4 mei 2021 met André van Duin

Heel eerlijk -als geboren en getogen Rotterdammer- André van Duin ontroerde me met z’n toespraak meer dan ik op dat moment wilde toegeven. Stoere man als ik ben. Zelf ben ik ruim 7 maanden vóór Adrianus Marinus Kyvon geboren, die beroemd werd als artiest onder de naam André van Duin. Echter, ik ben geboren als Jacobus Petrus Johannes Laanen, beter bekend als…..eh…..Peter Laanen. Hoewel niet ter zake doende, het vermelden waard. Gedurende de toespraak van Van Duin borrelde toch weer heel wat ‘Rotterdam’ herinneringen boven. Geboorteplek: Van der Poelstraat, waar de tuintjes van het gewone volk grensden aan de tuinen van de patriciërs van de Heemraadssingel. Wegens gebrek aan foto’s in de beginfase van m’n leven, onderstaand een foto van ons gezin, met alle nog levende broers, ter gelegenheid van mijn communie:

V.l.n.r. Ma Jo met Rob op schoot, Hans, Aad, Pa Koos en het heilig boontje

Over boontjes gesproken; 25 dagen na mijn geboorte werd bij de buren mijn jeugdvriend Aat de Boon geboren. Aat is in 2011 tragisch overleden, maar ook onze (Rotterdamse) herinneringen werden weer tot leven gebracht door de foto’s van onze vakanties, en wat van dies meer zij, die zijn zoon Marco me onlangs stuurde.

Een heus zwaardgevecht met linkse Aat. Waarschijnlijk gingen we daarna naar een (dans) instuif waar een stropdas verplicht was.

Van der Poelstraat, ik op de Tomos, Aat op de Puch, en Frank Sinatra zong ‘When I was 17’. Ja, ‘It was a very good year’. Dat waren de betere tijden, gevaar liepen we toen we als kleine pikkies in de ondergelopen kelders van het in aanbouw zijnde ziekenhuis Dijkzigt vlotje gingen varen. Op 11-jarige leeftijd brak ik m’n pols tijdens een potje straatvoetbal, met dank aan Jantje Rotteveel. Bij gebrek aan ouders begeleidde Aat me naar het ziekenhuis. Het kwam allemaal goed. Toen werden we veel te vroeg vader, en maakten er het beste van:

Met eerstgeborenen, Rick links en Marco rechts; vakantie in Blitterswijk.

De rest van ons leven kende ups en downs, maar ik zal Aatje nooit vergeten. Eigenlijk zou ik nog uren herinneringen kunnen ophalen, ook over mijn broers, maar vandaag bleven die foto’s van Marco in m’n bovenkamer ronddolen, en die zij er nu uit! Teweeg gebracht door André van Duin dus. Zoon Rick verwoordde dat van de week als volgt: “wie had ooit 20 jaar geleden gedacht dat Van Duin, o.a. bekend van ‘Willempie’, ‘Grote Bloemkolen’ en meer soortgelijke hits, met zo’n ontroerende toespraak voor de dag zou komen”. Het onderstreept de grootheid van de man. Maar ja, het is dan ook een Rotterdammert! En hopelijk gaat die gruwel van een Baudet ook wat meer nadenken over het woord ‘vrijheid’. IJdele hoop, ben ik bang. Wat geen ijdele hoop bleek te zijn, gisterenavond, waren A) Astrids heerlijke hapjes, B) het goede gezelschap van buren Yvette en Leendert en klapper C) een daverende 3-0 overwinning van Sparta thuis tegen Vitesse. Kers op de taart! Woensdag is het weer zover; aflevering 110 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’. Lees en huiver! Tot die tijd blijven ‘we’ doorprikken zodat we elkaar weer zonder vrees kunnen omhelzen. Carpe Diem!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 109

Maandag gaat er een e-mail naar Topinka inzake onze beslissing. We prepareren met onze D.C. ‘lawyers’ ons bezwaarschrift inzake de afwijzing van ons accreditatieverzoek. We spelen ‘hard ball’.

Tijdens ons half uur in de auto naar Concord, praten Astrid en ik over ons nieuw te bouwen huis, we surfen heerlijk en opportunistisch op de golf van meerwaarde. We bespreken het risico van instemmen met het voorstel van de Belg, en de geloofwaardigheid van Bram. De troef die we in handen hebben is mijn positie als CEO. Op dit moment zijn onderhandelingen gaande met Quad Ventures inzake kapitaalsuitbreiding en herfinanciering. Uiteindelijk is Quad Ventures door ons aangebracht. Tweede helft augustus word ik in Washington verwacht voor een mondelinge behandeling van ons beroep inzake de afwijzing van onze accreditatie. In beide gevallen ben ik de woordvoerder van Ex’pression, en daarnaast wacht mij later dit jaar het voorzitterschap van de ‘Emeryville Chamber of Commerce’. Terwijl ik dit opdreun zegt Astrid droogjes; “en zondag komen Maarten en Nel aan, maak je daar ook nog wat tijd voor?” Oude buren, goede vrienden. Bij Maartens bedrijf, Schiphol Express, ben ik nog commissaris geweest. Daar kwam ik voor de ongebruikelijke keuze te staan óf commissaris blijven, óf een vriend verliezen. Ik koos voor onze vriendschap. Groot voordeel aan het alcoholfront; Maarten drinkt uitsluitend tonic. Voor wat betreft Nel kunnen we rekenen op een goed glas chardonnay. Gaat een tof bezoek worden met welkome afwisseling. Opgeruimd komen we thuis aan, waar ik Astrid beloof het komende weekend een ‘dear Jim Topinka’ brief te componeren. Vrijdagmorgen steek ik me in m’n ‘graduation’ kleren. Belangrijkste daarbij is de stropdas voor die speciale dag. Een stropdas die een boodschap uitstraalt naar de studenten die afgestudeerd zijn, en veelal niet wilden deugen voor traditionele studierichtingen. Maar ook een boodschap naar Bram toe. Het moet gaan over ‘courage’, ‘don’t let them fuck with you’, en het moet van doen hebben met ons motto ‘make your passion your profession’. Dankzij hun doorzettingsvermogen wacht hen een mooie baan in de entertainment industrie. ‘They kept their eye on the ball’, praat ik in mezelf. Dat is het, met voetbal in opmars in Amerika, geeft mijn KNVB das dat allemaal weer:

“Smash hit,” roep ik uit, en uiterst tevreden ga ik op weg na de slaperige, verbaasde familieleden enthousiast met een ‘happy Friday’ geknuffeld te hebben. Onderweg schakel ik van de ellende van KCBS over de oorlog in Irak over naar KROCK om zingend in de juiste stemming te komen. Wanneer ik bij Ex’pression, via de geluidsstudio’s, naar mijn kantoor loop, geniet ik van studentencommentaren als; “looking good boss” en “wow, you look spiffy”. Ook Gary ziet er voor zijn doen goed uit, en heeft zijn ‘Mother Teresa’ speech weer van stal gehaald. Halverwege de ochtend steekt Bram nog even z’n hoofd om de hoek. “Ga je trouwen, knul,” grijnst hij. Vandaag is alles goed, de fotosessie kan beginnen. De meeste studenten zijn op hun paasbest, of wat daar op moet lijken. Wanneer we Meyer Hall in marcheren, Gary en ik voorop, worden we met een luid applaus onthaald van ouders en geliefden. Na de speeches worden de studenten één voor één op het toneel gehaald om hun diploma in ontvangst te nemen en een dankwoord uit te spreken. Tranen vloeien. De receptie die erop volgt, is voor ons genieten van de lovende woorden die ons ten deel vallen. Bram, druk in gesprek met wat ouders, glas chardonnay in z’n hand, krijgt oogcontact, en geeft me een ‘thumbs up’. Voor even is de wereld roze gekleurd, het weekend kan beginnen. Zaterdagmorgen hebben Astrid en ik golfles op Boundary Oaks, maar balsporten zijn niet echt Astrids ‘ding’, dus loopt ze enigszins mopperend op zichzelf rond. Het werkt toch ontspannend na alle emoties. Inmiddels ben ik begonnen aan mijn schrijven naar Jim Topinka. Ondanks alle argumenten die in ons voordeel spreken, inclusief het broze vertrouwen in Bram, nemen we voor dat we ons sowieso concentreren op het verkrijgen van een ‘green card’, en daarmee onafhankelijkheid creëren. Eigenlijk kauwen we er het hele weekend op, en ook een deel van de maandag. Ik wil Topinka wel duidelijk maken dat ik m’n standpunt van 23 april ingenomen heb na afstemming met hem. Als hij toen gezegd had dat het aanbod best redelijk was, dan hadden we ons die tussentijd kunnen besparen. Daarnaast, om heel eerlijk te zijn, wil je absoluut geen kosten op je hals halen om het juridisch aan te vechten. Ook wanneer je wint, zouden de kosten wel eens hoger kunnen zijn dan de baten. Met een lichte zucht van opluchting verzend ik maandagmiddag de e-mail.

