Op weg naar Waardenberg en De Jong

Behendig draait overbuurman Peter Kamp zijn Porsche de Maasboulevard op. Achter me schuift Astrid naar het raam, ze weet wat er volgen gaat. Ik schraap m’n keel; “wat een prachtige skyline heeft dit Rotterdam toch”, komt bewonderend uit m’n mond. Astrid heeft dit in de 90-er jaren vele malen gehoord wanneer we onderweg waren naar mijn ouders, die aan de Wijnkade woonden. “En toen was het nog niet half zo mooi”, voeg ik eraan toe, hetgeen door Peter en Jolanda beaamd wordt, ook zij hebben een Rotterdams verleden. Vandaag (dinsdag) zijn we op weg naar de theater voorstelling van Waardenberg en De Jong in het Nieuw Luxor theater, net gelegen tegenover de Erasmusbrug. Volgens de affiche heeft het legendarische theaterduo een retrospectief gemaakt van de zes theatershows die ze maakten in de periode 1987-1999. Nou, ik ben benieuwd, daar zat heel wat goors bij. Na op loopafstand geparkeerd te hebben, betraden we na controle van onze QR codes en legitimatiebewijs dit prachtige theater. Vele trappen later, m’n knieën protesteerden hevig, kwamen we pardoes bij vak K aan, waar op de eerste rij gezeten het uitzicht onbelemmerd was. Een wervelende show volgde, waarbij uiteindelijk het goorste act niet ontbrak: de rochelpartij.

Archieffoto

Na elkaar met diep neus ophalen (prima geluid) diverse malen volgens de slapstick methode van Laurel en Hardy bespuugd te hebben, eindigde het (natuurlijk) met doorslikken. Volgens Peter zat er achter hem een man die volop meedeed. Waarschijnlijk op dezelfde manier als mensen meezingen, denk ik. Het duo scheerde langs de rafelige kanten van BLM en #MeToo en spaarde niets en niemand. Tot m’n schande moet ik bekennen dat ik soms ongegeneerd, tranen in de ogen, gelachen heb. Zal nog wel het oerinstinct van de decennia van de vorige eeuw zijn. Nou ja, zolang je nog zin van onzin kunt onderscheiden, niets aan de hand. Waar ik me over verbaasde was wat die mid 60-ers nog voor toeren uithaalden op die respectabele leeftijd. Chapeau! Slim ook van Luxor om de ‘after’ drankjes in de prijs te verdisconteren, zo reguleer je de stroom mensen van een uitverkocht huis. Al met al een bijzondere avond in de stad van mijn geboorte. Kwam trouwens goed uit in een week waarin wespen ons huishouden beheersten. Nadat de verdelging van twee nesten onder het dak een feit was, kregen we tot gisteren aan toe bezoek van honderden zwaar onder de invloed zijnde wespen, die ergens een ingang gevonden hadden. Ze waren echter dermate verdwaasd dat ze qua energie klaarblijkelijk niet meer konden steken, hetgeen het vangen eenvoudig maakte. En de ruiten en luxaflex smerig. Deze ging echter in de aanval!

Broer Rob, de schat, op bezoek, ving wespen om ze buiten vrij te laten, hetgeen nou net niet de bedoeling was. Een echte dierenvriend, dat wel. Alles is weer zo’n beetje bij het oude na onze enerverende weken in Mexico, op genoegdoening bij het ressort na. Komt goed. En, om naar vooruit te kijken, a.s. woensdag aflevering 131 van ‘Uit de Amerikaanse school geklapt’. Aangezien meer en meer advocaten ernaar kijken, moet het spannend zijn (of geld opleveren).

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 130

Boven ons hangt de donkere wolk die boardmeeting heet.

Er ontstaat intensief faxverkeer tussen CFO Espi Sanjana en de rechterhand van de Belg, Jan-Ru Muller, over financiële ‘technicalities’, waarbij de ABN-Amro een cruciale rol speelt. Het bevalt me niets, er zit een addertje onder het gras. Na een fabelachtig zondag ‘Open House’ beginnen we maandag 22 maart vol goede moed aan de boardmeeting. Op zich worden alle agendapunten erin ‘no time’ doorheen gejast en is de concentratie volledig op versterking van het vermogen met $4 miljoen. En dan komt de lelijke waarheid op tafel; hier is sprake van een fantoom investering van Ex’tent. Het opwindende gekakel eindigt wanneer het document waarover men positief oordeelt ter tafel komt. Het verplicht ons onder anderen om maar liefst een kleine $1,5 miljoen vooruit te betalen aan 2005 huur. M’n bloed begint te koken, dit betekent dat de uitbreiding niet gefinancierd kan worden, al het geld dat op papier binnenkomt, gaat er even rap weer uit!

