“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 94

De inhoud van de e-mail van de Belg wordt gefileerd. Gary’s response mag er zijn. Het grote bekvechten gaat beginnen; Eckart mengt zich ook in de strijd.

De Belg begint met een woordspeling naar Gary toe en gooit er vervolgens gelijk een leugen tegenaan:

Hij verwijst naar een management team meeting van 14 oktober waar de mededeling ergens begraven zou zijn naast een mededeling over de ‘bursar’ die met ziekteverlof gaat. Verder in de e-mail komt hij daar nog eens dunnetjes op terug en heeft hij het over huishoudelijke mededelingen. Hij vergeet voor het gemak de ‘Newsflash’ van 24 oktober, aan alle mensen die hij vermeldt, waar het duidelijk in gesteld staat. En oh, oh, wat heeft Frank het druk, hij krijgt wel 50 tot 60 e-mails per dag, nou ja, je begrijpt het, eer dat hij daar doorheen is, dan gaat er wel wat tijd voorbij. Georg, Oostenrijkse afkomst, briljante spreadsheet goochelaar, continu door Frank als George aangesproken, waardoor Franks e-mails ook bij een ons onbekende George aanbelanden, was gisteren in Nederland op bezoek bij de ‘Bosschuur’. Frank concludeert dat de door hen ingehuurde Georg wel de juiste informatie toegediend dient te krijgen om tot een juiste cashflow voorspelling te komen. Ja, stelt hij; “it takes two to tango”. Zoals gesteld, Georg is briljant, echter hij verdrinkt af en toe in z’n eigen formules. Wanneer je zoals ik tot je nek in de praktijk zit, zie je veelal dat iets niet klopt zonder de formules te kennen. Eén verkeerde cel en je hele voorspelling is naar de knoppen. En ja, sommige zaken had Georg wel moeten onderkennen, stelt Frank, maar “like you Gary, I don’t like the blame game, we are here to find solutions”. Om met Van Kooten en de Bie te spreken, mompel ik: “mag ik even overgeven.” En dat gaat maar door met z’n halve waarheden en insinuaties, maar waar ik helemaal van over m’n nek ga is z’n voorlaatste alinea:

Nu ben ik echt pissig, die stomme Belg laat mij met opzet eruit om zo met Gary een band te smeden. Er zijn drie elementen die Ex’pression gebracht hebben waar het nu is: Gary met het idee, Eckart met het geld, en ik met executie. En dan heb je Frank als ‘fucking’ stoorelement. Hij vervolgt met nog wat gemeenplaatsen en sluit af met “The ball is still in the Emeryville court”. Gary’s kantoordeur is open dus loop ik slecht gehumeurd naar binnen, en met de laatste zin in m’n hoofd sneer ik, “talking about balls, that’s where I will kick Frank.” Dit zijn de momenten waar Gary in z’n element is; “angry Pete,” vraagt hij poeslief. Wel is het zo dat Gary een tandje extra moet zetten omdat het gelazer met Kelly Backens weer is begonnen. Vorige week waren ze weer eens een keer te laat voor onze gezamenlijke bijeenkomst, zonder duidelijke verklaring. Het werd een beetje giechelachtig door het duo afgedaan. Gisteren heb ik Gary daar in een ‘Townhouse’ lunch over aangesproken. Gary bezwoer met z’n hand op z’n hart dat het allemaal onschuldig is. “No sex involved, Pete”, las hij m’n gedachten. Ik heb hem laten weten dat erover geluld wordt en dat ik niet kan hebben dat er iets ontstaat tussen de President en de HR lady. In het licht van deze hele situatie, en onze gezamenlijke afkeer van Frank, schrijft Gary hem een e-mail waarin hij het helemaal voor me opneemt. Over de cashflow voorspelling is hij heel duidelijk:

Gary geeft heel duidelijk aan, zonder Georg helemaal af te branden, waar de pijnpunten liggen, met name ook dat je Ex’pression niet kunt vergelijken met een ‘standaard’ onderneming. Gary vervolgt met me nog meer veren in m’n reet te steken, maar wat me het meeste deugd doet is zijn stellingname dat er van mij net zoveel bloed, zweet en tranen inzit als van hem en Eckart. Hij sluit af op z’n Gary’s, met weer een hint naar de ijsberg van de Titanic:

Hij raakt natuurlijk de kern, hoe dan ook, we hebben behoefte aan cash, als voorspeld. Gary verschijnt met een tevreden grijns in de deuropening; “happy Bro,” vraagt hij retorisch, waarna hij me omhelst. Hoe kun je dan nog boos blijven? Halloween wordt ’s ochtends weer eens uitbundig gevierd op school, zoals elk jaar besluipen Gary en ik de klaslokalen en bekogelen de studenten met snoepgoed, waarna we de benen moeten nemen. Net voordat ik helemaal onder het snoepgoed zit, bereik ik m’n kantoor en zwaaiend met m’n witte zakdoek geef ik aan dat ik weer terugkeer in de loopgraven. Daar mag ik constateren dat Frank er geen gras over heeft laten groeien en mij nu echt op de korrel neemt. Halloween wordt Frankoween. Tijd om de mouwen op te stropen. Gedurende de dag ontstaat een diarree aan e-mails, uitmondend in heen en weer gepingpong in drie kleuren. Op sommige van mijn wat scherpere aanmerkingen geeft Frank als antwoord dat die opslaat in zijn folder “not sent, not received, not read”, hetgeen ik nogal laf vindt. Of hij veinst mijn lichte ironie niet te begrijpen:

Het wordt uiteindelijk een eindeloze woordenwisseling tussen een generaal die vanaf de sofa “zet ‘m op” roept en een kapitein die zich te midden van de strijdende partijen bevindt. En natuurlijk hebben wij ook de nodige fouten gemaakt, niet alleen omdat we ons af en toe in onbekende wateren bevinden, maar ook op menselijk gebied. Frank verwacht geen antwoord van me, maar een gedetailleerd plan hoe we de situatie gaan oplossen. Gary is kort in zijn commentaar; “Eckart surrounded himself with fuckers like Frank, let’s find the solution in house.” Hij voegt eraan toe dat hij, net als ik, best bereid is een extra hypotheek op z’n huis te nemen. Daar ben ik op tegen; “enough is enough, Gary,” waarna ik hem uitleg dat we dit scenario begin van het jaar voorzien hadden, maar dat de geleerden, door Frank aangesteld, uiteindelijk een te positief plaatje gecreëerd hebben. “They have to fix it, they own 85%,” roep ik nog, en dat overtuigt Gary. “Pete, let’s go home to the family, it’s Halloween, for crying out loud.” En gelijk heeft-ie, de kinderen moeten de straat op en in vermomming met “treat or trick” langs de deuren gaan om snoep op te halen. Daarnaast wordt Ivar morgen zes jaar, en dat laat ik niet versjteren door de ‘Bosschuur’ mensen. 1 november, Allerheiligen, Ivar springt in alle vroegte boven op ons en is er klaar voor. Astrid heeft alle cadeaus onder z’n bed verstopt en zo te horen aan z’n opgewonden kreten vallen ze in goede aarde. Ivars partijtje is morgenavond zodat ik in ieder geval nog een ontspannen daagje bij Ex’pression door kan brengen. Ik beloof Astrid het niet al te laat te maken. Nadat m’n computer de eerste e-mails eruit spuugt, lees ik als eerste een e-mail van Eckart als vervolg op een eerdere e-mail discussie over hoe ik de ‘spirit’ hoog probeer te houden. En ja, ik probeer onze dromen in stand te houden zonder al teveel te spreken over de achterhoede gevechten met de Hollandse bazen. Eckart struikelt over mijn ‘not to worry’.

“Holy shit”, hoe opener je bent, hoe minder ze ervan begrijpen. Ik lees de hele e-mail af en m’n bloed begint weer te koken. Om m’n gedachten te ordenen, bezie ik nogmaals de e-mail waarin onze Belgische ‘vriend’ Frank door Eckart werd voorgesteld, inclusief gebroederlijke foto.