Het kan nu toch slechts een kwestie van dagen zijn om dit meerjarenproject af te ronden. Eén maand later: na veel gekissebis en geharrewar verzoek ik onze Belgische ‘vriend’ de benodigde informatie naar Jim Topinka te sturen, zodat de experts direct met elkaar de zaak af kunnen ronden.

Je zou denken dat dit een redelijk verzoek is, maar nee, Frank reageert pissig. Zo van ‘wat nou Brusselse lawyers’, en vervolgt, ‘ wanneer je de documenten bedoelt die ik je laatst overhandigd heb, lijkt het me handiger wanneer jij ze naar Jim Topinka faxed’. Dan laat hij weten de laatste versie niet op zijn systeem te hebben en dat ze sowieso opgemaakt zijn door White & Case in San Francisco. Hij besluit met een regel die me op voorhand zorgen baart; ‘gebaseerd op de inhoud van de kritiek zullen we bepalen hoeveel kosten wij bereid zijn te dragen’. Dat ruikt ernaar dat ze ook die kosten van hun nalatigheid op ons bordje willen schuiven. Kut Belg. Maar goed, ik fax de documenten naar Jim Topinka met het verzoek om een en ander af te kaarten met de juristen van White & Case. Het is weekend, en we gaan wat gezelligs doen met m’n jongste, lievelingsbroer Rob en vrouw Mariette, die al een week af en aan bij ons logeren. Heerlijke gasten om te hebben, ook omdat ze zo zelfstandig zijn.

Rob en Mariette, in Amerikaans Robertus en Maria!

Sommige gasten, zoals m’n oudere broer Aad en vrouw Nel, denken dat wanneer ze bij ons logeren, wij ook vakantie hebben. Niet dus! Nadat ze een saffie opstaken tijdens het ontbijt van onze jongens, en dat in Californië, heeft Astrid ze vriendelijk doch dringend verzocht om te verschijnen nadat de jongens naar school vertrokken waren. Het heeft geleid tot een boekje met regels op de gastenkamer onder het motto ‘je bent van harte welkom, geniet van je vakantie, maar wij moeten werken’. Uiteraard trekken we ook met elkaar op, af en toe ’s avonds, en veelal in het weekend. Of ik niet genoeg aan m’n kop heb, moet ik dinsdag om acht uur ’s ochtends ook nog voorkomen bij het ‘Superior Court of California’ in Concord. Langzaam door een rood licht gereden met drie ‘motor cops’ in zicht, zoekend waar ik Bo-Peter af moest zetten voor een liefdadigheidsevenement van de boy scouts. Geen verkeer, niets, nada, zilch. Die motormuis was niet te vermurwen, ook niet na mijn “officer, this is charity”. Het enige wat hij zei was, “sign here, please”. En daar sta ik nu, deemoedig te luisteren naar het oordeel van de rechter: $355 boete en een aantekening op m’n rijbewijs. De aantekening wordt verwijderd wanneer ik vóór 10 november een dag verkeersschool met goed gevolg afleg. Mopperend verlaat ik het gerechtsgebouw, denkend aan Astrid die voor hetzelfde vergrijp er met een traan en een waarschuwing vanaf kwam. Dat brengt toch een lach teweeg en geeft me ook weer energie om me op te pompen voor een interview met de Oakland Tribune.

Volgende week: Las Vegas conference, opgeluisterd door bijeenkomsten met afgevaardigden van Quad Ventures en onze accreditatie ‘lawyers’. Ongewenst boardmember Judy Hamilton tracht zich in de management bijeenkomsten te manoeuvreren.

Het overheidscircus Jeroen Bosch zet haar joker in

Krijg ik afgelopen week een berichtje van meneer Google dat één van mijn Luimen bovenmatige aandacht krijgt. Dat doet me natuurlijk altijd goed. Blijkt het mijn Luim van 23 januari j.l. te zijn over het ‘wegrotten’ van Jaitsen Singh in Californië en de file aan dienaren van ons rijk die daar met belangstelling naar gekeken hebben. Overigens zonder iets bereikt te hebben. Aanleiding: het korte geding tegen de staat om te bewerkstelligen dat Singh na 37 jaar gevangenschap naar Nederland overgeplaatst wordt. En natuurlijk de ‘sound bite’ waarin Jaitsen minister Dekker smeekte om hem naar Nederland te halen. Minister ‘Bla Bla’ Dekker reageerde volgens het zorgtoeslagenmodel (‘wat kunnen ze me maken’) en weigerde een motie van de Tweede Kamer als zodanig uit te voeren. Wegens een corona geval was het kort geding al drie weken vertraagd, maar eerlijk is eerlijk, Singh werd eerder dit jaar ook door corona geplaagd (is sarcastisch bedoeld). Alle (non) argumenten van de overheid zijn de afgelopen 5+ jaren in de Luim door de wringer gehaald, maar de joker, landsadvocaat Ten Broeke, Ridder in de Orde van de Zorgtoeslag, sloeg alles. Hij beweerde met droge ogen dat Jaitsen het beter in de gevangenis heeft dan menig andere gevangene in andere landen. Zie je het voor je: “meneer de Veurzitter, ziedaar het pareltje waar de heer Singh al 37 jaar lang gebruik van mag maken!”.

En dan gaat Ten Broeke tevreden zitten. Hij verkneukelt zich dat de regeltjes het wederom gaan winnen van de menselijkheid. Wat hij ook als jurist meesterlijk vond, was de stelling van J&V dat de periode dat Singh in Suriname woonde hij Surinamer was, ondanks z’n Nederlandse paspoort! Eigenlijk was het natuurlijk een kolonie, maar dat is tegenwoordig geen ‘bon ton’ meer. Innerlijk proestend gaan z’n gedachten naar het enige leugentje om bestwil van premier Rutte in zijn brief van 17 februari 2016 aan gouverneur Brown van Californië:

Daarin vermeldde hij nota bene dat Singh een Nederlandse onderdaan is, vroeg zelfs om amnestie en clementie. En die sufferds van de verdediging hebben die brief niet eens ter tafel gebracht. Heerlijke dag, uitspraak over drie weken, Kan natuurlijk niet meer fout gaan, en wellicht lost het geval Singh zich ‘natuurlijk’ op. Minzaam eenieder groetend verlaat landsadvocaat Ten Broeke het gebouw. Ik wil die man niet eens zien, maar in m’n gedachten zie ik hem, de Joker, Jaitsen als volgt toespreken:

“Kop op Jaitsen, wat is 37 jaar op een mensenleven?”

Zoals we de afgelopen weken ‘live’ mee hebben mogen maken, is het systeem behoorlijk rot, maar als er iemand ‘gesensibiliseerd’ moet worden, dan is het deze Ten Broeke wel. Leuker is het natuurlijk om het te hebben over Astrids nieuwe ogen. Buiten wat kleine aanloop hordes binnen 5 dagen ‘close to perfection’. Leest nu bijsluiters die ik zelfs met bril niet kan ontcijferen. Nadeel (voor mij), toen ik nog een bodempje whiskey inschonk, vroeg ze me -streng- of de vorige bodempjes qua inhoud ook zo op een vol glas leken. Mond vol tanden. Dat geldt niet voor aflevering 109 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’ die covid-vrij woensdagmorgen digitaal bezorgd wordt.

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 108

Stormachtige bijeenkomst met Bram en Frank bij Jim Topinka. Of we eruit komen valt te betwijfelen. Het ‘gezellige’ diner met Bram.

