Gisteren vond de definitieve afronding plaats van de Dutch Game Garden (DGG) Saga. Vorig jaar namen we afscheid van de game industrie met een overweldigend evenement bij Van der Valk in Utrecht en eerder dit jaar werd al ons essentiële materiaal als legacy opgenomen bij Beeld en Geluid in Hilversum. De tijd was aangebroken voor het slotakkoord van de resterende bestuursleden, Tim Laning van het fameuze Grendel Games en uw schrijverd, uitbater van The Brand. Om dit enige glans te geven werd er door de laatste bemanningsleden van DGG, kopstukken JP van Seventer en Christel van Grinsven, een lunch aangeboden bij ‘Overburen’ in Amersfoort, pal tegenover het Centraal Station. Met name ook om Tim Laning tegemoet te komen die de laatste 10 jaar van zijn standplaats Leeuwarden naar ons in Utrecht ‘treinde’. Helaas, een levensmoe persoon gooide zich voor de trein, hetgeen betekende dat Tim twee uur oponthoud had (en ergens familieleden heel bedroefd achterbleven). Onzeker over de aankomsttijd van Tim, bestelden we ons natje en droogje en mocht ik na afloop daarvan genieten van JP’s opbeurende woorden ten aanzien van mijn functioneren als chairman van DGG’s board. Vervolgens overhandigde hij me een getekende (geen AI bezwoer hij) streng uitziende Peter Laanen:

Klaarblijkelijk heb ik op fotomateriaal iemand(en) of iets als zodanig de les gelezen. Heel eerlijk, ik zie eruit als ‘The Boss’, zijnde niet Bruce Springsteen, en dat voelt ook wel eens goed. Met name als ik ooit in de gelegenheid zou zijn om dit trio oorlogsmisdadigers de les te lezen:

Helaas, aangezien onze koning wel naar hullie toekomt, zullen ze zich niet hier vertonen om voor mijn privé rechtbank te verschijnen. Veel plezier in het Witte Huis, majesteiten. Wel heb ik vroeger wel eens gevoetbald tegen HWD, oftewel Het Witte Dorp, in Rotterdam, maar dat is een heel ander verhaal. Gelukkig kwam Tim nog net op tijd voor wat kaas- en worstsnacks plus overhandiging van zijn tekening; in ridderuitrusting. Verdiend, zijn bijdrage vanuit Leeuwarden, op diverse niveaus, was van onschatbare waarde. Met een big hug namen we afscheid, de trein naar Leeuwarden stond weer in de startblokken en JP was wederom zo vriendelijk me thuis te brengen. Vorige week zaterdag, na het verschijnen van de Luim, togen broer Rob en ik naar Het Kasteel, waar Sparta thuis Volendam ontving. Ik vraag jullie aandacht niet voor de wedstrijd (WE wonnen), maar voor het volgende:

‘Ja, ja’, hoor ik, ‘wat is daar zij bijzonder aan’? Welnu, laat me schetsen hoe het zich voorheen afspeelde: rust bij Sparta. De mannen die wilden plassen, haastten zich naar de circa 4 meter brede goot, met 6 7 naast elkaar, 6 rijen diep binnen, en buiten nog een paar. Het spetterde zodanig tegen de achterplaat dat de lust van elk voorgenomen bezoek aan een Japans restaurant je ontging. Een stinkhok na afloop van de wedstrijd. Daar werd soms gezongen ‘zullen wij lekker ruiken, SP-AR-TA’. Jaar na jaar dat ook weergegeven in de Sparta enquête. En nu dit prachtige toilettenblok. De tranen schieten weer in mijn ogen. Voor de lekkere ben ik nog een keer extra gegaan. Zo zie je maar; ‘het zijn de kleine dingen die het ‘m doen’!

