Nee, daar word ik niet vrolijker van, en verwoed begin ik weer zo’n ‘make or break’ antwoord te concipiëren.

Volgende week: de ‘op de rand’ response van Peter en het verbijsterende antwoord van Eckart.

Woensdag 13 januari 2021; in één woord ‘WOW’!

Ik kan me echt niet herinneren dat één dag zoveel memorabele zaken (4) voortbracht als de 13e. Nu doet het geval zich voor dat 13 mijn geluksgetal is. Vele malen heb ik vrijdag de 13e gebruikt om bijvoorbeeld iets nieuws te brengen, maar dit terzijde. Wel is wetenswaardig dat wij op nummer 13 wonen en daar zeer gelukkig zijn. Mocht het een wedstrijd zijn, dan krijgen we de volgende uitslag: Positief – Negatief 3-1. Als volgt: de dag begon met een hattrick. Huh?! Zo de natuur het wilde (niet te plannen), kreeg Astrid die dag de zorg voor drie baby’s. Dat betekende alle hens aan dek, maar positief, want gelukkige moeders. Helaas kwam het negatieve nieuws in de loop van de dag toen bekend werd dat Jaitsen Singh ernstig ziek blijkt te zijn. Besmet met Covid-19. Ik neem aan dat minister Dekker zich onmiddellijk door de autoriteiten in Californië op de hoogte heeft laten brengen over de situatie. Of hoopt hij stilletje van een hoofdpijn dossier af te zijn? Welnu, nu het kabinet gevallen is, is zijn wens vervuld. Onderstaand nog een souvenir voor zijn plakboek:

Dat bracht de stand op 1-1. Als trouwe Sparta aanhanger deed het me bijzonder veel deugd dat Sparta naar de 8e plaats klom na een uitzege op Fortuna Sittard (0-1). Wat ik niet kon bevroeden was dat ze voor de eerste keer sinds 1973 drie uitwedstrijden op rij gewonnen hadden. Het haalde zelfs internationaal nieuws:

Ik moet zeggen dat Astrid wel raar op stond te kijken toen ze thuiskwam en zag dat ik in m’n eentje de polonaise liep (geen 1,5 meter restrictie) alsmaar “SP-AR-TA” roepend. Het is waar, een kinderhand is gauw gevuld, maar als trouwe Sparta aanhangers weten we maar al te zeer wat voetballijden is. De dag kreeg een ware bekroning toen Trump voor de tweede keer een ‘impeachment’ aan z’n kont kreeg. De acteurs die elkaar verbaal te lijf gingen vond ik van een laag niveau, dat wel. Echter, in vergelijk met het tuig dat 6 januari het capitool aanviel, waren ze soms aanvaardbaar, zeker nadat de FBI bekend maakte dat deze terroristen absoluut op bloed uit waren van de volksvertegenwoordigers. Amerika, politieman #1 van de wereld is die status zeker kwijtgeraakt. Desondanks deed ‘impeach’ me aan een heerlijk sappig smakende perzik denken. Onder het motto m’n oude vader zal wel niet veel te doen hebben, en hij heeft een jukebox, bracht oudste zoon Rick me ‘wat’ 45 toerenplaatjes om uit te zoeken.

Een bezoeker vroeg of we gingen verhuizen! Nou, daar ben ik het komende weekend wel zoet mee, alhoewel ik uit de keurig voorgeselecteerde 60-er jaren al een paar pareltjes geplukt heb. Natuurlijk vanavond eerst even Sparta-PSV kijken. Oh, wat mis ik Het Kasteel! Los van al het bovenstaande, blijf voorzichtig, met name bij het variëren! Covid-19+ ligt op de loer! Maar, aanstaande woensdag wordt aflevering 94 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’ virusvrij geserveerd, er zijn zekerheden in het leven!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 93

De e-mail van Gary naar Bram Zwagemaker. Frank Monstrey probeert een wig te drijven tussen Gary en Peter door uitgebreid alleen Gary aan te schrijven.

Gary begint zijn schrijven met Bram uit te dagen: “Bram, darling”. Hij weet dat Bram alleen al op dat moment op de stang gejaagd wordt. Na zijn afwijzende analyse over de kandidaat boardmember gegeven te hebben, besluit hij als volgt:

In wezen daagt Gary Bram uit door te stellen dat hij graag zichzelf als idioot bloot geeft wanneer Bram duidelijk aan kan geven waarom wij juist deze man aan boord zouden nemen. Ook zijn slotregels zijn hilarisch. Gary en ik moeten er als opgeschoten teenagers enorm om lachen. Het is duidelijk dat we redelijk op ons zelf moeten rekenen omdat alle voorgestelde lijnen van communicatie gewoon naar willekeur doorkruist worden. De jaarlijkse lunch van de Emeryville Chamber of Commerce, dit keer bij Spenger’s Fish Grotto in Berkeley, een lid van de Emeryville Chamber, voelt daarentegen aan als een warme familie bijeenkomst. Vandaag wordt het bestuur voor het komende jaar gepresenteerd.

In tegensteling tot de verplichte Nederlandse Kamer van Koophandel, is dit een vrijwillige organisatie van bedrijven die een belangenvereniging vormt. Ook een machtig bedrijf als Pixar is bij ons aangesloten. Over prestige gesproken! Wederom prijzende woorden tijdens de vergadering voor Ex’pression, en ik word ook in het zonnetje gezet. Voor mij is het een aanstelling die me nog beter in staat stelt om de belangen van Ex’pression te behartigen. En volgend jaar, wanneer ik er geen potje van maak, zal ik bijna automatisch gekozen worden tot Chairman. Ik verheug me er zeer op en na afloop rij ik in een staat van, ja, ‘upbeat’ is het beste woord dat me te binnen schiet, terug naar Ex’pression. Het wordt eens een keer ‘n week die als normaal beschouwd mag worden, en in die stemming vliegen Gary en ik zondag 6 oktober naar Los Angeles om de jaarlijkse bijeenkomst en show van de AES (Audio Engineering Society) bij te wonen.