En, aankomend als een mokerslag, we moeten tevens een behoorlijk aantal preferente aandelen uitgeven. “Highway robbery,” fluistert Gary me toe. De lening die Eckart me verstrekt heeft voor ons huis zit ook in het pakket. Dadelijk ben ik overgeleverd aan de genade van de Belg wanneer het op aflossen aankomt. Alles wat eventueel risico met zich meebrengt hebben ze op het bordje van Ex’pression gelegd. En wat wanneer de ACCSCT, het orgaan van de accreditatie, hier achter komt? Frank Monstrey leunt als een spinnende kat achterover, hij moet immers de ABN-Amro zo ver hebben gekregen om aan dit potje 360 graden monopoly geld mee te doen? Om maar niet te spreken van de accountants. Het duizelt me. De dagen die volgen, met zalvende woorden van Eckart, een door hen georganiseerde aangeklede borrel en een lunch voor het management team, gaan als een slechte droom aan me voorbij. Ik voel me verneukt, totaal verraden. Twee zaken beheersen m’n gedachten; financiering van de uitbreiding en verkrijging van mijn groene kaart. Oh ja, nu nog even een dapper gezicht opzetten voor de ‘graduates’ van klas 24. En hun ouders en andere geliefden. En wonderwel lukt dit weer, zoals Queen zong; “no time for losers”. Inmiddels komen de brieven ter ondersteuning van mijn ‘geen card’ aanvraag binnen. Ook Anton Geesink doet als IOC lid een duit in het zakje, maar enorm trots ben ik over de ondersteuning van Alan Parsons:

Wanneer je de Beatles kunt aanhalen als een van je projecten, dan ben je een grote! Amerikanen houden van ‘name calling’, dus dit helpt zeker! Het is nu een kwestie van doorbijten, de financiering van de uitbreiding, een ‘must’, moeten we als management regelen met of zonder steun van onze meerderheid aandeelhouder. Uiteindelijk wordt dat ‘the road to profitability’, houd ik mezelf voor. Donderdag om 9 uur verwacht ik Kelly Backens voor onze wekelijkse update bijeenkomst. Helaas. Na een kwartier word ik ongeduldig en vraag Aline, de receptionist, of Kelly al ingecheckt is. En ja hoor, gezien in de ‘slipstream’ van Gary. Ik besluit om haar reactie af te wachten, want hier moet ze wel een zeer dringende reden voor hebben. Ruim na elf uur komt er een ‘can you forgive me’ e-mail van haar binnen. Haar initieel korte meeting met Gary was uit de hand gelopen, maar ze had daarmee wel wat bespreekpunten opgedaan. Kort antwoord ik haar dat het niet om vergeving gaat maar om het gebrek aan respect. Ik krijg later op de middag een waslijst aan punten terug, maar eigenlijk heb ik genoeg van dat mens. Er kan nog wel een hoofdpijn dossier bij. Op het moment dat het woord ‘teringzooi’ m’n mond ontglipt, komt er een artikel binnen van een der leden van de pers- en mediagroep die ons onlangs bezocht. Dit keer van het Dagblad Tubantia, editie Enschede.

Het kon niet op een beter moment komen, zalf voor de gepijnigde ziel. Het inspireert me om m’n maandelijkse update voor de staf te schrijven, waarbij de ‘O’ van CEO staat voor ‘Optimistic’, alsmede mijn ‘Message from the Chair’ voor emeryville.news. De OBM meeting, als gewoonlijk op maandagmorgen, waarvan key managers Gary Platt, Chris Coan en Espi Sanjana de ruggengraat vormen, heeft een meer dan serieuze ondertoon. Vanwege de fantoom investering van $4 miljoen ziet onze balans er weliswaar een stuk beter uit, maar het cashgebrek blijft even groot. Aangezien de salarissen weer uitgekeerd dienen te worden, nemen we het besluit om de salarissen van de OBM leden ‘on hold’ te zetten, hetgeen precies voldoende is om de rest van de staf uit te betalen. Aangezien we al met al hier de hele ochtend over discussiëren, besluiten we de financiering van de uitbreiding bij de lunch te bespreken. Een soort van vastberaden gestemd togen we naar The Townhouse, alwaar we in ‘onze’ hoek plaatsnemen. Na intense discussies nemen we het moedige besluit om de helft van de totale uitbreiding, geschat op $800 duizend, voor onze rekening te nemen, op voorwaarde dat Ex’tent de resterende $400 duizend financiert, en gunstige voorwaarden voor ons. En ja, daar zullen garanties voor gesteld dienen te worden, denk daarbij aan extra hypotheek of borgstelling in de vorm van onze aandelen. Met z’n vieren staan we sterk, en in die stemming rijden we terug naar Ex’pression. Stante pede besluit ik de OBM notulen te maken met onze besluiten, die voor het sluiten van de dag in de digitale postbussen van de heertjes in Nederland en België belanden.

Volgende week: per kerende mail response van de Belg. De planning commission van de City of Emeryville beslist over onze uitbreidingsplannen.

Vanmorgen was ik even Frenkie de Jong

Met excuses voor het late verschijnen van deze Luim, deel ik jullie graag mede hoe dit zo gekomen is. ‘Geïnspireerd’ door de prestatie gisteren van het Nederlandse elftal tegen Bal Op Dak, eh…..Letland, droomde ik vanmorgen dat ik Frenkie de Jong was. En dat nam uren in beslag. Hoe heerlijk was het om lekker balletjes op te pikken, een meter of wat ermee te lopen en dan vervolgens risicoloos naar een medespeler te passen. Af en toe een frivool pirouetje tussendoor, het oog wil ook wat, maar nimmer een splijtende pass (risico!) of een doelpoging. En daar betalen ze me miljoenen voor! Louis ziet het nog steeds in me zitten, en Koetje ook, hoewel ze wel behoorlijk morren in Barcelona. Dat was het moment dat ik wakker schrok en dacht aan de woorden die kenner buurvrouw Mariska sprak; “die Frenkie, dat is een circusvoetballer, zet nooit eens een bal voor maar kan hem waarschijnlijk wel lekker hoog houden”. Met grote vrees zie ik de wedstrijd van maandag tegemoet, Gibraltar komt optimaal gemotiveerd naar de Kuip. Volgens betrouwbare bronnen gaat Louis ervan uit dat Nederland zich massaal ingraaft en hoopt op een sporadische uitval, geleid door Frenkie, die ook nog eens de bevrijdende 1-0 scoort. Niemand begreep het liedje dat Louis neuriede; ‘They’re coming to take me away, Ha-Haaa!’, een song van Napoleon XIV. De tekst moet Louis zeer geraakt hebben.

Neem dan donderdagavond toen de Dutch Game Awards werden uitgereikt aan diverse kleine en grote game companies. Niet alleen werd een traditie door de Dutch Games Association in ere hersteld, maar tevens was het een reünie van de bovenste plank. Mensen die elkaar een jaar of meer niet getroffen hadden, gingen dolenthousiast met elkaar in conclaaf. Het uitreiken van de awards (uiltjes) was een feest op zich, met razend enthousiaste winnaars. De entourage bij ‘Beeld en Geluid’ in Hilversum was uitmuntend, maar nog imposanter was de boodschap van diens algemeen directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer.

Eppo van Nispen tot Sevenaer tussen onze sterpresentators

Geestig meldde hij met veel fanfare dat de winnaars van 2021 en volgende jaren in het archief van ‘Beeld en Geluid’ zouden worden opgenomen. In één galerij met Pipo de Clown, Mies Bouwman en al die andere giganten die in dat museum geëerd worden. De game industrie heeft weer een nieuw stadium bereikt in haar zucht naar erkenning. En heel eerlijk, ik ben trots als boardmember van Dutch Game Garden (DGG) daar een onderdeeltje van te zijn. Als geen ander weet ik hoe hard het management van DGG jaar in, jaar uit werkt aan volwassen worden van de bedrijfstak en incubatie van jonge bedrijven. Dromen worden daar gerealiseerd! Geen droom, maar harde werkelijkheid, is dat het R getal weer boven 1 is! Dus, blijf op je hoede en daarmee gezond. Ik verheug me al op maandagavond; de kraker tegen Gibraltar.

