“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 134

De beladen meeting bij Bram. Gary leest Kelly de les.

Donderdag 5 augustus 2004: na een paar heerlijk ontspannende dagen bij familie en vrienden, inclusief Hollandse kost en veel bitterballen, is het dan zo ver, in onze gehuurde Opel Vectra stationwagen begeven we ons op weg naar huize Zwagemaker. Grappig, het is rond kwart over acht ’s avonds, en nog licht, dat zijn we in Californië niet gewend. Astrid onderbreekt mijn niet ter zake doende gemijmer; “pas je erop niet kwaad te worden, Peter,” waarschuwt ze me zonder inleiding. “Het hangt ervan af welke Bram ons ontvangt,” luidt mijn rappe response. Haar vragende blik beantwoord ik door aan te geven dat je te maken kunt hebben met ‘corporate’ Bram of joviale Bram en dat je iedere keer uit dient te vinden welke van de twee het beste met je voor heeft. “Of niet,” besluit ik mijn betoog, “maar kwaad worden, ho maar,” voeg ik eraan toe. Wanneer we bij de statige woning aanbellen, voelt de temperatuur weldadig aan. Zo ook de verwelkoming van Bram, die duidelijk in de joviale stand is. Hij leidt ons naar de serre, waar diens vrouw Lidy-Ann ons ook hartelijk welkom heet. Na een slok genomen te hebben van een perfect gekoeld glas sancerre, alsmede enige beleefde openingszinnen, besluit ik om te beginnen met de heetste aardappel; Gary Platt. Bram leest mijn aantekeningen vluchtig door, waarna hij me in een woordenbrij duidelijk probeert te maken dat Gary en ik in wezen getrouwd zijn en noodzakelijk als duo om accreditatie te bewerkstelligen, maar ook eventuele kapitaalsuitbreiding. “Je moet niet zeiken, Peet, je wist met wie je in zee ging,” nart hij er achteraan. “Gelul, Bram, we zijn ruim zes jaar verder, en de situatie is niet vergelijkbaar,” riposteer ik, m’n woede inhoudend. Lidy-Ann probeert het voorzichtig voor me op te nemen, maar Bram breekt dat met een ongeduldig handgebaar af. “Next,” vraagt hij kortaf. Astrid zit er als bevroren bij. “Communicatie met Frank Monstrey, en,” verder kom ik niet, Bram legt in een lang betoog uit hoe briljant Frank is en hoe hij Eckart uit de shit gehaald heeft met opschoning van diens wankele investeringsportefeuille. Astrid en ik staan als afgesproken, zo lijkt het, gelijktijdig op. “We moesten maar eens verder gaan,” zegt ze, “m’n ouders wachten ook op ons, we kunnen het niet te laat maken.” Bram begeleidt ons naar de deur en laat enig reparatiewerk op ons los; “weet je Peet, zit dit uit, wanneer we uitbreiden naar een andere staat kun je daar weer aan het roer staan. Zonder Gary.” Ik pers er een wrange glimlach uit en neem naast Astrid plaats, die de auto al gestart heeft. Tranen staan in haar ogen, “wat een bully,” is het enige dat ze zegt. We weten dat we inderdaad door moeten zetten totdat onze aanvraag voor een ‘green card’ gehonoreerd is. Hopelijk in de loop van 2005. De bom staat echter op barsten, zoveel is wel duidelijk. Zondag vliegen we terug en kunnen we ons verheugen op de Las Vegas trip met de kinderen, maar op dit moment is de stemming in de Opel Vectra net als de kleur: grijs. Eén ding heb ik besloten, dit zing ik uit en wanneer Gary mijn vijand is, dan hou ik me aan een oud gezegde; ‘houd je vrienden dicht en je vijanden dichter’. De volgende morgen blijkt hoe we inmiddels gehard zijn door de jaren heen: een nieuwe dag, een nieuwe kans, we zijn goedgehumeurd. Vandaag is de traditionele broertjesdag. Minstens één maal per jaar, wanneer ik over ben uit Californië, onder het motto niet alleen broers, maar ook vrienden. Vandaag heeft jongste broer Rob een vaartochtje op de Linge georganiseerd.