Eindelijk wat rust in de tent. ’s Avonds ontmoeten we in de Marriott hotelbar een aantal van onze afgestudeerde ‘sound arts’ studenten, die werkzaam zijn op de diverse stands van aanbieders van geluidsapparatuur. Enthousiaste verhalen over goede jobs en het feit dat Ex’pression in veel gevallen betere ‘gear’ heeft dan de bedrijven waar ze nu werken, doen Gary en mij gloeien van trots. En aldus wordt de zondag zeer genoeglijk afgesloten. Maandag nemen we de tijd om de diverse aanbieders langs te gaan, en dat lijkt wel een reünie gezien al de mensen die we inmiddels kennen. Vroeg op de middag bezoeken we Bill Champlin, één van de leadzangers van de groep Chicago, om voorbereidingen te treffen voor opnamen met zijn eigen band bij Ex’pression. Sons of Champlin heet de band, die volgens Bill muziek maakt die qua R&B en funk rock afwijkt van de ‘bread and butter’ muziek waarin hij bij Chicago meedoet. “Bold statement,” mompelt Gary. Maar Chicago is zijn lievelingsband, terwijl ik het genoegen had om twee keer met hen in de Duitse hitlijsten te komen tijdens mijn Arcade tijd. Tevens heb ik ze in Hamburg begeleid gedurende een Duitsland promotie toer. Bill wil graag een DVD maken bij Ex’pression en begrijpt dat we zoveel studenten als maar mogelijk willen laten participeren. Goede zaak voor zowel Bill als Ex’pression. Gary en ik zijn enthousiast en bewonderen voor het weggaan de Grammy die Bill gewonnen heeft als co-writer van de song ‘After the love has gone’ van de groep Earth, Wind & Fire. “There is somewhere another one for a song I wrote for George Benson,” voegt hij er bescheiden aan toe. Onmiddellijk haast hij te zeggen dat mevrouw Champlin hem als volgt op de aarde terug brengt: “hey Mr. Rock ‘n’ Roll guy, how about putting the garbage outside”. Met een brede lach nemen we afscheid van elkaar. Gary en ik gaan ons in het hotel omkleden om ’s avonds het klapstuk van de AES mee te maken; de TEC awards. Een langdurige diner affaire omdat er daadwerkelijk voor elk moertje en boutje van geluidsapparatuur een prijs wordt uitgereikt. Maar, het dient gezegd te worden, gezamenlijk met onze tafelgenoten en de voortreffelijke en ruim vloeiende Kendall Jackson merlot, komt de avond tot een succesvol slot. Al dan niet veroorzaakt door de drank, begint de volgende dag met een kater. Na de recessie in 2001, na de dotcom bubbel, waarbij de Nasdaq maar liefst 39% van z’n waarde verloor, komt de L.A. Times nu met een kop waarin gewaarschuwd wordt dat de daling ook dit jaar nog weleens meer dan 30% zou kunnen bedragen. En dat heeft consequenties voor studenten die een applicatie hebben ingevuld om per 23 oktober in te stromen, maar krediet nodig hebben. De voorwaarden zijn met name door educatie financiering reus Sallie Mae behoorlijk aangescherpt. “It fucking never stops, doesn’t it,” vraagt Gary aan niemand in het bijzonder. “Let’s make sure the accreditation control visit goes well,” waarschuw ik Gary. Wanneer we geaccrediteerd worden, komen onze studenten in aanmerking voor staatsleningen, en daarvoor zijn de voorwaarden zeer soepel. Alles en iedereen moet 16 en 17 oktober “on his best bahavior zijn,” zo waarschuw ik Gary. Studenten zullen willekeurig uitgekozen worden om geïnterviewd te worden, de studieboeken mogen geen fouten bevatten, en hetzelfde geld voor onze bibliotheek, hoewel die grotendeels digitaal is. Overigens zullen ook alle diploma’s en certificaten van het onderwijspersoneel gecontroleerd worden. “I’m on it,” verklaart Gary met een zelfverzekerde grijns. Financiële problemen worden opgelost middels staatsleningen, zeker ook omdat we zo succesvol zijn in het vinden van banen. Ook een eis om geaccrediteerd te worden. Ik voel me een beetje wee in m’n maag: “so close, and yet so far away,” gooi ik er een gemeenplaats uit. Gary knikt, waarna we ons naar de klaarstaande taxi begeven die ons naar LAX brengt, het immens grote vliegveld van Los Angeles. 16 oktober, begin van de dag, controleer ik het gebouw. Gary heeft niet gelogen, alle klaslokalen en studio’s zien eruit om door een ringetje te halen. Zodra je voorbij de receptie komt, loop je tegen een blikvanger aan waarop alles wat Ex’pression betreft gepresenteerd wordt. En de studenten die we tijdens een townhall meeting geïnformeerd hebben, spelen vol vreugde mee.

Nadat het accreditatieteam zich voorgesteld heeft, laten ze weten vanaf nu hun eigen gang te gaan en dat ze vrijdag een exit interview met ons zullen hebben. Vriendelijk glimlachend laten we hen weten er alle vertrouwen in te hebben. Op een of andere manier worden het toch twee ongemakkelijke dagen. Vrijdagmorgen breekt aan en ik stel het team voor de lunch bij The Townhouse te gebruiken, een thuiswedstrijd dus. Ze staan er echter op voor hun eigen lunch te betalen. Ook goed. Vooraf bel ik Adam, de gastheer van The Townhouse, dat er absoluut geen sprake van alcoholische dranken kan zijn. “Okay,” gniffelt hij. Met twee auto’s gaan we op pad, het team vertrekt na de lunch naar hun thuisbasis in Sacramento. Tijdens de sobere lunch krijgen we complimenten over het interieur van de school, curriculum en de tevredenheid van de studenten. Dan komt de “but”….”we really have to look into the diplomas and certificates of the staff, but also the content of the catalog,” wordt er afgesloten. En nee, verder kan er niets over gezegd worden. Allervriendelijkst nemen ze afscheid, Gary en mij met een wat vervelend gevoel achterlatend. Maandagmorgen worden mijn vermoedens door Sales Director Yee Ju Riddell, inmiddels getrouwd, bevestigd: “Out of 72 applications, we lost 21. Ten were denied financially by Sallie Mae,” ze vervolgt haar analyse over het verlies van de overige 11. M’n gedachten zijn inmiddels aanbeland bij het verlies aan cash qua voorschotten en besluit een ‘Newsflash’ naar alle betrokkenen te sturen, waarin ik ook vermeld dat de ondergang van Arts Institute San Francisco ook niet bijgedragen heeft tot vertrouwen in privéscholen. Tot slot vermeld ik dat zoals het er nu uitziet we een groot deel van de salarissen niet uit kunnen betalen. En ja, de top zal er als eerste aan geloven. We vernemen niets. 30 oktober, zes dagen na mijn ‘Newsflash’, stelt Gary voor om, gezien mijn moeilijke relatie met de Belg, Frank één op één te benaderen. Lijkt me een goed plan. Gary schrijft dat hij zich op de Titanic waant en de ijsberg al kan zien, en het vreemd vindt dat de eigenaar er niets aan doet. Tevens geeft hij aan dat de door Frank aangestelde tijdelijke expert er qua cash forecast een theoretische en qua formule oncontroleerbare brei van heeft gemaakt. Frank reageert nu wel onmiddellijk, en denkend dat hij alleen met Gary communiceert laat hij zich duidelijk uit, waarbij ik ervan uitga dat hij Eckart en Bram in een blinde kopie meegenomen heeft. Gary overhandigt me een print out en ondanks dat ik weet hoe de man is, kan ik tijdens het lezen m’n boosheid niet onderdrukken.

Volgende week: de inhoud van de e-mail van de Belg wordt gefileerd. Gary’s response mag er zijn. Het grote bekvechten gaat beginnen; Eckart mengt zich ook in de strijd.

America the beautiful created a monster

Verdrietig werd ik van de beelden die de afgelopen dagen de ronde deden over de invasie van het capitool. Het monster (alias Trump), gecreëerd door de Republikeinse partij, had bijna z’n slag geslagen. Bijna letterlijk conform de ‘monster mash’ song: ‘He did the monster mash, it was a graveyard smash’. Dat laatste inderdaad letterlijk, met vijf doden te betreuren. Mijn grote liefde, Amerika, kreeg weer een blauw oog van formaat. Gehoopt mag worden dat het geen ‘knock out’ is. In gedachten ga ik terug naar m’n eerste vliegreis, en gelijk eentje van formaat. Bladerend in mijn ordner van herinneringen vind ik de foto en bijbehorend vergeeld krantenartikel:

46 jaar geleden, even genietend van een zeldzaam mooie dag in Boston.

Als jochie, geboren en getogen in Rotterdam, ‘vond’ ik als het ware de Amerikaanse toeristen, onze bevrijders, moeiteloos. M’n spaarzame woordjes in het Engels gebruikte ik zonder enige schaamte. Na mijn ‘hello’ en ‘how do you do’, werd de rest met handen en voeten uitgelegd. Dat vonden ze leuk, ‘cute’ zeiden ze dan, en soms gaven ze me een kwartje. Misschien om van me af te zijn, maar zeker weten dat je er een broodje kroket van kon kopen bij de snackbar. Eind 1966 werd ik aangenomen bij het Amerikaanse leger in Rotterdam. Daar werden de goederen die binnenkwamen in de haven van Rotterdam, middels verwerking van ponskaarten, gedistribueerd naar alle legereenheden in Europa. Bij de army leerde ik het automatiseringsvak, whisky drinken, pokeren en Amerikaans spreken. Tevens leerde ik de gruwelen kennen van de Vietnam oorlog. Opgetekend uit de monden van neergeschoten soldaten die na behandeling bij een administratieve terminal gestationeerd werden. Na ruim drie jaar kon ik hogerop, en ’n echte programmeur worden. Ik kreeg het volgende getuigschrift bij m’n afscheid:

Getekend door m’n chef, Joop Langhorst, tevens rechtsback van Sparta en mijn introductie bij de selectie van Wiel Coerver. Maar dat is een andere story. Lang verhaal kort; na me nog wat meer omhoog te hebben gewerkt in computerland, werd ik Divisie Manager bij Holland International Computer Services. In mijn divisie zat ook de grootste multi terminal maatschappij ter wereld van dat moment; Digital Equipment Corp. (DEC). Om gezeur te voorkomen, IBM was veruit de grootste, maar voornamelijk batch georiënteerd. 25 februari 1975 vertrok ik vanaf Schiphol met Accountmanager Leo Meyer van DEC ter voorbereiding van een trip met o.a. het Utrechts Nieuwsblad en het Nieuwsblad van het Noorden. Opdracht was om overal waar mogelijk DEC typeset computers gedemonstreerd te krijgen. Nadat we met Trans World Airlines via Londen aangekomen waren in Boston, vlamde mijn liefde voor Amerika nog meer op. Waar ik ook kwam, ik keek m’n ogen uit. En of het nou de muziek was (Billy Joel) of de sport (Boston Red Sox), ik lustte er wel pap van. De trip voerde ons met de delegatie van de krantenbedrijven naar Raleigh in North Carolina, Texarcana in Texas, Baton Rouge in Louisiana, San Diego in Californië, even weer terug naar Boston in Massachusetts. Vervolgens weer terug naar Californië (Los Angeles), vanwaar we uiteindelijk weer terugvlogen naar Amsterdam. En dat alles in 12 dagen! Met een koffer vol LP’s en evenveel liefde voor Amerika kwam ik thuis. De liefde zou nooit meer overgaan. Maar, zoals het met liefdes gaat, na verloop van tijd komen er trekjes boven tafel waar over gesproken dan wel naar gehandeld dient te worden. Uiteindelijk hebben we er ruim 17 jaar gewoond en is wat er nu gebeurde niet echt verbazingwekkend voor ons. En dat komt mede door de figuur Trump, die model staat voor een lelijk stuk Amerika, en niet alleen vanwege de gebeurtenissen van afgelopen week. Ik ben bang dat Lady Liberty nog heel veel tranen gaat plengen:

Ten overvloede; blijf op je hoede, dus gezond, en weet dat a.s. woensdag #93 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’ verschijnt. Lekker bezig!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 92

Dreigend handgemeen bij The Townhouse. Weer trammelant met de cashflow. Bram Zwagemaker doet ook een duit in het zakje.

Verschrikt kijkt Eckart omhoog. Witheet van woede probeer ik mezelf te controleren, maar ik moet iets. M’n stoel gaat tegen de vlakte en met een hartgrondig “fuck you” laat ik hem en een verbouwereerde Gary achter. Angel ziet me aankomen en zorgt ervoor dat mijn Chrysler keurig voorgereden wordt. Hij opent de deur voor me, waarna ik hem drie één dollarbiljetten in z’n hand frommel. Angel kijkt enigszins verbaasd en vraagt alleen; “you’re alright, Peter.” Ik knik hem zo vriendelijk mogelijk toe, gezien de omstandigheden, en rij richting Powell Street. Omdat het nog zo vroeg is, besluit ik naar Highway 24 te rijden via Berkeley. In deze gemoedstoestand kan ik niet thuiskomen. Bruce Springsteen gaat de CD speler in en ik brul zo hard mogelijk ‘Born in the USA’ mee. Slaat nergens op, maar opluchten doet het wel. Ik neem bij Walnut Creek de afslag naar Ygnacio Valley Road en besluit voordat de weg omhoog helt naar Concord iets te gaan eten bij Applebee’s, waar ik aan de bar plaatsneem. Een burger en een chardonnay later ben ik weer terug waar ik zijn moet. Ik besluit eerst te tanken en dan met Astrid om de tafel te gaan zitten. De kinderen zijn nog niet uit school, dus hebben we rust. Ik heb net m’n creditcard ingevoerd en begin te tanken wanneer een mij zeer bekende Suzuki mini SUV achter me aansluit. “Eckart zoekt je,” zegt Astrid en kijkt me onderzoekend aan. “Zal best,” antwoord ik een soort van betrapt, “maar ik heb even m’n mobieltje afgesloten.” Ze weet genoeg en zegt, “we praten zo thuis wel, ik ga eerst tanken, daarna haal ik wat boodschappen op bij Safeway.” Ik geef haar een kus en vervolg m’n weg naar huis. Zonovergoten ligt onze ‘American Dream’ op me te wachten. Astrid moet zich gehaast hebben, want niet veel later parkeert ze naast me.

In wezen staat ons hele hebben en houden in Californië op het spel, maar weegt dat op tegen m’n gezondheid, dat is de vraag. Ik zet m’n mobieltje weer aan en zie dat zowel Eckart als Gary meerdere malen geprobeerd hebben me te bereiken. Tevens dringende verzoeken op mijn voice mail om hen terug te bellen. Allereerst leg ik Astrid de situatie uit zoals die zich heeft afgespeeld. Ze kent me, ze weet dat een dergelijk voorval de volgende keer kan escaleren, en daar is niemand bij gebaat. Na alle voors en tegens te hebben afgewogen, besluiten we dat Eckart en ik nog één maal een gesprek dienen te voeren dat tot een positieve voortgang moet leiden. “Ook vanwege de kinderen,” houdt Astrid me voor. “Okay, dan ga ik eerst Gary informeren,” antwoord ik, de mobiele telefoon al in m’n hand. Gary hoort het opvallend rustig aan, wellicht beïnvloed door Eckart. Hij reageert pas, tegen de gewoonte in, wanneer ik uitgesproken ben. “Pete, right now it would be a disaster if you leave Ex’pression. Make peace with Eckart, please,” tracht hij me te overreden. Na nog wat heen en weer gepraat, beloof ik Eckart onmiddellijk te bellen en verbreek de verbinding. Eén ding is zeker, ik ga me absoluut niet verontschuldigen. “Ha die Peet,” neemt Eckart op alsof er niets gebeurd is. Dat kan ik ook en zeg, “je hebt me gebeld.” Even stilte, waarna Eckart zegt dat we zo niet met elkaar om kunnen gaan en dat we één op één met elkaar moeten proberen om weer een schone lei te krijgen. Hij stelt voor dat ik zaterdagmorgen om tien uur bij hem thuis in Berkeley een kopje koffie kom drinken. “Goed, doen we, ik zal er zijn,” hou ik het kort. We maken er thuis een gezellige vrijdagavond van, we zijn goed in het verbergen voor de jongens. Wanneer ik ’s ochtends via Shattuck in Berkeley naar Hilgard rij, waar Eckarts fraaie woning is gelegen, komt één uiting van Astrid keer op keer terug in mijn hoofd: “ook vanwege de kinderen”. Het zal wat tongbijten worden, maar wanneer het redelijk blijft, dan gaat het lukken. Wel verbaas ik me keer op keer over de ‘mood swings’ van Eckart. Gary liet een keer uit z’n mond vallen dat Eckart naast z’n regelmatige wietgebruik ook van tijd tot tijd aan de XTC zit. Dat zou wel eens een en ander kunnen verklaren. Maar ook het voortdurende gekissebis met zijn partner Dontje, die absoluut een kindje wil, zal hem hier parten spelen. Immers, Eckart op z’n 63e, moet er niet aan denken. Met die gedachten in m’n hoofd klop ik aan in Eckarts ‘garden of Eden’. Met een ‘big smile’ opent Eckart de deur:

Archieffoto

“Zo pik, mooi op tijd, als altijd,” gaat hij me voor naar de ‘living room’. Verse koffiegeuren uit de keuken verraden voorbereiding, alsmede een variatie aan ‘cookies’. Eckart steekt van wal; “wat gebeurde er nou in The Townhouse,” vraag hij onschuldig. Ongeloof straalt van m’n gezicht en Eckart haast zich te zeggen dat het waarschijnlijk ongepast was. Ik begin maar mijn verhaal te vertellen, zo goed als identiek aan de e-mail die maar als niet geschreven beschouwd moest worden, maar zonder boosheid. In alle rust beschrijf ik de mensen met wie wij te maken hadden of hebben; van Van Mackelenberg tot Monstrey, en het hele circus Jeroen Bosch daar tussenin. Vervolgens de brandstichters, zoals hij en Bram Zwagemaker, die zich te pas en te onpas er ook nog eens tegenaan bemoeien. Eckart luistert geïnteresseerd en nadat ik klaar ben komt hij met verse koffie aanzetten. “Maar wat wil je dan,” vraagt hij tijdens het inschenken. “De lijn volgen als geschetst door jullie, en dat heb ik Frank Monstrey ook laten weten,” antwoord ik. “Jullie zouden in beeld moeten komen tijdens de boardmeetings, tenzij onvoorziene omstandigheden zich voordoen,” vervolg ik. Eckart lacht licht geïrriteerd en bromt, “ik dacht dat je de Belg niet mocht.” Ik neem ’n slok koffie om m’n gedachten te ordenen en maak m’n punt; “dit is de lijn als door jullie geschetst, dus gaan we het in ieder geval proberen.” Eckart knikt en vraagt, “verder nog iets.” Eigenlijk een teken dat we klaar zijn, maar dat is okay. “Gaan we proberen, Peet,” zegt hij, terwijl hij me uitlaat. Het bestand, wanneer je het zo kunt noemen, houdt een dag stand. Hij kan het niet laten. Een opmerking van mij over een suggestie van Frank Monstrey om Ex’pression uitbreiding plaats te laten vinden middels noodlokalen, wordt zondags door Eckart aangepakt:

Sarcastisch wanneer hij stelt dat noodlokalen niet alleen geplaatst worden in de achtertuinen van het achterlijke entrepreneurloze België, maar ook in de gereguleerde Verenigde Staten. Hij sluit wel af met ‘love and kisses’. Het antwoord is simpel; wettelijk kan het niet, je moet per 1000 square feet drie parkeerplaatsen hebben, die we niet hebben, alsmede de grond om de noodlokalen op te plaatsen. En dat laatste hebben we ook niet, dus dat zou ten koste gaan van, inderdaad, parkeerplaatsen! Ik besluit om dit spel mee te spelen en het te onderzoeken. Maandag schrijf ik m’n e-mail response met eveneens een licht sarcastische ondertoon.

Het lijkt weer ‘business as usual’ wanneer toegezegde gelden niet worden overgemaakt en ik persoonlijk weer $20.000 moet voorschieten om de salarissen te waarborgen. Lang leve het Laanen huis als degelijk onderpand; ‘a true American Dream’! Bram Zwagemaker probeert ons een boardmember in de strot te duwen die volgens ons niet echt gekwalificeerd is. We sturen hem een artikel over dat individu, dat hij niet leest. Gary lost het middels een hilarische e-mail op z’n eigen wijze op, zonder mij officieel te kopiëren.

Volgende week: de e-mail van Gary naar Bram Zwagemaker, die zich op zijn beurt weer kwaad maakt over kosten die Ex’pression weigert te betalen. Frank Monstrey probeert een wig te drijven tussen Gary en Peter door uitgebreid alleen Gary aan te schrijven.

Het geschenk dat blijft geven

“Oh nee,” hoor ik Astrid luid roepen op tweede kerstdag. Haastig stommelt ze door haar tranen heen naar boven en informeert me over een gruwelijk ongeval. Eerder die week, maandag 21 december, komt Mirelle Driehuis, nicht van Astrid, gezellig bij ons een vorkje mee prikken. Tussen het biertje, ‘n sigaretje en het eten door, vertelt ze vol geestdrift over de inhoud van de dozen die zij en zus Inge eindelijk geopend hebben na het overlijden van hun vader. Inmiddels is er reeds een fotoboek samengesteld dat ons vol enthousiasme getoond wordt. Maar er ontbreken namen bij portretten, dus gaat Astrid aan de slag. Oom Nico “Nak” wordt regelmatig via app en telefoon geraadpleegd, zo ook (schoon) moeder Riet, tante van Mirelle. Er komen heel wat namen en verhalen op tafel. Mirelle straalt.

Ze heeft echt een aanstekelijke, wat schorrige lach. Maar het pronkstuk is de boodschap van hun beider opa en oma aan de vader van Mirelle, oom Arie, die als marineman dienst doet in Aruba. Indertijd had je dat programma waar boodschappen ingesproken konden worden voor familieleden overzee. Daar was een 45-toeren vinyl opname van gemaakt. Je hoorde duidelijk een zenuwachtige, wat geëmotioneerde opa Driehuis z’n zoon Arie vanaf een briefje voorlezen. Oma volgde. Super. Mirelle had het bij een vriend laten digitaliseren, zodat familieleden ook een kopie op hun smartphone konden krijgen. Ik herinnerde me dat Fons Jansen ooit daar een parodie op had gemaakt, maar kon het niet zo snel vinden. Opgeruimd namen we afscheid van elkaar, Mirelle zou binnenkort Astrid, waar ze een klik mee had, weer een handje helpen met ordenen. Dinsdag vind ik alsnog de Fons Jansen parodie bij “Stemmen” op YouTube en stuur dat naar Mirelle. Terug naar tweede kerstdag: Astrid deelt me heel geëmotioneerd mee dat ze een telefoontje kreeg van Inge, zus van Mirelle, dat Mirelle (49) op kerstavond verongelukt is, geschept door een automobilist (geen schuld). Ze wilde niet eerder bellen om Astrids verjaardag niet te verknallen (!) Omdat er vier mensen met smart in ziekenhuizen liggen te wachten op organen die overeenkomen met de hare, wordt ze in leven gehouden. Vandaag gaan vier koeriers met gekoelde transportboxen op pad en krijgen de ‘gelukkigen’ een nieuwe kans om verder te leven. Daarna zal Mirelle inslapen. Alsof er een stomp in m’n maag gegeven wordt. Verslagen zitten Astrid en ik aan tafel, waar alles nog niet bepaald opgeruimd is na het kerstdiner. We staren naar de bloemen die Mirelle maandag meebracht. We scharrelen haar kerstkaart op en steken een kaars aan.

Als lamgeslagen zitten we er langdurig naar te staren, ons afvragend, waarom dan. Maar één ding is zeker, indien er een hogere macht is, dan was Mirelle het geschenk dat gezonden was om door te geven. Ze wordt vandaag gecremeerd. Nichten Astrid en Danielle zullen de familie Driehuis vertegenwoordigen. Haar zus Inge, man Ruben en dochters Jenna en Maylinn, die een speciale band hadden met tante Mirelle, wensen we ongelooflijk veel sterkte. Blijf de mooie herinneringen koesteren van dit mooie mens! En jullie, trouwe lezers, koester het leven. Aanstaande woensdag, als te doen gebruikelijk, weer een aflevering van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’. #92. Gelukkig en gezond 2021, dat wens ik jullie uit de grond van mijn hart.

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 91

Eckart reageert onmiddellijk, en als door een wesp gestoken. Onenigheid over (nieuwe) boardmembers.

Vanwege alle besognes kom ik wat afwezig thuis en bespreek pas een en ander met Astrid nadat de jongens hun kamer hebben opgezocht. Haar conclusie is recht op de man af; “het wordt erop of eronder, toch.” Zo scherp wil ik het niet stellen, maar het komt er wel min of meer op neer. “Liever naar huis dan die eeuwige onzekerheid, schat,” bezweer ik haar voordat we ook onze slaapkamer opzoeken. Of een management buy out, denk ik stiekempjes. Na een korte nacht en de eerste mok koffie, komt Eckarts e-mail binnen. In ieder geval begint hij met “Goede Peter”. Niet slecht.

Het is een lijvige. Ik lees snel half hardop: “met de notulen is iets genant misgegaan. Hectiek in de zomer, helemaal mijn schuld. Brandende problemen, sorry, ik had er op moeten letten, nog een keer zeer genant over het proces”. En dan komt natuurlijk het vingertje: “……maar als wij altijd zo’n scheldtirade zouden opzetten als er iets misgaat bij jullie……” En dan er nog eventjes dun overheen: “Ik mag je toch verzoeken om in het vervolg de normale regels van fatsoen in acht te nemen”. Het is zo’n moment dat ik alleen maar kan denken of die man wel weet wat zich in z’n eigen toko afspeelt. Vervolgens legt Eckart uitbundig uit hoe een en ander volgens hem in elkaar steekt, met hier en daar een retorische vraag. Daarna meldt hij een pittig gesprek te hebben gevoerd met het in mijn ogen nutteloze boardmember Jane Metcalfe. “Ik kan haar er ook niet met geweld naar toe slepen”, zegt hij over haar afwezigheid bij boardmeetings. Maar ook dat ze belangeloos haar kop heeft geleend voor een campagne en tijd heeft gegeven om met ons te spreken over marketing aspecten. Dan komt het: “wat heeft het overigens voor zin om daarover sneren naar mij te doen”, vraagt hij zich af. Ik wend m’n ogen even van het beeldscherm af om nog een slok koffie te nemen, maar ook omdat ik niet tegen dit soort van rijkeluis Calimero gedrag kan. Hij scheert ook Frank, ‘onze’ Belg, over dezelfde kam qua sneren. En dan komt er weer zo’n gotspe wanneer hij schrijft dat ik als directeur toch zelf in de hand heb dat er alleen maar een voorlopig arbeidscontract ligt. En dan gaat hij maar door dat het door anderen wordt behandeld, onder het motto ga dan met die mensen in discussie, maar niet met mij. Wat een ongelooflijk wegloopgedrag, al die afspraken zijn nota bene met hem gemaakt. Hij geeft wel aan dat de school, zoals die er nu staat, een hele prestatie is, maar dat er nog steeds verlies gedraaid wordt. Dat laatste is waar, echter ook verhoogde en toegevoegde bijdragen die we moeten afstaan, zijn daar mede debet aan. Hij komt nog met wat halve waarheden en verzinsels, maar besluit heel lief met: “wees gegroet lekkere heethoofd vamme”. Het doet aan als het schrijven van iemand die woedend begonnen is en naarmate hij vorderde milder werd. Mijn indruk is wel dat Eckart niet echt weet wat er gaande is en wat er zoal geproduceerd wordt. Hoe vreemd het ook moge klinken, het lijkt me een goed uitgangspunt voor de boardmeeting. Dat meld ik ook aan Astrid die net binnenloopt om te zeggen dat we met de kinderen gaan ontbijten. Ik vermoed dat ze m’n manier van denken krom vindt, maar laat het erbij. Wel zegt ze dat ik me nu moet concentreren op de familie BBQ van de Boy Scouts ‘troop’ van Bo-Peter vanmiddag. En dat beloof ik met de hand op m’n hart. Het klinkt misschien merkwaardig, maar de scout BBQ bijeenkomst is een verademing in vergelijk met de spanning van de afgelopen dagen. Alle aanwezige ouders praten over de vorderingen van hun jongens, alsmede hun toegenomen vaardigheden. Ook Bo-Peters zelfverzekerdheid is op 11-jarige leeftijd behoorlijk toegenomen.

Onder toeziend oog van Ivar en Astrid knoopt Bo-Peter Kaj’s das

Kaj vindt spelletjes en zo wel leuk, maar doet niet mee aan knopen in touwen en knopen aannaaien. Zijn carrière bij de scouts zal waarschijnlijk van korte duur zijn. Ivar doet overal aan mee en incasseert de complimenten over zijn aanpak tussen de ‘big’ boys met een ‘big smile’ op z’n blonde koppie. Al met al lekker relaxing, zelfs zonder een glaasje chardonnay of iets dergelijks. ‘Not done’ wanneer de scouts actief zijn. Helemaal goed. Ik voel me klaar voor de week die in aantocht is, en dat voelt lekker. In plaats van nogmaals naar e-mails te kijken, nemen we thuis bij het zwembad, waar de temperatuur inmiddels is gedaald tot een heerlijke 23 graden, een koel glas chardonnay. ‘Heaven, if only for a few hours’. De eerste de beste e-mail die ik ’s ochtend bij Ex’pression ontvang is van Frank Monstrey. Ik ga er eens even voor zitten. Frank schrijft dat hij bijna met de valiezen in de hand stond toen hij van Eckart hoorde over de nogal stormachtige mail uitwisseling tussen hem en mij. Letterlijk schrijft hij: “Het siert Eckart dat hij mij in bescherming neemt voor het feit dat ik het herlezen en terugsturen van de notulen volledig in het honderd heb laten lopen. Mea maxima culpa”. Uiteraard is hij het niet eens met de stijl en de inhoud van mijn e-mail. Hij wil de mail uitwisseling met Eckart als niet gestuurd en niet gelezen beschouwen. Vervolgens mag ik, wij, een serie complimenten incasseren en is zijn voorstel om de ‘delete’ knop van Bill Gates te gebruiken, en alles rustig deze week te bespreken. Hij tekent met ‘Je vriend Frank’. Dat is nog eens promotie maken. Op basis van mijn e-mail, waar hij het niet mee eens is, ben ik zijn vriend geworden. Oppassen dus. ‘Killing with friendliness?’, ik doe mee.

Ik sluit af met de verwijzing naar onze april meeting toen we elkaar de hand gaven om zaken te verbeteren, als aangegeven in mijn email. Daar is weinig van terecht gekomen. Ik sluit af met ‘Je vriend’, en verwijder dat haastig, dat gaat me echt te ver. We hoeven niemand van SFO op te halen, zij het dat Eckart woensdagmiddag met Gary en mij om de tafel wil gaan zitten. En daar zit Eckart als de pater familias die z’n onwillige zonen een positief lesje komt geven. En vanaf dat moment vervaagt alles. Tot en met de boardmeeting aan toe wordt het een lange brei aan woorden en verklaringen van de heren Wintzen, Zwagemaker en Monstrey die monotoon als volgt tot mij komen: ‘Analytisch bruikbare informatie – interessante discussies vanwege cijfermateriaal – Ex’pression team sterk op vooruit gegaan – hoe gaan we met elkaar om – wanneer draaien we winst – kan er bespaard worden – er mag niet gemorreld worden aan het marketing budget – uitbreiding met noodgebouwtjes – parkeren onder de Bay Bridge – denk ‘out of the box’ Peter, je bent een Nederlander – frustraties en teleurstellingen’. Ook tijdens het diner met de boardmembers en het vervolg op vrijdag blijft het een diarree van complimenten, terechtwijzingen, en als het ware heropvoeding. En dan, als stilte na de storm, wordt het oorverdovend stil om een uur vrijdagmiddag. ‘Not so fast’, zeggen ze hier dan, Eckart wil met Gary en mij lunchen in The Townhouse’. “Another punitive expedition,” hoont Gary terwijl hij instapt. Strafexpeditie? Ja, wie weet. Eckart stapt achterin en zwijgend rijden we naar The Townhouse. Nadat ‘valetman’ Angel m’n auto in ontvangst heeft genomen, worden we naar een goed tafeltje op het terras geleid. Na besteld te hebben, neemt Gary het woord en memoreert alle successen die we geboekt hebben, zonder tegenslagen te vermijden. Hier en daar val ik hem bij, maar het lijkt of Eckart alleen maar kribbiger wordt wanneer ik iets aanvul of verbeter. Iets moet hem gigantisch dwarszitten wat niets met ons van doen heeft. Of wel. In ieder geval wordt de sfeer er niet beter op. Na z’n tweede Sierra Nevada Pale Ale valt hij me bruusk in de rede en snauwt in het Nederlands; ”waarom ben jij dan niet net zo rijk als ik.” Het bloed stijgt naar m’n gezicht, m’n woede is overweldigend. “Omdat ik niet zo gemeen ben als jij, lul,” bijt ik hem toe en sta pal voor hem op. Ik heb maar één overheersende gedachte; ‘ik sla hem boven op z’n bek’.