Maandag is ‘business as usual’, maar de met spanning tegemoet geziene dinsdag trekt als een saaie brei aan activiteiten voorbij, inclusief de boardmeeting. Eckart heeft het voorzitterschap aan Bram overgelaten, die alle punten zodanig snel behandelt dat je het idee krijgt dat hij iedere keer naar een sigaretpauze toewerkt. Ook het diner is inspiratieloos. Ik ben blij dat ik m’n Chrysler onder m’n kont heb en naar huis kan rijden. “Morgen,” praat ik Astrid bij, “ is wellicht de belangrijkste dag wanneer ik Bram en Frank bij m’n ‘lawyer’ Jim Topinka in San Francisco tref.” Afronden, hamert het in m’n hoofd gedurende een groot deel van de nacht. Om het verkeer op de Bay Bridge te ontwijken, hebben we om 11.30 afgesproken. Tien minuten daarvoor meld ik me bij de receptie om tot m’n verbazing te constateren dat ‘gentlemen’ Zwagemaker en Monstrey ‘already checked in’. Dit is echt zo’n ‘what the fuck’ moment. De heren zitten genoeglijk met Topinka te redekavelen of ze elkaar al jaren kennen. M’n angstige vermoeden dat hier handjeklap gespeeld wordt, versterkt door een al te joviale begroeting, wordt bevestigd door de introductie van Jim Topinka. “In reality…..be realistic…who determines fair value….”

Archieffoto James “Jim” Topinka

Uiteindelijk komt het erop neer dat Bram en Frank een half uur de tijd gekregen hebben om hun casus uit te leggen en dat Topinka er grotendeels mee instemt, daarbij mijn argumenten negerend. Bram en Frank zitten er als spinnende katers bij en mengen zich af en toe agressief in de discussie wanneer Topinka het overzicht kwijtraakt, of er een aanvulling van mijn kant komt. Na 45 minuten ben ik het beu, sta op en wens alle heren ‘a fine day’. Frank roept me nog na dat hij een en ander zal bevestigen zodat we het vanmiddag af kunnen ronden. De gedachtenbubbels boven m’n hoofd schreeuwen “fuck you”, maar zonder een woord te zeggen been ik naar de lift. Onderweg naar de Bay Bridge meld ik onze assistente Pat dat ik vanmiddag thuis werk aan wat papierwerk dat al m’n aandacht nodig heeft. Astrid werkt, de kinderen zijn naar school, dus dat geeft me genoeg tijd om over de ontstane situatie na te denken. M’n privé kantoor bij ons thuis in Concord is daarop ingericht. Niet lang daarna klok rolt de e-mail van Frank binnen die het lef heeft om te beginnen met ‘as agreed upon’, en bovendien Gary Platt in kopie meeneemt, die daar geen kloten mee te maken heeft. Om te bedaren haal ik uit de koelkast een glas water tot aan de rand gevuld met ijs, met dank aan de ‘ice maker’. Gaat die zak bij het onderdeel ‘stock options’ uitleggen dat het mogelijk is dat je bij uitoefening wellicht geen meerwaarde hebt. Hij heeft geen idee dat we er veel meer verstand van hebben dan hij, de oen. In ieder geval geeft hij toe dat de ‘fair market value’ bepalend zal zijn. Maar, weer tijdverlies, dat moet door een derde partij bepaald worden. Hoezo dat? Het gaat om de marktwaarde aan het begin van de rit, niet nu. Volgende punt: arbeidsovereenkomst. Er is een mondelinge overeenkomst voor zes maanden opzegtermijn, men ziet geen basis om dat te verlengen naar twaalf. Oké, dat geeft eens te meer aan dat de groene kaart voor ons een noodzaak wordt wanneer we in de Verenigde Staten willen blijven werken. Laatste, en heel belangrijk punt: uitkoop van mijn aandelen of ‘stock options’ bij vertrek. Ze voelen zich niet verplicht om mijn deel in te kopen, maar ik mag wel mijn opties behouden en uitoefenen. Dat ziet er leuk uit, maar wanneer je er niet meer bent, heb je geen enkele invloed meer op de koers van Ex’pression. Dat moet dus nader onderhandeld worden. Frank ziet ernaar uit om een en ander verder vandaag uit te onderhandelen. Nou, ik niet. Allereerst wil ik dit bespreken met Topinka, waar ik sowieso nog een appeltje mee heb te schillen, en op zeker wil ik er een getuige bij hebben. En die getuige heet niet Bram Zwagemaker! Dit schrijf ik ook aan Frank, die teleurgesteld reageert. Vervolgens laat ik hem nog weten dat ik uiteraard het eerst met Topinka wil bespreken en wanneer hij wat eerder op mijn voorstel van 23 april had gereageerd, we het ook eerder af hadden kunnen wikkelen. Met een nijdige tik op de ‘send’ knop vindt deze e-mail z’n weg naar Frank. Tijd voor een ‘dear Jim’ e-mail naar Topinka. Ik vertel hem rechtstreeks dat hij z’n mening 180 graden wijzigde en dat hij mijn ‘sweat equity’ deel zelfs niet ter sprake heeft gebracht. En vergeet niet Jim, dat jij degene bent die mijn e-mail van 23 april juridisch onderbouwd hebt, voeg ik er nog giftig aan toe. Natuurlijk reageert Jim ‘very surprised’ op mijn e-mail en meent dat de investeerder een nog gunstiger positie had kunnen innemen voor wat betreft de aandelen gezien de hogere investeringen. De beginperiode en de beloftes van Eckart worden bij deze helemaal onder het tapijt geveegd. Topinka meent dat ik een ‘business decision’ moet nemen of een rechtszaak moet beginnen om een en ander af te dwingen. Dat behoeft een andere collega van hem, ene Jon Michaelson. Fijntjes sluit hij af met de zinsnede dat dit best invloed zal hebben op mijn huidige positie, om maar niet te spreken van de kosten. Nog even een stomp in m’n maag. Hier moet ik even goed over nadenken, en ook met Astrid bespreken. Ik meld Topinka dat ik het weekend neem om het te overdenken. Daarnaast speelt het diner met Bram Zwagemaker een rol. Enerzijds om de sluwe vos enigszins uit te horen, anderzijds kan Astrid hem tijdens een sigaretpauze vragen wat ze met de familie Laanen van plan zijn. Astrid kan zich daar helemaal in vinden. Ik heb een tafel gereserveerd bij ‘The Townhouse’ om 19.30, maar moet daarvoor nog even m’n gezicht laten zien bij een ‘chamber mixer’ in Berkeley.

Als beoogde voorzitter dien ik m’n rondjes te maken, en dat doe ik ook. Vervolgens racen naar het BART MacArthur station in Oakland, waar ik Astrid ophaal. De BART trein uit Walnut Creek is stipt op tijd en Astrid wurmt zich door de ‘toll exit’ naar mij. Onderweg zijn we het er over eens om geen stennis te maken, maar rustig aan te horen wat de plannen zijn. Nadat de ‘valet’ bediende van het moment onze auto aan het parkeren is, verwondert het ons niet om Bram bij de buitenasbak aan te treffen. Hij begroet ons als oude vrienden en is zeer te pruimen. Tijdens het voorgerecht wordt uitsluitend over familie aangelegenheden gesproken en is de stemming aangenaam, maar we zijn op onze hoede. En niet ten onrechte, juist wanneer ik de eerste hap van mijn filet mignon in m’n mond steek, begint Bram een tirade waarom we aan Eckarts woorden twijfelen en waarom we niet meer vertrouwen hebben in Frank Monstrey. Astrid die me al rood ziet worden neemt gelukkig het woord en vraagt Bram of hij wel weet hoezeer dit aan ons als familie knaagt. Bram blijft hameren op vertrouwen en veegt het feit dat we hier al een kleine vijf jaar mee bezig zijn van tafel. Van de aimabele Bram is weinig overgebleven.

Hij herpakt zich; “Astrid, wat denk je ervan wanneer we even een rookpauze inlassen,” vraagt hij om het ijs te breken. De twee verdwijnen naar de patio, hetgeen mij tijd geeft om een “Jack on the rocks” te bestellen. Gezonder dan zo’n peuk, maak ik mezelf wijs. Na een kleine 20 minuten komen Bram en Astrid duidelijk geamuseerd terug. Mooi. Wel kijkt Bram me aan met zo’n blik van ‘dat laat je dus door je vrouw opknappen’. “Kijk Peet,” begint hij, “in wezen heb jij je werk hier gedaan, en op niet al te lange termijn zien we je elders in dit grote land een satelliet van Ex’pression opzetten.” Ik ben even ‘flabbergasted’, Dat geeft Bram de gelegenheid om aan te vullen dat Astrid het geen bezwaar vindt om bijvoorbeeld met de familie naar New York te verhuizen. Dat is veel om over na te denken. Ik beloof dat we na dit weekend een beslissing nemen, hetgeen Topinka zal overbrengen, en dring er bij hem op aan om morgen de ‘graduation’ van klas 19 bij te wonen, zodat hij een idee krijgt van datgene wat hier gepresteerd is. Bram is weer ‘joviale Bram’ en neemt met een ‘hug’ afscheid. “Blijft een lekkere tent, Peet,” roept hij me toe terwijl ik afreken. Astrid is opgewekt, en daar ben ik blij om, vooral ook omdat zij het te zijner tijd niet erg vindt om de westkust te verruilen voor de oostkust. Wat Bram betreft ben ik niet zo zeker, binnen twee dagen toonde hij zich een getalenteerde kameleon. Zelfs tijdens ons dinertje. Ik ben niet zo gek op die beestjes.

