Vermaarde duo’s door de decennia heen

Johnny & Rijk, Spaan & Vermeegen, Barend & Van Dorp, Van Kooten & De Bie, allemaal vermaarde duo’s, maar niet van WK niveau, zoals Kok & De Boo. Kok & De Boo zijn de Bonnie & Clyde van de schaatswereld, iedere sprinter berovend van de illusie dat ze recht hebben op goud. En dat zo kort na hun succesvolle optreden tijdens de Olympische Spelen in Milaan. Ik ben zwaar onder de indruk van die twee. Niet dat het gevoel van succes mij onbekend is; zoals bijvoorbeeld winst bij het jaarlijkse ‘grand pool’ evenement in Concord, Californië:

Mijn Nemesis, de vervaarlijke Fred van Buiten uit Menlo Park, Californië, moest keer op keer het onderspit delven. In de nadagen van mijn carrière, en inmiddels teruggekeerd naar Nederland, wist hij me vorig jaar tot zijn uitzinnige vreugde te verslaan. Onderstaand Fred ‘the winner’, die sportief voor de pers z’n vreugde onderdrukt.

Het uitverkochte en kolkende Hippo in Hilversum hield me nog lang op de been, maar uiteindelijk ging de oude eik neer. Overigens heb ik mijn keu aan de wilgen gehangen, uitdagingen worden niet meer aangenomen. Inmiddels is mijn managementbureau aan de slag gegaan om het project Kok & De Boo, ‘voor al uw schaatssuccessen’, een degelijke basis te verschaffen voor hun verdere leven. Minus 15%, dat wel. Nu we toch bij sport zijn; vinden jullie ook dat er in de eredivisie zo uiterst middelmatig gevoetbald wordt? Laat ik me beperken tot m’n eigen cluppie, Sparta Rotterdam uit 1888, en zo speelden ze ook. Uit bij Heerenveen, ook gestreept, maar dan blauw. Na een half uur had ik echt de neiging om te schreeuwen dat de gasten met die rode rumbonen op hun shirt, de tegenpartij was. En dat niet elke bal erin kan gaan, maar dat tussen de palen al een beginnetje is. Laat staan dat voorzetten best kniehoogte mogen overschrijden. Overigens heb ik dat volgens Astrid ook geschreeuwd. De minst slechte won. Het blijft dus gokken met Sparta en hoewel dit alweer een tijdje geleden is, blijf ik erin geloven!

Woensdagavond togen Astrid en ik naar Van Stal in Amstelveen voor de eerste cursusavond (theorie) hoe om te gaan met het dagelijks leven van onze hond, Mila dus, de prikkels van de stad of omgeving en hondentaal. Eigenlijk ook opvoeding van de baasjes en met name mij, de zwakke schakel. Mijn naam is echter haas. Tot mijn opperste verbazing vond ik (wij) het hartstikke interessant, niet in het minst vanwege de geanimeerde docent. Twee voorbeelden, en misschien zeg je ‘ach man, dat wist ik allang’. Kan me niet schelen. Mila heeft de neiging drollen, tot onze grote afschuw, heerlijk te vinden. Om te voorkomen dat ze er een hap van neemt, zetten we onze hakken stevig in het zand wanneer ze de lijn uit onze handen probeert te trekken van verlangen naar deze bruine lekkernij. Is normaal hondengedrag, kijken ze af van hun moeder die de kooi schoonmaakt (eet) wanneer de puppy’s kakken. Afleiden is de boodschap. Of dat ze begint te grommen wanneer een onzer buren, 30 meter verder over het water, verschijnt. Met of zonder hond. Een raadsel voor ons, maar nu niet meer. Zijn hond, een labrador, zwemt graag en wanneer hij te ver gaat, wordt hij door z’n baasje terug geschreeuwd. En daar is puppy Mila afgelopen zomer enorm van geschrokken. Is haar bijgebleven, dus associeert ze de buurman met angst, hoewel die een hondenman is. En zo waren er nog wat voorbeelden die ons inzicht gaven wat er zo al leeft in Mila’s koppie. Nu volgen twee praktijk uren met hond, weer een theorie avond, gevolgd door twee praktijk avonden. Jammer dat Astrid verzuchtte dat mijn ouders met mij ook zo’n cursus hadden moeten doen. Mijn naam blijft haas.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *