijk heeft ze, aandacht voor de kinderen dus. Maar die worden na wat spelletjes door opa weg gesnaaid voor een boottochtje op de Vinkeveense plassen. Hoe leuk is dat. In het ziekenhuis blijkt broer Aad weer het hoogste woord te hebben. Vol bravoure toont hij de ritssluiting midden o p z’n borst. “Geen grapjes maken,” waarschuwt hij, “lachen doet pijn.” Blij voor hem, en in goede stemming laten we hem achter. Op naar de volgende klus, nou ja, visite. Wanneer we aanbellen bij Brams mooie landelijke woning, heeft toch een zekere spanning zich van ons meester gemaakt. Op z’n Brams worden we welkom geheten, nog net geen peuk in z’n mond. “De chardonnay staat gekoeld op jullie te wachten,” opent hij. Hij gaat ons voor naar de ruime zitkamer waar Lidy-Ann ons ook welkom heet. Koetjes en kalfjes en beleefdheden worden uitgewisseld voordat we wat koeien bij de horens vatten. Halverwege mijn betoog over onze contracten valt Bram me in de rede, “zit toch niet zo te zeiken, Peet, Frank is hier echt wel mee bezig.” Als alle bespreekpunten zo worden afgedaan, zijn we snel vertrokken, denk ik. Bram stemt er in ieder geval mee in om een definitieve tijdlijn aan te geven. Ook Espi’s klacht over de stock options doet hij af als gezemel dat Espi maar met Frank moet opnemen. We gaan naar buiten, glas in hand, omdat de rokers daar op aandringen. “Ex’tent,” gooi ik de volgende bal in de lucht. “Nou,” mengt Lidy-Ann zich in het gesprek, “Eckart kocht alles aan wat maar een beetje naar ‘groen’ rook.” Schamperend voegt Bram daaraan toe, “of blonde haren had.” Terwijl hij z’n volgend sigaret aansteekt memoreert hij al het goede werk dat Frank teweeg heeft gebracht met de reorganisatie en aldus Eckart z’n huid heeft gered. “Net als Johan Vunderink en ik, begin jaren negentig bij BSO, gedurende Eckarts scheiding,” sluit hij z’n tirade af. Via, via weet ik dat beide heren een coup hadden willen plegen en dat Eckart daar lucht van had gekregen. Hij heeft het Vunderink nimmer vergeven. Eigenlijk is de sfeer niet om over naar huis te schrijven en na een lesje ‘zorg zelf maar voor financiering’ bedanken we Bram en Lidy-Ann voor de drankjes en snacks, en verdwijnen in de nacht. Het leek me zinloos om nog over ‘Burning Man’ te beginnen, klaarblijkelijk deed het hen goed om Eckart af te branden. Voordat Astrid in slaap sukkelt zegt ze heel duidelijk, “dat was eens, maar nooit weer.” Dinsdag 19 augustus, 11.45: KL605 staat op het punt om naar San Francisco te vertrekken. Terwijl de jongens zich verheugen over de spelletjes die ze onderweg gaan spelen, praten Astrid en ik over het heugelijke slot van onze vakantie; het diner met burgemeester Wim Deetman in het Kurhaus. Als voormalige minister van Onderwijs en Wetenschap was hij tijdens z’n bezoek bij Ex’pression onder de indruk geraakt van onze lesmethodiek en de passie bij de studenten. Den Haag diende kortom ook zo’n school te hebben, en dat ging hij activeren. Of de 24/7 mentaliteit bij het Nederlandse systeem past, wagen we te betwijfelen, maar het optimisme dat uit Deetmans woorden sprak, alsmede het respect, deed ons op vleugels naar Vinkeveen terugrijden. Na de zeperd bij Bram hadden we dat best nodig. Hoewel, Astrid tovert uit haar tas de foto van de in Volendam kledij uitgeruste families Gruter en Laanen. Dit ter gelegenheid van het veertigjarig huwelijksfeest van Astrids ouders.

Best een hoogtepunt in onze merkwaardig verlopen vakantie. De verdere vlucht ondergaan wij kilometervreters als ware het een busrit en uiteindelijk komen we zonder noemenswaardig oponthoud thuis. Devies: zo lang mogelijk opblijven. Donderdag en vrijdag worden aangemerkt als ‘dry run’ voor ons beroep aanstaande woensdag in Washington. Een myriade aan vragen wordt op ons afgevuurd, die praktisch allemaal zonder aarzeling beantwoord kunnen worden. Generale repetitie geslaagd. Weekend geslaagd, mijn gewicht is teruggelopen naar 88,8 kilo, hetgeen een OBM betekent van 27,41, ruim onder de obesitasnorm. Ik ben trots op mezelf en Astrids kookmaatregelen. Maandagmorgen 25 augustus, het begin van de week van de hoorzitting. Gezonde spanning maakt zich van me meester. Een gesmoorde kreun ontsnapt aan m’n lippen wanneer ik na de eerste ochtend meeting een e-mail van Gary krijg, waarin hij aankondigt zo snel als maar mogelijk uit deze ‘fucked up place’ te willen.

Wat een timing! Erachter hangt een uitwisseling van e-mails tussen Gary en Eckart waarin ze elkaar te grazen nemen. Of ze elkaar voor die tijd gesproken hebben weet ik niet, maar de eerste e-mail van Gary is van vrijdagavond na elven, geen goede tijd dus, en heeft als onderwerp ‘yes I’m an asshole.’ Gary spreekt de hoop uit dat Eckart niet al te veel snoept van de ‘feel good drug of the century’. Hij merkt ook nog fijntjes op dat Eckarts humeurniveau hem zorgen baart, ofschoon dat altijd wel het geval is bij een boardmeeting. Eckart antwoordt met een vraagteken. Even na middernacht legt Gary via e-mail uit dat ecstasy waarschijnlijk aangeboden wordt vanuit elke hoek die je omgaat. En dat hij weet dat Eckart dat op prijs stelt. Uitvoerig legt hij verder uit dat je chemisch uit balans raakt en daarbij depressief. “Oh my god,” is het enige dat ik uit kan brengen. Het vervolg: Eckart begint z’n antwoord met ‘hey dad’, sarcasme dus. Lange e-mail waarin hij uitlegt alles zelf te kunnen controleren; z’n gewicht, z’n alcohol inname, stoppen met roken, en dat hij makkelijk een jaar kan doen met een paar gram wiet, of zelfs zonder. En ofschoon hij genoeg xtc in Frankrijk in huis heeft voor al z’n vrienden, hij en Monique het slechts een maal per zomer gebruiken voor een ego vrije discussie. Hij eindigt met Gary te bedanken voor de waarschuwing, maar of het werkelijk gemeend is, dat weet ik niet zo net. Voordat Gary mij informeert schrijft hij naar Eckart dat het ‘m spijt dat hij Eckart klaarblijkelijk zo afzeikt en er zo te zien geen reden is om zich zorgen te maken, dus eindigt hij met ‘I’ll shut the fuck up’. Diezelfde Gary moet ik morgenvroeg om zes uur ophalen voor onze trip naar Washington. Wat tref ik aan?

Volgende week: de trip naar Washington. De met spanning tegemoet geziene accreditatie hoorzitting. Onverwachte omweg naar Providence.