Volgende week: maandag gaat er een e-mail naar Topinka inzake onze beslissing. We prepareren met onze D.C. ‘lawyers’ ons bezwaarschrift inzake de afwijzing van ons accreditatieverzoek. We spelen ‘hard ball’.

Daar gaat hij…….en andere parodieën

Gisteren vloog onze vogel Kaj weer terug naar San Francisco. Bijna twee jaar niet kunnen knuffelen, en nu weer vijf maanden wachten tot we zijn huwelijk met Michelle in Mexico gaan opluisteren. Over vliegen gesproken, dat gebeurde met de dikke week dat hij bij ons was; die vloog voorbij. Donderdag schipperde hij ons nog behendig de plassen door:

De Californische staatsvlag wapperde symbolisch dapper mee. We hebben van hem genoten afgelopen week en aan de belangrijkste mensen in zijn leven heeft hij voldoende aandacht kunnen schenken. Donderdag afscheidsmaal met sushi in gezelschap van oma Riet. Toen werd er op de deur geklopt (ja, ja) en komt die drommelse jongste broer Ivar binnenvallen. Om ons te verrassen had hij stiekem wat bussen genomen en het laatste traject vanaf Loenen te voet afgelegd. Held. Natuurlijk gisterenmorgen wel broertjes geklier met de door Astrid haastig gemaakte flensjes voor vertrek naar Schiphol:

“Jongens, dadelijk mist Kaj nog z’n vlucht,” riep ze getergd uit. Op het laatste moment plukte ze nog wat overgewicht kilo’s uit Kaj’s koffer, waarna ze de twee schelmen haar roze bolide injoeg, manlief zielig alleen achterlatend. Waar is Hazes wanneer je hem nodig hebt? De oplettende lezer (Richard Keijzer bijvoorbeeld) heeft natuurlijk allang gezien dat Clouseau de hitmaker was van ‘Daar gaat ze’. Ik kwam op die liedjes parodieën woensdagmiddag nadat ik in Huizen m’n eerste Covid-19 vaccinatie ontvangen had (Pfizer). Dan zit je daarna een kwartier af te wachten of je lichaam geen merkwaardige capriolen uithaalt. De eerste prik, jawel! Dan denk je aan liedjes die de eerste kus bezingen, of de eerste dans, of het eerste liefdesverdriet. En dan vervang je dans, of wat dan ook, door prik. Dat gaat niet altijd, zeker niet in vreemde talen. Bijvoorbeeld liefdesverdriet van Cat Stevens: ‘First cut is the deepest’. Dat klinkt voor de argeloze Nederlander al raar, laat staan voor een Engelstalige wanneer je ‘cut’ door ‘prik’ vervangt. Taal is mooi maar levert soms ook wel struikelpartijtjes op. Bijvoorbeeld wanneer je ‘canal’ verkeerd uitspreekt. De Engelsman of Amerikaan denkt dan dat je het hebt over de hondenhokken van Amsterdam in plaats van de grachten. Eén van de vermakelijkste taal misverstanden maakte ik mee toen een Duitse onderneming eind zeventiger jaren aandelen wilde kopen in Multi Function Computers. Toen Herr Schmitt de V&W rekening controleerde, rolde plotseling uit z’n mond dat hij nimmer had meegemaakt dat een bedrijf zoveel geld besteedde aan hoeren. Inderdaad, zo ziet de post ‘huren’ er in het Duits uit. Gelukkig was m’n kwartier voorbij en mocht ik naar huis, voordat nog meer gedachtenspinsels konden opborrelen. Maar goed, om terug te gaan naar Clouseau: ‘en zoveel gratie heb ik nooit gezien….’, schoot me ook te binnen toen Kaj in op maat gemaakt trouwpak paradeerde. James Bond is er niets bij. Helaas, op dat moment had Astrid m’n mobieltje in beslag genomen zodat ik het niet vast kon leggen. “Ik mag ook niks,” jeremieerde ik nog. Zonder succes. Gelukkig nog wat tijd over voor #108, u weet wel. Ach, toen was Kaj bijna 11, maar wel gereed voor Mexico!

Happy prik weekend, en blijf op je hoede!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 107

Zelfs financiering van Eckarts huis in Berkeley komt ter sprake. De Belg ligt dwars in de onderhandelingen over mijn overeenkomsten.

Na een vlucht van ruim anderhalf uur landen we in Oakland. Lekker klein, dus in een wip bij onze geparkeerde auto. Tijdens ons ritje naar Concord met wat ‘small talk’, problemen kunnen we na de Arcade perikelen wat lichter ter zijde schuiven, sorteert Astrid alle snuisterijen, die thuis juichend worden ontvangen. Opa en oma melden trots dat de kinderen écht niet verwend zijn. Het absolute zwijgen van de kinderen spreekt boekdelen. Het is goed, de orde kan weer hersteld worden. Met een glimlach, dat wel. Zondagmorgen ga ik hoopvol op de weegschaal staan. De wijzer doet er te lang over voor het bereiken van de eindbestemming. Wat volgt is de genadeloze uitslag: obees. 97,8 kilo oftewel 30,19 op de BMI schaal. Ziet er voor mij even erg uit als een heftige aardbeving op de schaal van Richter. “En,” vraagt Astrid. “Viel mee,” antwoord ik nonchalant en loop de trap af naar de keuken. Dat wordt een licht ontbijt. Later gaan we op bezoek voor een dinerafspraak bij buren JoAnn en AnnMarie. Het valt hen op dat ik vrij weinig eet. Ik veins een lichte maagstoornis. Ja, je moet wat. We verontschuldigen ons behoorlijk vroeg voor ons doen, want morgen wachten me sowieso twee managementteam meetings. Terwijl Astrid zich nog wat met haar ouders onderhoudt, zoek ik de beschutting op van onze slaapkamer. Zodra m’n hoofd het kussen raakt, val ik in een diepe slaap. Midden in de nacht schrik ik op uit een nachtmerrie. Niet zomaar een nare droom, het had als onderwerp Frank en Eckart, bezweet verstrengeld in een compromitterende houding, terwijl Bram met een peuk in z’n mond hen aanmoedigde. Even voordat ik eruit ontwaak, concludeer ik dat dat dus het gene is wat Frank macht over Eckart geeft. Recht overeind schud ik dat absurde idee van me af, hoewel een stemmetje in m’n achterhoofd me maant het niet te verwerpen. Maandagmorgen, tijdens m’n rit naar Ex’pression, blijft het in m’n gedachten spoken. Stel je eens voor! De ‘Big MT’ verloopt vlot, alle blokhoofden verstaan hun taak en voordat ze terugkeren naar hun klaslokaal of studio, krijgen we de ‘thumbs up’ voor het gevoerde beleid. Tijdens de daaropvolgende ‘Small MT’ met Gary, Espi Sanjana en Chris Coan, overhandigt Espi zijn response op een e-mail van Frank Monstrey. Buiten de onderhandelingen met banken over reguliere financiële zaken, schijnt nu ook Eckarts huis in Berkeley op het offerblok te komen. Hebben we bij financiering van Ex’pression het probleem dat de aandeelhouders buitenlanders zijn, dan geldt dat niet voor het zeer aantrekkelijk bezit van Eckart in de Berkeley ‘hills’. Het enige dat Gary zich hardop afvraagt is “what happened with the fucking billions of God Wintzen”. Dat zingt rond in mijn kantoor, echter geen van de aanwezigen waagt zich aan een antwoord. Vanmiddag bespreek ik het verder met Espi tijdens onze financiële meeting. Belangrijker nu is morgen de oriëntatie-dag van klas 29 en de komst van Jan-Ru Muller. Espi kent onze bezwaren tegen de Belg, dus ook diens rechterhand. Hij bezweert echter met Jan-Ru een goede band te hebben en op niveau met hem te kunnen samenwerken. Daar laten we het bij. De verse studenten van klas 29 brengen, net als bij elke voorgaande oriëntatie, een golf van enthousiasme teweeg. Adrenaline vloeit rijkelijk. Dat is ook van invloed op Jan-Ru, die in de loop van de middag arriveert en het ook vol enthousiasme opsnuift. Echter, bij Espi in het kantoor beklaagt hij zich over de door ons geleden verliezen. “Do you know Google,” vraag ik hem. “Sure,” is zijn korte antwoord. Ik laat hem weten dat Google, toevallig een jaar voor ons operationeel geworden, de eerste twee jaren alleen al een verlies leed van meer dan $20 miljoen. Espi voegt daar met een brede grijns aan toe dat Google investeerders heeft met niet alleen ‘deep pockets’, maar ook ‘vision’.

