De route naar Cinq-Vingts

Al werkend aan mijn speech voor de ‘Big 80 Party’, tolde ik soms rond in een waas van verbazing. Heel eerlijk; ik heb er nooit bij stilgestaan. Tachtig is Achtzig bij onze oosterburen en Eighty bij de Angelsaksen, maar niet bij de Fransen, daar is het vier maal twintig, oftewel Quatre-Vingts. Vreemd, bedacht ik me, honderd is niet Cinq-Vingts maar Cent. En dat vond ik raar, geen vijf maal twintig, maar Cent. Vroeger dacht ik dat ze dan geen cent meer voor je leven gaven. Nonsens natuurlijk. Wellicht dachten ze in schijven van twintig jaar en zit je in de vijfde schijf, dus van tachtig naar honderd, dan zit je in de blessureschijf. Dat heb ik losgelaten op mijn vier voltooide schijven, met een oogje op de gezichten die ik trok gedurende die tachtig jaar:

Het deed me goed dat het begin en einde van een schijf nieuwe mogelijkheden impliceerden of een afscheid aangaf. Ik neem je aan de hand mee. Schijf 1: 0-20. Geboren: 3-7-1946, dat is een simpeltje, het gebeurt gewoon! Wel gelijk m’n eerste onderscheiding gekregen; een vaantje op mijn bed dat aangaf dat ik met m’n 9 pond de zwaarste van de zaal was. In de knip! Die eerste twintig jaar bevatte al heel wat gebeurtenissen waar een ‘normaal’ mens meer tijd voor nodig heeft. Toen ik 5 jaar oud was, stierf mijn zusje Mieke op 3-jarige leeftijd aan difterie, iets dat ik overleefde. Heugelijk was daarna de geboorte van broer Rob in 1952, sinds jaar en dag mijn trouwe Sparta kompaan.

Op mijn 12e overleed mijn (onze) vader aan een hersentumor, hij werd slechts 46 jaar. Onze moeder had de zorg voor haar 4 kinderen: Hans (17), Aad (15), Peter (12) en Rob (6). Hans en Aad moesten aan het werk (banketbakkerij) om centjes binnen te brengen, een sociaal netwerk ontbrak immers. Het jaar daarvoor brak ik mijn rechterpols bij een potje (geliefd) straatvoetbal en had ik alle tijd om te bedenken wat en waar ik verder wilde leren. Vrij in de keuze voor vervolgonderwijs, koos ik de in mijn ogen makkelijke MULO opleiding. Net voor mijn 16e , na een aantal pretjaren, slaagde ik voor mijn MULO-A examen, inclusief middenstand diploma (!). Uiteindelijk heeft me dat heel wat avonden gekost aan inhaal educatie. Aan de slag was het motto; er moest geld verdiend worden. Uiterst snel vond ik een baan als assistent boekhouder bij een groothandel in koelapparaten: Gebroeders Goedhart te Rotterdam, op een steenworp van Sparta. Vervolgens assistent inkoper bij Munier & Smit, groothandel in badkamers en keukens. Niet dat ik tekenbevoegdheid had, hoor. Mijn laatste job voordat ik de overstap (opportunity) naar automatisering maakte, een oliewijk bij BP in Crooswijk en Hillegersberg. Raad eens waar ik de meeste fooien kreeg. Het waarom van deze non administratieve ‘move’ werd veroorzaakt door mijn huwelijk op 19-jarige leeftijd, gevolgd door de geboorte van zoon Rick, vlak voor de beëindiging van schijf 1. Er moest geld verdiend worden, oftewel brood op de plank. ‘Je was er vroeg bij’, is iets dat ik vele malen gehoord heb, maar goed, dan heb je er ook heel lang plezier van. Zoals Rick ooit voor me zong: ‘A father and a friend’. Hetzelfde jaar deed ik een flinke financiële stap achteruit omdat ik besefte dat mijn toekomst elders lag. Het werd mijn eerste stap in de wereld van automatisering. Tussen de bedrijven door werd er ook gevoetbald. Na het heengaan van mijn vader moest ik de Sparta c’tjes verlaten en werd ik liefdevol door het aloude Steeds Hooger (1907) opgevangen, die een nieuwe jeugdafdeling aan het opbouwen waren. Daar maakte ik op m’n 18e bij mijn debuut in het1e mijn eerste doelpunt.

Even uitknippen voor m’n moeder! Ik mocht er twee kampioenschappen meemaken alvorens ik een (mislukt) avontuur bij Sparta aanging.

Maar dat is nog niet alles, ook een tweetal cabaretgroepen werd opgericht, waar we met veel vreugde op de planken stonden.

Rechts naast me oudste vriend in dienstjaren, Martin Corsten

Het leidde niet naar een pot met goud, zeker niet genoeg om een gezinnetje te onderhouden. Hoe kregen we het überhaupt voor elkaar al die activiteiten in 24 uur te wringen (Rick in babyzitje achter de coulissen, dat wel). Nu valt er nog zoveel te vertellen over schijf 1 dat schijf 2, waar de basis gelegd wordt voor een carrière die deze straatjongen uit Rotterdam niet voor mogelijk had gehouden, in de knel komt. Wat te doen, behandelen in een follow up Luim? Dat laat ik aan jullie, de lezers. Laat het me weten. Weet in ieder geval dat in mijn blessureschijf nieuw Laanen leven (alweer een jongen) in november verwacht wordt in Californië. Een mooi slot van schijf 4 en een mooi begin van de blessureschijf. Waag de test met je eigen schijvensysteem, en wie weet word je net zo gelukkig als ik!