Volgende week: dreigend handgemeen bij The Townhouse. Weer trammelant met de cashflow. Bram Zwagemaker doet ook een duit in het zakje.

De december maand en Kerstmis, ’t heeft wat!

De jongste memorabele decemberdag is van gisteren: Astrids 55e verjaardag. Dankzij Covid-19 de kleinste viering sinds ik de eerste van m’n schat meemaakte (haar 21e!). Desondanks intiem en zeer gezellig; ’t had wat! Onwillekeurig dwalen m’n gedachten terug naar Rotterdam, kerstmis 1961. De geur van dennennaalden en kaarsvet penetreren m’n neusgaten. Geen wonder; de kerstboom staat in brand. Goede raad is duur, broer Aad en ik halen uit de keukenkastjes alles wat maar water kan bevatten, en krijgen de klus geklaard. De waterschade is minimaal en een nieuw behangetje is nooit weg.

Ja, dat waren nog de dagen dat er kaarsjes, met van die kleine knijpertjes met kaarshouders, voorzichtig op de wat sterkere takken werden geplaatst. Is jaren goed gegaan. Ik kan me ook niet herinneren dat we hartelijk bedankt werden voor onze heldendaad. Misschien omdat we de kaarsen nog niet aan hadden mogen steken. Overigens was ik dat jochie links. Maar, heel eerlijk gezegd; ’t had wat! December 1976, net Sinterklaas achter de kiezen: het jonge door mij opgerichte bedrijf Multi Function staat op omvallen omdat een factuur van fl. 100.000 voor een geleverde computer niet betaald wordt. Samen met drie drieste collega’s vatten we het plan op om de computer middels een list (douane) in onze handen te krijgen. Uiteindelijk leidde het tot een paginagroot artikel in de kerstkatern van Computable in 1985.

Eerder dit jaar werd ik gevraagd om jurylid te worden ter beoordeling van kandidaten voor de Computable Awards, hetgeen ik met plezier gedaan heb. Hoofdredacteur Sander Hulsman hoorde enigszins afgeleid door andere zaken mijn verhaal aan. Uiteraard resoneerde het niet bij hem, hij was net uit de luiers. Dat een computer toen de omvang had van een middenklas auto, met minder capaciteit dan een iPhone, boeide hem niet echt. Maar desondanks, vele tientallen jaren later, kan gerust gezegd worden “’t had wel wat”. Tja, en dan aanstaande woensdag alweer aflevering 91 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’. Wanneer onze kinderen zo af en toe een aflevering lezen, krijgen we een commentaar als bijvoorbeeld van Bo-Peter: “dat is nog wat! wij dan lekker met Opa en Oma, en weten niks”. Zo gaat dat met ouders, die willen de spanningen toch onderhuids houden. Valt niet altijd mee. Maar, één ding is zeker, we zijn er niet minder door geworden, en dat heeft wel wat! De laatste Luim van 2020, en dat is maar goed ook. Wellicht sluiten we een der naarste jaren in ons bestaan, zeker voor veel jongeren, af met de hoop dat na voldoende vaccinaties dat licht aan het einde van de tunnel rap dichterbij komt. Tot die tijd, blijf verstandig en gezond, want dat heeft wel wat!

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 90

E-mail van Gary gevolgd door ongelooflijke response van Eckart. Peter stuurt vervolgens Eckart een e-mail die balanceert op het randje van muiterij.

Donderdag 19 september. De afgelopen weken hebben we nieuwe vrienden gemaakt in Democratische kringen. Tijdens een lunchafspraak met Steve Westley hebben we toegezegd hem met media en theaterruimte te ondersteunen gedurende zijn campagne dit jaar. Zijn doel is om tijdens de komende verkiezingen de positie van ‘State Controller’ in Californië te bemachtigen. Eigenlijk dus een soort van Chief Financial Officer. Daarna heeft hij de gouverneurspost in het vizier. Ambitieus baasje.

Steve Westley krijgt een ‘hug’ van een partijgenoot

Nuttig om vrienden in Sacramento te hebben. Tevens ben ik officieel gekozen als Vice Chair van de Emeryville Chamber of Commerce. Alles helemaal in Eckarts straatje. Over Eckart gesproken, Gary heeft hem gisteren een e-mail gestuurd waarin hij hem echt vriendelijk, op het slijmerige af, verzoekt om door de agenda te gaan omdat de boardmeeting om de hoek is. Met nog een PS erbij dat al het boardmateriaal, conform de wensen van de Belg en rechterhand Jan-Ru, reeds 26 augustus verstuurd is. Nul response. Gary is na een bozig “fuck him” naar zijn educatie vergadering vertrokken. Mijn geduld raakt ook op, over een week is de boardmeeting en tot dusver geen piep van de hoge heren. Ik bezweer mezelf kalm te blijven en stuur Eckart een verzoenende e-mail.

Het “met Unilever” deel is omdat ik geïnteresseerd ben of hij tot overeenstemming gekomen is inzake de overname van Ben & Jerry’s. Eckart heeft de rechten in Nederland verworven voor dit ‘eerlijke’ ijsmerk, maar na overname door Unilever weigert hij zijn franchise aan hen over te doen. Hij weet dat hij dit gaat verliezen van deze grootmacht, echter PR technisch wint hij. Ik besluit m’n e-mail met de hoop uit te spreken dat volgende week sprake is van een constructieve boardmeeting, en een ‘Big Hug’. Vrijdagmorgen ligt er een antwoord op Gary’s e-mail.

Op typische Eckart wijze kleineert hij Gary, als een grapje, maar zo zal Gary het niet oppakken. Vervolgens vraagt hij om de notulen die we, god beter ‘t, reeds 26 augustus verzonden hebben. Hij verklaart het door te schrijven “there was some hick up here”. Vervolgens een lijst met zaken die hij anders ziet of nadere uitleg over wil hebben. Op zich is dat niet zo erg, ware het niet dat we vandaag alleen al een ‘Townhall meeting’ hebben met alle studenten en stafleden, een Zweedse groep die een toer komt doen, en een dinerafspraak met onze ‘Director of Placement’, plaatsingkanon Rose Duignan. Niet te vergeten ons ‘Open House’ komende zondag. Wel sluit hij af, ingaand op mijn e-mail, met een niet roken en niet Nederlands spreken belofte. Net wanneer ik me aan het vermannen ben, komt Gary binnenstormen. “See how that motherfucker belittles me,” briest hij. Hij laat zich op een stoel vallen en kijkt me zwijgend aan. Om tijd te winnen laat ik koffie komen, want zelf is mijn woede ook weer aan het opborrelen. “Gary,” begin ik aarzelend, “I am mad as hell, believe me.” Vervolgens leg ik hem uit dat het beter is om het aan mij over te laten. Ik zal Eckart één op één benaderen in het Nederlands, en hem de maat nemen. Gary staat op, pakt zijn mok en besluit met het opwekkende “it’s up to you Pete, be careful, you might get fired.” Quasi nonchalant wuif ik hem de deur uit, wanneer het tussen Eckart en mij gaat zal het zo’n vaart niet lopen. Allereerst besluit ik Eckarts secretaresse Petra, die erg behulpzaam is, te raadplegen, en niet voor de eerste keer. Wat ze me in zoveel woorden laat weten duidt op chaos bij Ex’tent, hetgeen niet verbazingwekkend is. Vastbesloten om Eckarts e-mail punt voor punt te analyseren en hem ermee van repliek te dienen, neem ik dat allemaal mee. Terwijl ik het nogmaals doorlees, bekruipt me weer een gevoel van boosheid waar je niet beter van wordt. Ik neem plaats achter mijn computer en als gevoed door een mitrailleur ratelen de regels over m’n beeldscherm. Uiteraard spreek ik m’n verbazing uit over zijn e-mail en de communicatie, of gebrek daaraan, binnen Ex’tent. Ik beklaag me over de bureaucratie en het gegeven dat we alleen nog maar bezig zijn met rapporten te vervaardigen die vervolgens ergens op een bureau liggen te verstoffen. Na drie maanden weten ze niet eens meer waar de notulen zijn. Oh ja, in de computer van Jan-Ru, helaas is die momenteel in Turkije. Onze Belgische ‘vriend’ Frank en Jan-Ru zijn de aanspreekpunten, mooi toch. Maar dan kom jij en schoffelt alles omver. Enerzijds is er een mini Philips gecreëerd en anderzijds hangen jullie nog steeds de warme groene investeerder uit. “Ammehoela”, zei Wim Sonneveld al. Op dat moment opent Gary, duidelijk in een betere stemming omdat de hete aardappel op mijn bord ligt, mijn deur. Aan mijn geërgerde gezicht ziet hij dat dit niet het beste moment is, en sluit haastig de deur achter zich. Ik besluit om nu maar al het onbehagen eruit te gooien. Oh ja, en dan dat belangrijke boardmember Jane Metcalfe, die is nimmer aanspreekbaar en behaagt jou puur uit eigenbelang. Vervolgens gooi ik er ook nog wat sarcastische opmerkingen tegenaan over Eckarts brief bij de aanstelling van Frank Monstrey, de warmste Belg. Er wordt een envelop onder mijn deur geschoven. Ik onderbreek mijn tirade, puur uit nieuwsgierigheid. Op de envelop staat in kraaienpoten: “Remember”. Er zit een foto in waar ik verschrikkelijk om moet lachen:

Dat was ook zo’n ‘Gary’ moment in ons tijdelijke kantoortje in Doyle Street. Ik was druk bezig met checks te schrijven, met één oog op de beschikbare ‘cash in hand’, toen Gary deze foto nam, nadat ik hem eerst het kantoor had uitgelazerd. Gary kan een echte ‘pain in the ass’ zijn, maar op zulke momenten breekt hij de spanning. Ik ga door en laat Eckart weten dat met het verdwijnen van het plezier in m’n werk, het wellicht wenselijk is om over te gaan tot een management buy out. Dat moet ik weliswaar nog met Gary bespreken, maar gezien diens uitlatingen ben ik zeker van zijn participatie. Behoort dat niet tot de mogelijkheden, zo besluit ik, dan ga ik me vanaf heden serieus concentreren op het terugkeren naar Nederland. Op het moment dat ik het schrijf, besluit ik Astrid in cc mee te nemen, zodat ze volledig op de hoogte is. Het is nu niet het moment om zaken ter bescherming achter te houden. Ik laat Eckart nog weten dat gezien ons verleden hij recht heeft op alle verstrekte informatie in deze e-mail en wens hem het beste. Met een kordate ‘Send’ opdracht verdwijnt het bericht digitaal naar Nederland.

Ik voel me boos noch blij, eigenlijk een beetje leeg. Gary wordt door mij geïnformeerd over de inhoud van de e-mail. Hij reageert erg positief op de management buy out suggestie; “let’s get rid of these assholes if we can,” klinkt het kort en bondig. Huid en beren, eerst maar eens Eckarts reactie afwachten.

Volgende week: Eckart reageert onmiddellijk, en als door een wesp gestoken. Onenigheid over (nieuwe) boardmembers.

Even achterom kijken is nooit weg!

Zeker weten, 2020 is een (bijna) jaar geweest om niet licht te vergeten. Dat hoef ik jullie niet te vertellen. Neemt niet weg dat wij, als familie, naar voren willen kijken en eenieder die we nog niet persoonlijk gesproken hebben het allerbeste wensen voor 2021 qua gezondheid (vooral) en geluk:

Gisteren heeft Astrid dit jaar afgerond en de 40e baby met ouders door de meestal moeizame eerste week geholpen. Daarmee rondde ze tevens haar 3e jaar af als ZZP’er, waarin ze in die rol cijfermatig 139 gezinnen en 143 baby’s ondersteund heeft. En daar zijn ze dan bij de belastingdienst weer blij mee, maar dit terzijde. Niet gek voor iemand waarvan in 2016, toen wij terugkeerden uit de V.S., gezegd werd; “je bent de 50 gepasseerd, het zal heel moeilijk voor je zijn om een nieuwe baan te vinden”. Nou, die kennen Astrid niet, die rolde haar mouwen op en ging aan de slag. Uiteraard stond na haar ‘911’ carrière in Californië een ambulance baan in Nederland hoog op de verlanglijst. Even BIG bellen om aanvullende informatie te krijgen. BIG staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg, in leven geroepen om de kwaliteit van de zorg te controleren. “Met BIG,” klonk het aan de andere kant van de lijn. “Ja, goedemorgen met Astrid Laanen, ik wil……” De hele santenkraam legt ze uitgebreid uit. “Nou mevrouwtje, dat gaat niet lukken,” sprak de man van BIG kordaat. “Ja maar,” probeerde Astrid, “wanneer ik mijn diploma’s naar BIG stuur, dan…..” Zucht aan de andere kant. “Mevrouwtje, dan komt dat op mijn bureau terecht, dus wordt het niets.” Verbluft hangt Astrid op. Niet uit de weg te slaan betreedt ze vervolgens het kraampad (Doula was ze al), haalt haar diploma’s in recordtijd en gaat aan de slag.  Ondernemersbloed vloeit door haar aderen en in 2018 -spannend- begint ze onder de naam Geboortesupport als ZZP’er. Dat je af en toe verrast wordt (zeg je tjee, krijg je er twee) hoort bij de uitdaging:

Ook mooie getuigenissen dat eerste jaar van passie en inspiratie:

Madeline D.

Afgerond op 18 juli 2018

Dankzij Astrid hebben we op een roze kraamwolk gezeten! Ze heeft ontzettend veel gedaan voor ons gezin en we zijn haar heel erg dankbaar voor al haar hulp. We raden haar aan al onze vrienden aan 🙂

Maar hou je dat vol? 2019:

Daphne O.

Afgerond op 19 december 2019

Astrid is een hele fijne, lieve, nuchtere en goede kraamhulp! Ze weet precies wanneer er even doorgepakt moet worden, met de juiste kennis. Ze heeft alles in huis om je een vliegende start te geven met je baby. Ik heb de kraamtijd als geweldig ervaren omdat Astrid er was, en er genoeg balans was tussen zorg voor moeder en baby en tijd voor gezelligheid. Heel erg waardevol!

En dit jaar?

Nina V.

Afgerond op 18 november 2020

Wij hadden ons geen fijnere kraamzorg kunnen voorstellen! Astrid is zo ontzettend behulpzaam, ze ziet wat er moet gebeuren, biedt op allerlei gebieden ondersteuning en heeft het ons het vertrouwen gegeven dat wij nodig hadden!

Expats:

Danielle B.

Afgerond op29 januari 2020

Thank you so much for all your help and support while we have been adjusting to life as a family of 4. You’re amazing at what you do and it’s been a real pleasure getting to know you! Any family who receives your care is lucky indeed! We would recommend you in a heartbeat and will miss you very much! All our love.

Dit is slechts een handvol uit tientallen 5 sterren (5 max.) uitingen en hoeven geen nader betoog, alsmede het gegeven dat ze inmiddels tot mid juli volgeboekt is (min, hopelijk, een Griekenland vakantie). Haar bedrijfskarretje is inmiddels een begrip en men denkt dat het onderdeel is van een concern. Maar nee, Astrid is ‘a one woman army’.

Wanneer dit karretje voor de deur staat, dan komt het wel goed!

Ik ben trots op die vrouw, voorbeeld voor velen qua doorzettingsvermogen en service, en zal haar 25 december vol liefde feliciteren met haar 55e kerstmis op deze aardkloot. Vaccinatie trappelt om de hoek, nog even geduld, maar woensdag alweer de 90e aflevering van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’. Ook een ‘shot in the arm’!