“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 99

De reguliere meetings, inclusief hier en daar een uitval, en de verbijsterende propositie van de headhunter.

Aan de tafel gezeten opent Frank met een zin die me bekend in de oren klinkt: “Peter and Gary, we’re on our way to success, let’s move forward amicably.” Gary en ik wisselen kort een blik uit die cynisch “yeah, right” aangeeft. Heel duidelijk blijkt dat Bram behoorlijk op de Belg ingesproken heeft. Terwijl ik zijn pafferige gezicht bestudeer, komen alle onderwerpen uit mijn ‘yellow note pad’ aan bod, inclusief alle excuses waarom bepaalde acties niet uitgevoerd zijn. De reorganisatie van Eckarts VC fonds Ex’tent is niet bepaald een sinecure en daardoor krijgen de ogenschijnlijk beter draaiende dochters als Ex’pression minder aandacht. Gary slikt even en vraagt vol verbazing wat dat van doen heeft met het niet overboeken van toegezegde gelden. “Well,” begint Frank een lang verhaal, waarin hij toegeeft dat sommige stukken van ons te haastig gelezen zijn en dat daardoor de essentie verloren was gegaan. Zo’n boetekleed verhaal, daar word ik een beetje strontziek van. “But, this afternoon we’ll discuss financials and I will be on top of things.” Om het niet op de spits te drijven, kap ik het af en vraag ik maar weer eens hoe het na vier jaar, “for crying out loud”, met onze arbeidsovereenkomst en stock option agreement zit. “It’s around the corner,” bezweert Frank ons, “believe me.” Bram vindt dat Frank genoeg door het stof is gegaan en komt er tussen, “guys, enough, I’m your witness, it’ll be done within a month.” Lekkere getuige, is m’n eerste gedachte. Bram en Frank trekken zich terug voor lunch, en ik doe hetzelfde met Gary. “For fucks sake,” barst Gary uit, “how many times do we have to listen to promises, promises.” Zwijgend reik ik Gary een e-mail aan van Dave Pauldine, President van The Art Institutes, een keten van gereputeerde scholen, en zeer geïnteresseerd in Ex’pression’s succes. “He will visit us and do a tour, December second,” vermeld ik ten overvloede. Plagerig vraag ik Gary of we dat aan Bram en Frank moeten mededelen. “Hell no, they might be our golden ticket out of this madhouse called Ex’tent,” is zijn onmiddellijke response. De middagsessie met spreadsheet wizzard Georg Langer loopt gesmeerd, zeker ook omdat hij bevestigt dat wij hem de correcte informatie aandragen, hetgeen door Frank ontkend werd; “garbage in, garbage out”, zoals hij zo elegant naar Eckart communiceerde. Plichtmatig werken we nog een diner met Frank af. Wel vragen we hem of het echt nodig is dat we in deze tijd van de gebarsten dotcom bubbel een headhunter in moeten huren om een CFO te vinden. “Frank, they will be lining up for free,” onderstreept Gary mijn betoog. Maar Frank staat erop dat we morgen met de headhunter praten, en dat het zijn verantwoordelijkheid is. “And our cashflow,” sputter ik nog tegen. Civiel nemen we afscheid van elkaar, waarna ik naar huis rij waar de kerstboom voortijdig opgetuigd is. Inmiddels horen we al kerstmuziek, waar we ook komen, sinds mid november. Bing Crosby komt me inmiddels de strot uit. Het woord ‘gezellig’ borrelt weer eens in me op, niet alleen vanwege de kerstsfeer, maar ook vanwege Astrids huiswerk. Letterlijk:

Kaj heeft dikke pret op de brancard en Ivar vindt het wel lollig.

Astrid is sinds haar werkvergunning aan de studie geslagen om EMT (Emergency Medical Technician) te worden op de ambulance. Ze oefent nu thuis met een medecursist op de jongens. Ze hoopt dat dit het pad vormt naar ‘911’ werk, oftewel het medische adrenaline avontuur dat lokt. Ik breng kort verslag uit van mijn ‘avonturen’, waarbij de ogenschijnlijke rust haar wel aanstaat. Na mijn vrijdagmorgen meeting met Gary en Kelly Backens, hoe klef, wordt Barry Obrand aangemeld. Barry is één van de associates van Russell Reynolds Associates en ’n echte glibber van een headhunter. Hij wordt uiterst vriendelijk door Frank welkom geheten. ‘Die twee kennen elkaar’, zoemt het door m’n hoofd. Hij stelt zich aan ons voor en geeft zo’n hand waarbij hij vervolgens z’n linkerhand op de jouwe legt. ‘Freaky’. Lang verhaal kort; hij zal een lijst voorleggen van geschikte kandidaten, en gezien hun reputatie kan dat snel gaan, waarbij hij aantekent dat hij begrijpt dat we haast hebben. Nou, dat is nieuws! “Eh,” vuur ik m’n eerste vraag af, “what is your compensation for a position like that.” Barry legt uitvoerig uit dat voor deze positie gedacht moet worden aan een fee van $60.000, waarvan een derde vooruit betaald dient te worden. “Obviously excluding out of pocket costs,” vervolgt hij monter. Vriendelijk vraag ik hem waar we dan over praten. Klaarblijkelijk schijnt de norm voor dat soort kosten $5.400 te zijn. Ik word gek, $65.400 om een CFO te krijgen die we waarschijnlijk zelf ook kunnen vinden. Ja, Barry meent dat een ‘quality guy’ al snel aan een ‘compensation package’ komt van $200.000. “That means also a raise for Gary and Peter,” kraai ik opstandig. Barry kijkt zuinig, “that’s up to your board,” zegt hij terwijl hij opstaat en Frank een blik van verstandhouding geeft. Ik verbeeld me dat hij een seintje aan Frank geeft, zo van ‘die Laanen plaats ik ook wel’. Nadat hij vertrokken is proberen Gary en ik Frank over te halen om dit niet te doen. We hebben überhaupt de cash niet! Frank is onverbiddelijk, voor kwaliteit moet je betalen. Hij geniet, dit is macht. Maandag krijgen we de bevestiging van Russell Reynolds via alle mogelijke kanalen binnen:

Ik bel Georg Langer en zeg hem de cashflow voor 2003 met ruim twee ton negatief aan te passen. “Für was,” vraagt de van Oostenrijk afkomstige Georg. “Für scheisse,” antwoord ik enigszins bitter, hoewel wat theatraal. “Later Georg,” schakel ik over, “the drinks are on me.” Ik concentreer me op m’n maandag meetings, waarbij ik extra tijd neem voor Ed Niskanen, de huidige CFO. Ik deel hem mede dat de kogel door de kerk, en laat hem de brief van Russell enzovoort zien. Eds ogen staan op droef, als een aangeschoten hert. Ed is een loyale soldaat, zeer bruikbaar, maar eerlijk gezegd, niet als CFO voor de volgende fase. Ik stel hem op z’n gemak, wijs hem op de besparingen die nodig zijn om de extra kosten op te vangen, waardoor hij zeer zeker ook werkzaamheden op een lager niveau dient te accepteren. Ed knikt slechts. Hij veert op wanneer ik hem de eretitel ‘CBO for life’ toebedeel. “Chief Beancounting Officer,” grijnst hij. Na een flinke hug verlaat hij m’n kantoor, waarschijnlijk opgelucht dat hij nog werk heeft. Onder Amerikaans management hadden al z’n spulletjes waarschijnlijk al in een doos bij de receptie gestaan. “Nederland, oh Nederland,” neurie ik, en ga naar de admission meeting met de pittige Yee Ju Riddell. Donderdag begint een lang weekend want we vieren Thanksgiving, door cynici ook wel het feest genoemd waarbij Indianen de kolonisten onder barre omstandigheden van voedsel voorzagen en als dank daarvoor de decennia daarna rücksichtslos uitgemoord werden. Voor de kinderen houden we het op ‘gobble, gobble day’, oftewel de dag waarop de kalkoen, al dan niet via de kont volgepropt, breed genuttigd wordt. Wij vieren het bij vrienden Ton en Marion, wel zo geriefelijk. Zondag 1 december heb ik me over laten halen door Henny Neys, de Mother Teresa van de East Bay, om voor Sinterklaas te spelen in Berkeley, alwaar ik in een bootje zal aankomen. ’s Ochtends krijg ik het boek met de namen van de kinderen, alsmede de namen van de Zwarte Pieten. Gespannen wachten we aan de overkant van de jachtclub op het seintje dat we binnen kunnen komen. Na de korte trip worden we bij aankomst hartelijk welkom geheten.

Het succes is overweldigend, zowel kinderen als ouders, die ik met wat voor de kinderen onbegrijpelijke dubbelzinnigheidjes lachend op mijn hand krijg, amuseren zich. Over dubbelzinnig gesproken; in de zaal zitten veel mensen die ik goed als business relatie kan gebruiken. Zoals ik altijd zeg; netwerken doe je overal. Op mijn weg terug naar de boot, onder het zingen van ‘Dag Sinterklaasje’, beloof ik die schat van een Henny Neys volgend jaar ook weer acte de présence te geven. Het voelt aan als een goede daad. Astrid staat aan de overkant klaar met de auto om me met de kinderen naar huis te brengen. Tot aan de Caldecott tunnel, door de Berkeley Hills, hou ik m’n baard op uit angst kinderen tegen te komen. “Je bent ook zo’n echte Klaas,” zegt Astrid plagerig onder gelach van de jongens, die inmiddels het snoepgoed aan het consumeren zijn. Het wordt een gemoedelijke zondag, hetgeen me goed uitkomt want morgen wacht de komst van Dave Pauldine, de President van The Art Institutes, die ons leven weleens zeer ten positieve zou kunnen beïnvloeden.

Volgende week: een toer en lunch die m’n positie versterkt. Gesteggel met de Belg over de prijs die we voor een CFO moeten betalen. De boardmeeting van 2003 werpt z’n schaduw vooruit.