What’s in a name?

Vorig jaar werden 883 jongens opgezadeld met de populaire naam Noah, afkomstig uit het Hebreeuws. Ervan uitgaand dat dit al het 7e jaar op rij is, kan eenvoudig gesteld worden dat de betekenis ervan, ‘rust, troost of vrede’, weinig impact heeft gehad. Wellicht komt dat omdat de tegenhanger, oftewel de minst populaire naam, Donald is (bron: Laanen Research). Ook praat men erover als de meest gehate naam (sorry Donald Duck). Op zich staat Donald (in het Gallisch) voor ‘wereldleider’, en dat is Trump ook gaan geloven, een echte narcist waardig. De populairste meisjesnaam was Noor, met 705 aangiftes. Leuk dat Noor een Arabische afkomst heeft en ‘licht’ betekent. Een mooie tegenhanger van Noah. Met een beetje fantasie kun je je voorstellen dat Noor er met de Noorderzon vandoor ging, en Noah met zijn zelfgebouwde ark als de donder er achteraan. Dit soort hersenspinsels borrelden op toen ik vanmorgen vroeg de voordeur opende en naar buiten keek, om vervolgens Mila te verleiden alvast een plasje in de tuin te doen. Helaas, toen ze het Groenland winterscenario aanschouwde, trok ze zich haastig terug. Oh, Groenland, dat doet me weer aan die bullenbak van een Trump denken. Duidelijk is dat hij op niet al te lange termijn het wereldtoneel in een dwangbuis zal verlaten.

Angst bekruipt je wanneer je bedenkt hoeveel schade hij voor die tijd nog kan aanrichten. Maar goed, waar wilde ik heen met al die namen? 1912; wat was toen de populairste jongensnaam? Mijn vaders geboortejaar bracht dezelfde namen voort als de mijne: Jacobus, Petrus en Johannes. Mijn vader werd in de wandelgangen Koos genoemd, mijn roepnaam werd Peter, en daar ben ik mijn moeder nu nog dankbaar voor. Roepnamen bestaan niet meer; je heet nu precies als aangegeven; Liam, Luca of Robin (m/v) en Lieke, of Mila (v/h). Wel zo duidelijk. Mila? Juist, onze knuffel doodle, geen heldin in de sneeuw.

Hier voorzichtig verkennend. Moet ik zeggen dat ik ook als een bejaarde schuifel wanneer ik haar uitlaat, om te voorkomen dat ik niet op m’n gezicht ga op de spekgladde ondergrond. Ik bedenk me dan altijd hoe ik weer overeind moet komen. M’n twee kunstknieën laten me weinig ruimte om soepel overeind te komen. Voor m’n geestesoog komt er dan een buurman voorbij die vraagt hoe het gaat. ‘Gaat wel’, mompel ik dan, ‘was een lange wandeling, ik rust een beetje uit’. Je merkt dat de kou me te pakken krijgt, hetgeen mijn beslissing beïnvloedde om morgen af te zeggen voor de wedstrijd Sparta-Heracles. Hopelijk wordt broer Rob niet boos op me. Heimelijk hoop ik dat de wedstrijden afgelast worden, zoals gisteren reeds het geval was. Eén keer heb ik op de tribune gezeten met lichte vorst en een gezellig oostenwindje, het heeft tot maandag geduurd voordat ik definitief ontdooid was. Nee, ik doe mijn naam Petrus, ‘de rots waarop Hij zijn kerk zou bouwen’, geen eer aan. Mila wel: ‘ze straalt liefde, vriendschap en zachtheid uit’. Dat laatste geeft me aanleiding om terug te grijpen naar een gelukkig moment met Astrid op de piste van Northstar in Californië:

The (happy) End.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *