Toen m’n oudste broer Hans (5 jaar ouder) in 1963 verkering kreeg met ene Hyacint, waren wijlen mijn boezemvriend Aat de Boon en ik er als de kippen bij om ‘iets’ met die naam te doen. Al brainstormend kwamen we uit bij een liedje van Dorus (Tom Manders); ‘De Krokus en de Hyacint’. Aat en ik waren op zo’n leeftijd (zwevend tussen 16 en 17) dat grenzen nog duidelijker aangegeven moesten worden, dus we fantaseerden er lustig op los. Woensdag declameerde ik een zin als volgt: ‘Een hitsige Krokus en een brave Hyacint, stonden te vozen op een plekkie uit de wind’. Je begrijpt het, het was duidelijk een gekuiste versie. Het was dan ook bedoeld om een glimlach eruit te persen tijdens de memorial van Hyacint(ha), die ons donderdag 26 maart ontvallen was. Niet onverwacht, verre van, maar wanneer het definitieve moment daar is, toch schrikken. En zo kwam onze Krokus er alleen voor te staan, dromend van zijn Hyacint.

Ik schrijf ‘onze’ omdat wij in het liedje van Dorus de geslachten verwisseld hebben (dichterlijke vrijheid). Krokus is een echte mannennaam, vonden wij! Ondanks het moeilijke laatste jaar, bereikte Hyacintha de diamanten huwelijksstatus met Hans, alsmede haar 80e verjaardag. Onderstaande foto van Hans en Hyacintha is genomen op de huwelijksdag van Astrid en mij in 1987, op Kasteel Sypesteyn in Loosdrecht.

Met 35 jaar werken voor dezelfde baas en 44 jaar wonen in Almere zou je kunnen denken ‘die is lekker saai zeg’. Niets is minder waar! Wat menigeen niet weet is dat zij de aanjager was om eind 1965 een restaurant in Nieuw Guinea (!) te beginnen. Een negatief advies van de Witte Paters, genoemd naar hun Arabische witte klederdracht, hield hen daarvan tegen. Hans had immers in Nieuw Guinea het vaderland gediend en kon derhalve bij terugkeer weleens een kopje kleiner gemaakt worden (hoofd op een puntstok). Maar daar bleef het niet bij, in 1981 stonden ze praktisch op het punt met het gezin naar Australië te verkassen. De hele familie had inmiddels Engelse lessen genomen. Een medische keuring gooide roet in het eten en uiteindelijk liep die ingeslagen weg dood. Tussendoor hebben ze nog een dierenspeciaalzaak bestierd en na de pensionering van Hans een party service (catering) zaak. Ik werd alleen al moe tijdens het opschrijven. Een bijzonder mens, zeker weten, kort en bondig, evenals haar laatste woorden op de rouwkaart: ‘Vaarwel en wees tevreden’. Dat brengt me toch even terug bij Dorus:

Het lied waar we het over hebben, stamt uit 1957 en behandelde toen al racisme. Het ging over een gele krokus en een witte hyacint. ‘Pa wilde niet weten dat z’n kind werd bemind, en hij sloeg z’n krokus, z’n bloedeigen kind’. Toen kwam er ook nog eens een kind, dat leek niet op een krokus, en ook niet op een hyacint. Nou, toen waren de bollen, eh…. poppen aan het dansen. Maar goed, ga maar naar YouTube en luister ernaar. De slechts 50 jaar geworden Dorus kwam ook nog met grappige liedjes als ‘Bij de Marine’ en ‘Twee motten’, maar ook kostelijke theaterstukjes. Toen ik vanmorgen wakker werd om tien over zes, u weet wel waarom, kon ik de slaap niet meer vatten. Mijn gedachten dwaalden af naar Pasen in de 50-er jaren, waar ik zoveel ‘als maar kon’ hardgekookte eieren naar binnen sloeg. Een half uur later hoorde ik een ‘ping’ op Astrids mobieltje en onmiddellijk wist ik het; een baby was zich aan het voorbereiden om uit de veilige moederbehuizing te komen. Beetje vroeger dan gepland, maar wil waarschijnlijk een Paasbaby worden. Inmiddels heeft Astrid voorbereidingen getroffen om ter plekke te zijn wanneer ouders en baby thuiskomen. Toen trof het me; deze Luim raakt alles wat Pasen betekent, en daar sluit ik graag mee af: de overwinning op de dood, hoop en het nieuwe leven. Amen.