Espi Sanjana, CFO Ex’pression College for Digital Arts

Jan-Ru brengt wat zwakjes in “we’re Dutch, we save money for a rainy day.” Geduldig leg ik uit dat Ex’pression als een snelgroeiende plant is, “we need pokon!” Aan een verbaasd kijkende Espi leg ik uit dat ik ‘pokon’ als metafoor gebruik voor benodigd geld. Ik laat de twee mannen achter om de cashflow behoefte voor de rest van het jaar te bepalen, dat overzicht krijg ik morgen wel. De volgende morgen haal ik Jan-Ru op in Berkeley, iedereen die nu vanuit Nederland overkomt slaapt wegens de financiële situatie in Eckarts huis. Overigens niets mis mee. Jan-Ru is vol lof over Espi, maar dringt er bij mij aan in te binden wanneer ik in discussie ben met Eckart en Frank. “Met honing bereik je meer dan azijn, Peter,” bezweert hij. Ik ga niet eens in discussie met hem, maar moedig hem aan alle stukken vanaf 1998 chronologisch door te nemen. “De honing is de laatste vijf jaar tevergeefs aangewend en geconsumeerd, nu rest van tijd tot tijd slechts azijn,” zeg ik. “Terwijl ik behendig bij Ex’pression inparkeer, geef ik hem een joviale tik op z’n schouder en stuur hem naar het kantoor van Espi. “Happy spreadsheeting,” roep ik hem nog na. Alle vertrouwen in Espi. Een drukke dag eindigt met een hapje eten met Harry de Winter en diens vrouw Hanneke, waar ze Astrid ook bij uitgenodigd hebben. Harry, Zuid Frankrijk relatie van Eckart, bekend als oprichter van IDTV, mega succes met Lingo en het muziekprogramma ‘Wintertijd’, is al eerder bij ons geweest met zoon Daan.

Harry de Winter. Bron: Het Parool.

Temidden van een geanimeerd gesprek, kan Hanneke een speciaal verzoek niet voor zich houden; “nu Daan is ingeschreven voor Ex’pression, maken we ons zorgen over zijn behuizing.” Twijfelend naar Harry kijkend, neemt die het gesprek over, “het komt erop neer dat we jullie willen verzoeken Daan de eerste maanden onder jullie hoede te nemen.” Astrid en ik kijken elkaar aan en wisselen een blik van verstandhouding. “Is goed,” zegt Astrid, “dat zal goed gaan met onze jongens, zolang Daan zich aan de huisregels houdt.” Dat valt dermate goed dat Harry champagne laat aanrukken. Als het ware vallen bij Hanneke de vouwen van bezorgdheid uit haar gezicht. Met dikke knuffels nemen we afscheid van elkaar. Astrid begrijpt de zorgen van Hanneke als geen ander, ze maakt zich echter meer zorgen over het uitblijven van het antwoord van de Belg. Twee weken zijn er al verstreken sinds mijn laatste voorstel. “Morgen bel ik Jim Topinka,” besluit ik, “hopelijk kan hij een doorbraak bewerkstelligen.” Moet ook wel, bedenk ik stilzwijgend, anders lopen de ‘lawyer fees’ gierend uit de klauw. Tot mijn stomme verbazing verneem ik de volgende dag dat Bram Zwagemaker en Frank Monstrey woensdagmorgen de 14e een afspraak hebben geprikt bij het kantoor van Jim Topinka. Omdat ze er toch zijn vanwege de boardmeeting. Uiteraard verwachten ze mij er ook bij. Tevens dringt Bram aan op een ‘gezellig’ dinertje met Astrid en mij. Eén ding is zeker, het weekend dat ik gereserveerd heb voor Astrids ouders en de jongens laat ik er niet door versjteren. Gary is daadwerkelijk flabbergasted; “these fuckers will do anything to ruin our week, don’t they.” Merkwaardig genoeg hebben Bram en Frank, voor zover ik weet, geen afspraak met Gary gemaakt. Klaarblijkelijk wordt mijn overeenkomst de mal voor Gary. Ik beloof Gary op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Zaterdagmorgen breekt aan met stralend weer, geen tijd voor geneuzel, laat de pret overheersen! En dat doen we die zaterdag ook, met z’n allen op het Sunol stoomtreintje door prachtig Niles Canyon en ’s avonds genieten van een heerlijk diner bij buren Nydia en Phil. Zondag is het Moederdag. Het wordt gevierd op het water, op uitnodiging van vriend Marc Dronkers. Aangekomen op Angel Island komen de picknick spullen tevoorschijn.

V.l.n.r. Astrid, Ivar, ik met verkeerde streep, Kaj, oma Riet en Bo-Peter

Angel Island, onder de rook van San Francisco, is mooi, maar staat ook bekend als het eiland waar Amerikaans-Japanse burgers geïnterneerd werden na de aanval van Japan op Pearl Harbor, het begin van de tweede wereldoorlog voor de Verenigde Staten. Al met al is het zo’n weekend waar je helemaal bijtankt en de hele familie echt ‘happy’ is. Zelf ben ik helemaal klaar voor de schermutselingen die volgende week ongetwijfeld gaan plaatsvinden.

Volgende week: stormachtige bijeenkomst met Bram en Frank bij Jim Topinka. Of we eruit komen valt te betwijfelen. Het ‘gezellige’ diner met Bram.

Robert wie? Kaj komt zonder ‘All you need is love’

Eindelijk is-ie er dan. Donderdag rond 8.30 leverde de KL606 zoon Kaj prompt af op Schiphol. Bijna twee jaar niet kunnen knuffelen, en daar stond hij, in levende lijve. Net als zonen Bo-Peter en Ivar had hij een naar hem snakkende moeder Astrid bezworen niet de hulp van Robert ten Brink in te roepen. Wanneer een Nederlander bij hem aan de deur in Amerika zou verschijnen met een camera, dan zou z’n openingszin niet verder komen dan “hallo, ik ben Ro…”, voordat de deur dichtgesmeten zou worden. “Ik kom op eigen kracht ma,” sprak Kaj zelfverzekerd. En zo mocht ik ze dan ook vastleggen voor de magnifieke bedrijfsauto van Astrid, voordat ze op pad gingen om een zomers trouwpak aan te schaffen.

Immers, 25 september groot feest in het ons zo nauw aan het hart liggende Cabo San Lucas in Mexico, waar hij met verloofde Michelle een stap verder gaat: HUWELIJK! Zo ver is Bo-Peter met vriendin Tiphanie nog niet, maar wel was hij Kaj voor in het ontlopen van het ‘All you need is love’ busje. Beide tortelduifjes meldden zich al ter vrijwaring in 2020, die namen geen enkel risico. Extremer nog verliep het met Ivar. Een kleine vijf jaar geleden vergezelde hij ons terug naar Nederland. Hij, die nota bene opgegroeid is in Californië, zag het al voor hem na het bekijken van één show van ‘All you need is love’. “Hallo Ivar, ik ben Robert, ik heb een boodschap voor je in m’n busje dat om de hoek staat”. Zó sterk dat hij vorig jaar, toen hij vier maanden vastzat wegens Corona in Costa Rica, weigerde z’n adres daar op te geven aan ons. “Die gluiperd van een Ten Brink houdt dat in de gaten, pa,” sprak hij verwilderd. Voor de zekerheid liet hij zich ook door een inheemse kaalscheren:

Hij ademt uit ‘zo een knappe jongen die mij nog vindt’

Ik moet het meer van een pruik hebben, maar ja, naar mij is Robert gelukkig niet op zoek. Wel zorg ik ervoor het trouwhartig voor Astrid op te nemen, mochten we het missen. En ik heb altijd een schone zakdoek bij de hand! Overigens kan Michelle, die in hun nieuwe huis in Californië is achtergebleven, gerust zijn; Kaj is (nog) niet doodgeknuffeld. Donderdag hebben Kaj en ik, in het kader van zo lang mogelijk wakker blijven, Roma-Ajax bekeken. Ik had moeite om hem tijdens de wedstrijd wakker te houden. Alleen het commentaar van Ten Hag was leuk, omdat die altijd een andere wedstrijd ziet. “We hadden 75% balbezit”, jankte hij. Zeker, tikkie breed, tikkie terug, tikkie over de hele, maar weinig in de 16 (vakterm). “We hebben de kansen niet benut”. Is dat niet een onderdeel van het spelletje? Helaas bewees hij dat onze Nederlandse competitie inderdaad van ‘Mickey Mouse’ gehalte is. Met nog een ‘helaas’ moet ik daarin Johan Derksen gelijk geven. Laat Vitesse zondag in de bekerfinale maar bewijzen dat het niet zo is. Afsluitend (voor de kenners); #107 glijdt woensdagmorgen weer de digitale brievenbus in!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 106

Een woelige week vóór onze trip naar Hawaii. De Belg spreekt één op één met de nieuwe CFO, hetgeen Peter niet ten goede komt.