V.l.n.r. Aad (61), Peter (58), Hans (62) en Rob (51)

Buitengewoon geslaagd, ook om de zinnen te verzetten. In opperst beste stemming brengen we met de kinderen de laatste dagen in Nederland door, hoewel er bij het afscheid op Schiphol best wel wat traantjes vloeien. De jongens verheugen zich echter ook op de trip die we via wat omwegen naar Las Vegas gepland hebben, en dus zijn de tranen snel opgedroogd. En voordat we het weten is het zover; Astrid heeft de Jeep volgeladen met alles wat onderweg van pas kan komen, in ieder geval tot onze eerste stop, Bakersfield, ‘home’ van country icoon Buck Owens. Ik ga alvast ‘I’ve got a tiger by the tail’ repeteren, hetgeen Astrid in de auto geen goed idee vindt. Voorts staan ook de Hooverdam en Death Valley op het programma. En eenmaal in Las Vegas aanbeland, gaan we op zeker het riddertoernooi in Excalibur bijwonen, ‘life is good’. 18 augustus 2004: nog nagenietend van de vakantie, bereid ik me voor op de start van klas 41. “Biggest ever,” jubelt admission director Yee-Ju Riddell. Tijdens de oriëntatie procedure valt me op dat Gary niet bij de les is, me ontwijkt. Nog opvallender is dat Kelly gedurende de dag Gary totaal negeert, en dat ze zelfs vuile blikken met elkaar uitwisselen. Dit moet in de kiem gesmoord worden. De beste remedie is om dat te doen tijdens een cocktail bij The Townhouse, waar Gary me voor uitgenodigd heeft.

Terwijl hij aan z’n ‘Manhattan’ lurkt, letterlijk, lijkt het of hij iets kwijt wil, maar er niet aan toe komt. Tot dusver komen we niet verder dan wat ‘small talk’. Ik trek de stoute schoenen aan; “what’s between you and Kelly that she is ignoring you,” is zover als ik durf te gaan. Ik voeg eraan toe dat ik voor mijn vakantie een goed gesprek met haar heb gevoerd. “So I’m told,” is het verbazende antwoord van Gary, gevolgd door ”maybe she’s having her period.” Dat laatste is redelijk grof, zelfs uit Gary’s mond. Het gesprek valt dood en ik besluit om bij Ex’pression m’n spullen op te halen. Koeltjes nemen we afscheid van elkaar, het gesprek heeft niets opgeleverd. Vluchtig ga ik over m’n ongeopende e-mails, waarbij m’n nieuwgierigheid wordt gewekt door een e-mail van Kelly die ze me tijdens de borrel gestuurd heeft. Al lezend vallen de stukken op hun plaats. Gary stuurde even voordat we naar The Townhouse gingen een e-mail naar Kelly waarbij hij stelt dat ik ‘way out of line’ was om Kelly buiten kantooruren te spreken. Hij maakt haar uit voor ‘junior HR person’, dat ze geen ‘guts’ heeft, dat ze me had moeten vertellen ‘to hell’ te gaan. Hij maakt haar verder nog uit voor een ‘weak person’ en besluit met ‘how small are you Kelly?’ Tussendoor meldt hij nog dat hij mij in The Townhouse zal vertellen ‘to hell’ te gaan. Het laatste is niet gebeurd, wellicht begreep Gary op het juiste moment dat ik uiteindelijk zijn baas ben en slikte het in. Dit is echter puur machtsmisbruik waar het een ondergeschikte betreft, en hoe denigrerend. Maar wie is er nog te vertrouwen, aan wie kan ik dit kwijt? M’n kalmte verbaast mezelf. Aandachtig lees ik Kelly’s response naar Gary, en vervolgens haar kijk op dit alles naar mij. Jezus, gaat het door m’n hoofd, wanneer dit een soap zou zijn, dan zou het als ongeloofwaardig bestempeld worden.

Volgende week: de response van Kelly. Gary zegt van een boardmember te hebben vernomen dat men van Peter af wil.