Zondagmorgen stap ik op de weegschaal: 94,9 kilo, schoon aan de haak. 29,29 op de BMI index. Niet obees, dat is een ‘waardering’ van 30, maar ook niet bepaald zwembroek aanbevelenswaardig. Deze paasdag, met een brunch en een A’s game in het vooruitzicht, kan bepaald niet gekenmerkt worden als een vastendag. Morgen beter, omdat tweede paasdag hier niet bestaat. Astrids uitgebreide luxe brunch is gezellig met de grootouders, ‘tik nog een eitje’, en druk gesnater van de jongens. De dag dobbert door tot het moment dat we naar het ‘Coliseum’ vertrekken, thuishaven van de A’s en football team Oakland Raiders. De game is ‘so-so’, na één run in de eerste inning scoren de A’s niet meer.

Uiteindelijk winnen de Texas Rangers met 2-1. Dat noemen ze dan een pitchers game, maar wij zien het liefst veel homeruns! De jongens genieten toch wel, dankzij het hele circus rond de game. De hotdogs en ‘garlic’ patatten vervolmaken de middagwedstrijd die doorloopt tot acht uur ‘s avonds. Bij elkaar zo’n drie uur, valt dus mee. Die hele dag van innemen komt als een boomerang terug wanneer ik maandagmorgen op de weegschaal stap. Zoals ze hier zeggen; ‘in your face’: 95,6 kilo, omgerekend 29,51 op de BMI index. Dat wordt hongerlijden van de week, neem ik mezelf voor. De zogenaamde ‘small MT meeting’ heeft duidelijk een ander karakter gekregen na de ontwikkelingen van afgelopen week. Gary zit er als een lammetje bij, terwijl Chris Coan en Espi Sanjana ontspannen en levendig deelnemen aan de conversatie. Echter, de weergave van het onderhoud dat CFO Espi had met Frank Monstrey brengt weer de nodige onrust. Zonder mij erin te betrekken, heeft de Belg besloten om mijn tekenbevoegdheid terug te brengen van $100.000 naar $10.000. Gary wordt alle tekenbevoegdheid ontnomen. Ik ontplof; “that fucking hypocrite,” waarna ik in een stroom van woorden uitleg hoe vriendelijk hij was in m’n gezicht en dat die gluiperd dit dus achter m’n rug probeert te regelen. Het raakt Gary op een of andere manier niet. Espi overhandigt me het verslag met het verzoek om aan te merken waar ik het niet mee eens ben. “This is a shareholders decision, Espi,” zijn m’n slotwoorden voor deze meeting. Alleen tijdens een aandeelhoudersvergadering kunnen mijn bevoegdheden aangepast worden, tot dat moment blijft alles zoals het is. Basta! Nu Frank besloten heeft Espi als boodschapper te gebruiken, doe ik hetzelfde. Laat Espi hem maar mededelen dat hij dat document met beslissingen in z’n Belgische reet kan steken. Chris steekt nog even z’n hoofd om de deur; “Peter, there are some Woody posters outside, he’ll be here this afternoon for some hemp background stories for the students.” Shit, helemaal door m’n hoofd gegaan. ‘Movie Star’ Woody Harrelson, tevens lid van ons ‘advisory board’, komt vanmiddag een lezing geven over de achtergrond en nuttig gebruik van hennep. Zoals het er nu uitziet, hebben zowat alle studenten opgetekend. “Show me the posters, Chris.” Chris gaat me voor naar de wand waar de geluidsstudio’s beginnen. Ik vraag hem de poster van ‘Natural Born Killers’ te verwijderen en die van Woody’s opkomst in ’Cheers’ centraal te positioneren.

“Sure Peter,” antwoordt Chris laconiek. Ik leg hem uit dat ouders er al genoeg problemen mee hebben dat we zo dicht bij Oakland zitten. De gewapende overval op het door ons beheerde studentenhuis op 59th Street, net over de grens in Oakland, staat me nog vers in het geheugen. En ja, de studenten hadden de deur gastvrij opengelaten, en ja, er schalde luide dance muziek, maar geen reden tot een overval. Echter, in Oakland weet je ’t nooit. Gelukkig raakte niemand gewond, alleen materiële schade, zoals afgenomen laptops en mobiele telefoons, maar wel traumatisch. We hopen binnen afzienbare tijd afscheid van het studentenhuis te nemen, te veel verantwoordelijkheid. Trouwens, Frank wil het gebouw ook ten gelde maken om de kas te spekken. Welke kas is onduidelijk. Ik hobbel terug naar m’n kantoor, m’n rechterknie speelt weer eens op. Volgens een MRI een versleten ‘football’ knie. Maar een cortisone injectie doet wonderen, en daar zijn ze hier niet moeilijk mee. Even voor half vijf komt Woody met z’n ‘posse’ aan en veroorzaakt, als verwacht, een storm van opwinding onder de studenten die zich verzameld hebben bij de receptie. Het moet gezegd, Woody heeft absoluut geen sterallures en gedraagt zich als student onder de studenten. Z’n lezing over wat je allemaal met hennep kunt doen, gaat erin als Gods woord in een ouderling. Geduldig beantwoordt hij ook de talloze vragen aan het einde. Daarna wordt het tijd voor hem om met Gary onder het uitwisselen van cowboy verhalen van een alternatief hennep product te gaan genieten. Die tijd gebruik ik om met Woody’s woordvoerder, Joe Hickey, een plan uit te stippelen in hoeverre de ‘visual’ studenten hen kunnen ondersteunen bij hun ‘Hemp America’ toer. Uiteraard eindigen we voor een snel drankje en wat snacks in ‘The Townhouse’. Iedereen is ‘happy’, en zo nemen we ook afscheid van elkaar, Gary inbegrepen. Dinsdag praat Espi me bij over financiering van ons gebouw, hetgeen $2 miljoen zou moeten opleveren. Geld dat aangewend gaat worden om Ex’tent terug te betalen. Espi verzucht dat de ratio laag is vanwege de slechte onroerend goed markt. Aangezien het geld toch niet voor Ex’pression bedoeld is, boeit het me niet al te zeer. “Just inform Frank, Espi,” zeg ik voordat ik de deur achter me sluit. Ofschoon ik redelijk bij ben, wil ik Frank informeren over de laatste details van onze onderhandelingen, maar daar heb ik de juridische ondersteuning van James Topinka bij nodig. Woensdag krijg ik het groene licht voor een juridische versie van mijn opzetje. Voor de zekerheid fax ik dat naar Frank, zodat ik een ‘receipt’ heb.

Vrijdag breekt aan en uiteraard nul response. Voordat ik naar huis ga, besluit ik om nog een en ander met Espi door te nemen, maar ook om hem op het hart te drukken dat ik komende week absoluut niet gestoord wens te worden. Zo kom ik erachter dat ze inmiddels Ex’pression ook belast hebben voor rente en startup kosten van voor mijn tijd van ruim $1 miljoen. Even vergeten mij te vertellen. Frank heeft in New York Quad Ventures bezocht, aangedragen door ons, zonder dat melden. De Quad mensen gaven dat vriendelijk zelf door. M’n afkeer van de Belg groeit met de minuut. Normaal gesproken krijg je verbeteringen aan het gebouw gratis, evenals drie maanden huur. ‘Moeder’ Ex’tent belast nu alles gretig aan ons door. Inmiddels weet Espi ook wel hoe de vlag ervoor staat, hij belooft een oogje in het zeil te houden de komende week en wenst me “Bon voyage”. Ook Gary wenst me een “terrific week on the rock-a-hula island”, en weg ben ik. Zaterdagmorgen, voor vertrek, stap ik op de weegschaal, 95,2 kilo, toe maar, wel 400 gram afgevallen. Hopelijk zakt de zwembroek niet van m’n kont, steek ik de draak met mezelf. Het afscheid van schoonouders en kinderen is, als te verwachten, rommelig. De jongens zien opgewonden uit naar een week van verwenning en daarna souvenirs uit Hawaii. Southwest gaat ons via Phoenix naar Kauai brengen, weer eens wat anders dan het drukke Maui, veronderstellen we. En dat klopt, zo rustig hadden we het ons ook niet voorgesteld. Het resort is ook niet echt om over naar huis te schrijven, en…..het regent. Zorgen voor niets gemaakt over die zwembroek! Met één volle dag hebben we het hele eiland doorgekruist. En af en toe schijnt de zon tussen de wolken door. Aangekomen bij het hippiedorp Hanalei, begin ik spontaan “Puff the magic dragon” te zingen. Ik beantwoord Astrids verbaasde blik met de uitleg dat Puff hier gewoond heeft. Het vraagteken verdwijnt van haar gezicht wanneer ik meld dat het een liedje is van Peter, Paul en Mary. Uitdrukking is nu meer van ‘niet lekker, die man van me’.

Astrid poseert op een van de mooiste dagen voor Hawaii Valley

Natuurlijk bezoeken we de fameuze ‘wedding chapel’ uit de film ‘Blue Hawaii’, waarin Elvis Presley de hoofdrol speelt. Astrid wil daar nog wel een keertje hertrouwen. Niet dus, dat hebben we drie jaar daarvoor al in Las Vegas gedaan. We lezen wel veel en doen ons tegoed aan zowel lunch- als dinergerechten. Sores over m’n gewicht heb ik even laten varen. Dat we op enig moment tijdens een ritje een prachtig kerkhof bezoeken, spreekt boekdelen. Het gemis aan ‘night life’, zoals op Maui, doet zich gelden. In ieder geval zijn we zeer uitgerust wanneer we zaterdag 3 mei de terugreis aanvaarden. Net na de tussenlanding op de luchthaven van Phoenix zet ik mijn mobiele telefoon aan, die gelijk overgaat. Espi Sanjana meldt me dat Jan-Ru Muller, de rechterhand van de Belg, dinsdag arriveert. “So you can prepare,” moedigt hij me aan. Ik bedank hem en bedenk me dat het ook de dag is dat we klas 29 verwelkomen. “Slecht nieuws,” vraagt Astrid bedeesd. “Nah, Jan-Ru komt Espi controleren,” stel ik haar gerust. “Kom, nog even een wijntje scoren voordat we naar Oakland vliegen.”

Volgende week: zelfs financiering van Eckarts huis in Berkeley komt ter sprake. De Belg ligt dwars in de onderhandelingen over mijn overeenkomsten.

Negentig + 3

90 + 3. De Amerikanen hebben hier een gezegde voor: ‘It ain’t over till the fat lady sings’. Het gezegde betekent in wezen dat je geen aanname over het einde van een gebeurtenis moet maken tot het daadwerkelijk beëindigd is. En wie was die ‘fat’ lady? Kate Smith, een hele grote mevrouw, die in de 50’er jaren het Amerikaanse volkslied zong na afloop van ‘American football’ wedstrijden.

Refererend aan bovenstaande cartoon, zou het zomaar kunnen dat Rutte IV inderdaad aanstaande is. Mevrouw Kaags legendarische zin “hier scheiden onze wegen meneer Rutte”, bleken even onbetrouwbaar als de Kaagse plassen. Zeker na acceptatie van het cadeau van het voorzitterschap van de 2e kamer. Dit gaat stemmen kosten mevrouw Kaag, gaarne verwijs ik u naar de ervaringen van vorige Rutte partners. Maar eigenlijk dwaal ik af. Jongste zoon Ivar, die bij ons de paasdagen doorbracht, en ik waren TV toeschouwers bij de wedstrijd Sparta-PEC vorige week zaterdag. En 90+3 hebben wij vele malen onder het slaken van smartelijk kreunen moeten ondergaan. Sparta stond voor, of op z’n minst gelijk, waarna de tegenstander in de laatste minuut Sparta de das omdeed. Tot onze opperste vreugde keerde het tij; Sparta scoorde de winnende goal tegen PEC in de allerlaatste seconde. Het bracht me terug bij van die ‘last moment’ gebeurtenissen. Eén is wel heel dichtbij: Pasen. Sneeuw en witte daken met Pasen, wie had dat kunnen denken? Wie ‘covert’ Bing Crosby met ‘I’m dreaming of a white Easter’? Of Wham met ‘Last Easter’? 31 december 2005 liep mijn arbeidsovereenkomst af met Ex’pression. Zonder ‘Permanent Resident’ status, de zogenaamde groene kaart, voor mij en de familie, zou het einde van ons avontuur in de V.S. betekenen. Weliswaar aangevraagd, en op papier toegekend, maar zonder de ‘Permanent Resident Card’ ben je kansloos.

Kwam per post 23 december binnen. Halleluja! Kerst 2005 kon niet meer kapot. Verder erug in de tijd: december 1976. Een wederverkoper klant weigerde een factuur te betalen van 100.000 gulden. Het kersverse door mij opgerichte bedrijf Multi Function Computers, 6 maanden eerder met 50.000 geleende guldens begonnen, stond op het punt van omvallen. “Dat nooit”, schreeuwden we overmoedig in Zoetermeer. 9 jaar later vroeg Computable me het als kerstverhaal te brengen:

Ons groepje van automatiseringsdesperado’s zag kans om een loodzware Systime PDP 11/34 computer met een list uit een bankgebouw te krijgen. De decembersalarissen waren veiliggesteld. Zo zijn er nog legio voorbeelden te noemen die te maken hebben met ‘nooit een aanname maken, of opgeven, voordat de uitkomst definitief is’. Zo vind ik de uitkomst van Covid-19 ook 90+3. Blessuretijd is nog niet eens begonnen! Ga geen roekeloze dingen doen voordat we allemaal óf gevaccineerd zijn óf een negatief bewijs hebben. Wellicht kunnen we van de zomer weer vrij adem halen, wellicht met enige restricties. Nog even volhouden, wanneer de ‘fat lady sings’ ken je de uitkomst. Nog verre van 90+3 is ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’, fris en fruitig komt aflevering 106 woensdag over de digitale toonbank. Geniet dit weekend!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 105

De Belg als scherprechter op donderdag. Vrijdag vangt aan met onverwachte mededelingen.

Donderdag 17 april 2003: onder het scheren bedenk ik me dat het weer zo’n dag van uitersten wordt. De dag vangt aan met een executive meeting van de Emeryville Chamber, waarna er een nadere kennismaking volgt met het ons opgedrongen boardmember Judy Hamilton, begeleid door publiekslieveling Frank Monstrey. Daarna gaat ieder zijns weegs tot laat in de middag; het moment dat beslist wordt of we van de koers afwijken die we nog niet zo lang geleden ingeslagen zijn. En dat alleen omdat Gary is gaan janken bij Frank. Ter verhoging van de feestvreugde komen ook mijn schoonouders vandaag aan. Maar goed, die passen op de jongens wanneer wij in Hawaii bivakkeren. Ik ben in een gemoedstoestand die me dankbaar stemt. Zoals ze hier zeggen; ‘when the going gets tough……’. Astrid verbaast zich erover dat ik zo ijzig kalm ben, nee het verontrust haar. Ik kus haar zorgen weg en ga onderweg naar m’n eerste afspraak. Eigenlijk leer ik het ‘vak’ een beetje bij de ‘Chamber’ omdat ik later dit jaar als Chairman het bedrijvencluster mag aanvoeren. Het indienen van een ‘motion ’en ‘second the motion’ moet ik me nog eigen maken, maar ik kom het uur goed door. Ook beloof ik Chairman John Gooding te vergezellen naar de volgende raadsvergadering, waar we op de rol staan met als onderwerp ‘closer ties’. Lekker tegen het stadsbestuur aanschurken.

‘One down’. Ik haast me naar Ex’pression en ben net op tijd om Judy en Frank bij de receptie welkom te heten. Frank is weer op z’n Belgische paasbest. Het is duidelijk dat hij indruk wil maken op deze Judy Hamilton. Om een of andere duistere reden is Gary er niet bij. Merkwaardig. Judy stelt vragen die meer het karakter hebben van een ondervraging. Of, zou je kunnen zeggen, het karakter hebben van iemand die graag bereid is mijn plek in te nemen. Frank zit er glimmend bij, alsof hij een konijn uit z’n hoge hoed heeft getoverd. Zoals afgesproken klopt Pat, de P.A. die Gary en ik delen, na een uur op de deur om mede te delen dat de volgende afspraak op me wacht. Met alle vriendelijkheid die ik uit me kan persen dank ik haar voor haar bezoek, en wens hen beiden een goede lunch. Frank en Gary tref ik om vijf uur vanmiddag. Pat weet ook niet waar Gary uithangt, hij heeft niets gemeld in onze gezamenlijke kalender. Op dat moment geef ik gehoor aan de bemoedigende honkbaltekst van een catcher die z’n pitcher opbeurt net na het incasseren van een homerun: “shake it off”. Dat helpt soms, maar het wordt toch een hele ruk naar vijf uur. Gary is zowaar op tijd, groet me met een hoofdknikje en neemt plaats. De stilte wordt doorbroken met de binnenkomst van Frank, die zo te zien alle benodigde documenten bij zich heeft. Met een vette glimlach neemt hij plaats aan het hoofd van de tafel. “So, it’s good to have both chiefs at the table,” opent hij. Dat brengt bij Gary een grijns op z’n gezicht die lijkt te zeggen; “zo de eerste ronde is voor mij”. Methodisch gaat Frank door alle stukken, haalt vervolgens de notulen aan over het deel waarin de veranderingen besproken zijn, en komt tot de conclusie dat alles is uitgevoerd als besproken. Het kost me grote moeite om m’n gezicht in de plooi te houden. Bij Gary druipt de teleurstelling ervan af. “I see,” zegt hij, terwijl hij opstaat, “I guess that settles that.” Hij mompelt nog wat, pakt z’n spullen, en verlaat het pand. Je kunt zeggen van de Belg wat je wil, maar wanneer er afspraken zijn gemaakt in een boardmeeting, dan zijn die heilig voor hem. En, heel eerlijk gezegd, het is makkelijk beslissen over zaken die zo duidelijk genotuleerd zijn. Frank wenst me nog een ‘schone’ avond, waarna ik in een soort van jubelstemming naar huis rij. Beetje vreemd natuurlijk om zo blij te zijn over iets dat simpelweg afgesproken is. Ik bel Astrid vanuit de auto om haar het heugelijke nieuws mede te delen, ook al omdat m’n schoonouders inmiddels gearriveerd zijn, die we er niet mee gaan belasten. Astrid is zeer verheugd, mild uitgedrukt, de vakantie naar Hawaii kan nu zonder zorgen tegemoet worden gezien. Thuisgekomen wacht me een drukke, gezellige boel, waar ik ook onbezorgd aan mee kan doen. Nu maar hopen dat Gary morgen een positief aandeel heeft in de ‘All Staff’ meeting. Vrijdagmorgen sluip ik het huis uit, hoewel ik m’n schoonouders in de gastenkamer hoor rommelen. Normaal met een jetlag, dat wel, maar ze zijn toch weer te vroeg naar bed gegaan. M’n stemming is daadwerkelijk nog niets veranderd sinds gisteren, ik vlieg over de weg. De studenten bij Ex’pression, die de nacht daar hebben doorgebracht, zien lacherig toe hoe ik ze op de schouders klop en vraag of ze een fijne nacht achter de rug hebben. Met name de sound studenten nemen ’s nachts voor hun ‘live’ opnames getalenteerde amateurbands op, die immers overdag werken. Ach, de weg naar roem, zong Queen reeds, is bepaald ‘no bed of roses’. Rond negen komt Kelly Backens binnen en deelt me mede dat ze gebeld is door Debbie Platt. Gary is ziek en kan helaas niet deelnemen aan de ‘All Staff’ meeting. Verbaasd antwoord ik, ”you’ve got to be kidding me.” Nee hoor, geen grap, Gary heeft een zere keel, “and you’ve got to respect that, Peter,” zegt ze beslist. Ik heb geen zin om haar te vragen waarom hij mij niet belt, of Pat, en wuif haar de deur uit. Even voor de ‘All Staff’ meeting komt een privé e-mail van Gary binnen:

Duidelijke taal. Excuses, had een e-mail niet gelezen, en het lijkt hem niet goed om met mij zondag naar de A’s game te gaan. Maar, heel belangrijk, hij is het volledig met me eens. Z’n slotzin luidt dat hij zich sowieso niet lekker voelt. Hoeveel waarde ik eraan kan hechten, en hoe lang het duurt, is onzeker, maar voor nu voldoende. Zeker ook omdat ik nu de staf toe ga spreken en kan mededelen dat Gary er ook achter staat. Vandaag hebben we gekozen voor Meyer Sound Hall omdat we veel stafmensen verwachten. Wanneer ik samen met Chris Coan voor het toneel plaatsneem, zodat we niet een niveau hoger staan, verstomt het geroezemoes. Nogmaals leg ik uit waarom de veranderingen nieuwe frisheid zullen aanbrengen, noodzakelijk na vijf jaar, en dat Gary helaas niet aanwezig kan zijn, maar er volledig achterstaat. Nadat Chris zijn ‘song and dance’ gedaan heeft, bestaat de mogelijkheid om vragen te stellen. Opmerkelijk feit is dat bij afwezigheid van Gary de vragenstellers zich frank en vrij voelen in hun aanpak. Wellicht ook omdat ze niet halverwege hun vraag afgekapt worden. Het duurt allemaal wat langer, maar het is het waard. De enige die er wat beteuterd bijzit is Yee Ju Riddell, zij is na de laatste aanvaring met Gary’s ademtest niet zo gelukkig met de nieuwe koers.

Archieffoto met Yee Ju vóór de nieuwe indeling

In losse groepjes wordt nog wat nagepraat, waarna de zaal langzaam leegloopt, afhankelijk van de verplichting die men heeft. Het voelt bevrijdend. Voor het eerst sinds lange tijd heb ik het gevoel de situatie volledig meester te zijn, en dat voelt goed. Morgen, zaterdag, ga ik thuis m’n eisen en wensen voor wat betreft arbeidsovereenkomst en stock option agreement aan ‘lawyer’ James Topinka voorleggen. In alle rust omdat Astrid met m’n schoonouders en de kinderen een dag pretpark ‘Six Flags’ aandoet. Het wordt een heerlijke, zorgenvrije avond. Zaterdagmorgen feliciteer ik Eckart met z’n 64e verjaardag, waarna ik me met een forse beker koffie aan hopelijk het laatste document voor het onderhandelingspakket zet. Dat duurt niet lang omdat de jongens, uiteraard met zicht op ‘Six Flags’, vroeg hun bed uitgerold zijn en iedereen wakker gemaakt hebben die met hen mee gaat. Het ontbijt wordt erin gerost en rond half tien zwaai ik ze uit. Na alle stukken nogmaals bestudeerd te hebben, kom ik tot de volgende voorwaarden in mijn schrijven naar James Topinka: allereerst benoem ik het belastingprobleem dat waarschijnlijk ontstaat met de stockoptions wanneer we dat recht uitoefenen. Bij ‘exit strategy’ geef ik aan dat ze me niet meer willen geven dan een opzegtermijn van zes maanden, dus, ontslaan ze me, dan eis ik minstens één miljoen en naar rato meer wanneer de waarde van Ex’pression de veertig miljoen overschrijdt. Daarnaast eis ik dat indien er vijf jaar na het sluiten van de definitieve overeenkomst niets gebeurd is, ik het recht heb om een ‘outside’ koper te vinden. Tevens dient er een stock option plan per begin 2003 geactiveerd te worden. Ik herlees het nogmaals, maak wat kleine correcties en verstuur de e-mail. Nu pas merk ik dat ik nog steeds in m’n badjas zit, snel opfrissen voordat de meute thuiskomt. Nadat ik gebadderd heb, vul ik de koelkast dranktechnisch aan, kijk wat honkbal op TV en wacht op wilde verhalen van de gebeurtenissen bij ‘Six Flags’. En die komen volop binnenrollen, met name de achtbaan heeft indruk gemaakt. Opa en oma zijn tevreden, hetgeen ook uit de ‘verplichte’ foto blijkt.

De jongens worden door de grootouders naar de badkamer gejaagd, hetgeen Astrid en mij de tijd geeft om even bij te praten. Astrid bekijkt de e-mail en vindt het enigszins gewaagd, maar, bezweer ik haar “wie niet waagt, wie niet wint.” De luidruchtige binnenkomst van de jongens maakt een einde aan het gesprek.

Volgende week: een woelige week vóór onze trip naar Hawaii. De Belg spreekt één op één met de nieuwe CFO, hetgeen Peter niet ten goede komt.