“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 129

Ietwat brommerig lees ik de slijmerige e-mail die Jane Metcalfe, die nog steeds op haar ‘Wired’ troon zit, gestuurd heeft naar Frank Monstrey. Ze applaudisseert de beslissing van Ex’tent om zelf de kapitaalinjectie van $4 miljoen voor hun rekening te nemen. Ze vraagt zich niet af waar dat geld plotseling vandaan komt en op welke termijn we het mogen verwachten. Kontlikker! Het antwoord van onze Belg laat niet lang op zich wachten. Volgende week wordt een en ander besproken met het Ex’pression management, waarna het voorgelegd wordt aan de boardmembers tijdens de volgende bijeenkomst. Maar dat is een kleine vier weken verder. Dit ruikt naar een vertragingstactiek á la Frank en Bram. CFO Espi Sanjana reageert prompt en adviseert om onze jaarcijfers niet eerder aan het accreditatie comité te verstrekken dan na infusie van de $4 miljoen. Op die manier houdt hij druk op de ketel, immers, accreditatie is het magische station voor wat betreft mega vooruitgang. Met een half oog bezie ik het steekspel tussen de financiële experts en besluit om me te concentreren op de dagelijkse gang van zaken in afwachting van de komst van Bram en Frank. Beide heren rollen maandag 1 maart binnen, waarna marathon bijeenkomsten aanvangen waar zowel staf als management bij tijd en wijle als kinderen behandeld worden. Woensdag ben ik het zo zat dat ik een theoretische benadering van Frank op het whiteboard woedend uitwis. Zelden heb ik Frank zo beteuterd zien kijken. Bram ontbloot even z’n door de nicotine aangetaste gebit. Of het een grijns is of een teken van afkeuring weet ik niet, wel dat de wederzijdse afkeer tussen Frank en mij een dieptepunt bereikt heeft. Het interesseert me geen ruk. Kutbelg. De volgende dag slaat Frank terug door alle correspondentie en acties aan Espi Sanjana te richten, met de rest in kopie. “Over my dead body,” roep ik zo duidelijk dat het tot aan het parkeerterrein te horen is. Ik maak duidelijk dat ik als eindverantwoordelijke eveneens de overeenkomsten moet goedkeuren en besluit; “no way can I act as CEO if the CFO runs the company”. In hoeverre Frank meent dat hij z’n boekje te buiten is gegaan weet ik niet, maar hij reageert per kerende e-mail. In ‘n ‘dear Peter’ e-mail benadrukt hij dat alle betrokkenen de betreffende documenten dienen te ondertekenen, waarna hij besluit met; “so you will definitily be able to act as CEO”. Ik besluit om niet meer olie op het vuur te gooien en dank hem voor de uitleg. Ietwat ongelukkig qua tijdstip, komen broer Aad en schoonzus Nel vandaag aan. We hebben hen uitgenodigd omdat we vonden dat ze wel een andere omgeving konden gebruiken. Nou ja, je kunt niet alles vóór zijn. Na hen opgehaald te hebben, vertrekken ze al redelijk vroeg naar de gastenkamer en hebben Astrid en ik heel even het rijk alleen. Na alle gebeurtenissen doorgenomen te hebben, hecht Astrid toch veel waarde aan de uitspraak van Bram tijdens ons diner van gisteren, gelukkig zonder Frank. Bram heeft bezworen dat er voor ons gezorgd wordt, “no matter what”. Na alles wat er gebeurd is, heb ik daar een hard hoofd in, maar ik laat het erbij. Onder druk van Espi Sanjana moet Frank Monstrey bekennen dat ABN-AMRO ook betrokken is bij de injectie van $4 miljoen en dat er wel aan bepaalde voorwaarden voldaan dient te worden. Die Belgische galbak heeft ons dus al die tijd laten geloven dat Ex’tent het alleen kon. Wat een miesgasser! Echter, ‘The show must go on’, en als zodanig ontvang ik de Nederlandse pers- en mediagroep die ons vrijdag 12 maart bezoekt:

Onder hen twee oude bekenden uit mijn automatiseringstijd; Perlita Fränkel en Peter de Groot, waar we ’s avonds mee gaan dineren. Ik neem aan dat Gary de juiste pillen heeft ingenomen, want hij is in zeer goede doen, zowel qua presentatie als gevoel voor humor. Zoals zijn medewerkers zeggen; “good Gary is in the house”. Het wordt een buitengewoon aangenaam bezoek, hetgeen weerspiegeld wordt in het artikel in het Utrechts Nieuwsblad dat ons als eerste maandag bereikt:

De intentie van burgemeester Deetman van Den Haag wordt ook duidelijk weergegeven. Met het noemen van namen als Pixar en Electronic Arts kunnen we ervan verzekerd van zijn dat het ook de aandacht van Nederlandse studenten zal trekken. PR en aantrekkingskracht in één artikel. M’n dag kan helemaal niet meer stuk wanneer Bob Hughes, lid van de Emeryville Artists’ Coop, me schrijft dat hij voor het eerst pagina twee van het Emeryville News magazine niet overgeslagen heeft. Dat is de pagina waarop mijn Chamber column verschijnt. Hij schrijft dat mijn gedachten en schrijfwijze is ‘like a breath of fresh air’ en dat mijn chairmanship ‘is an excellent addition’. Dat is even lekker achterover leunen! En als kers op de taart vanavond samen met Astrid aanzitten bij het Governors Dinner van het Berkeley Symphonie Orchestra, als speciale gast van Meyer Sound. Wat een eer. Bijkomend voordeel; Aad en Nel passen op de kinderen. Uiteindelijk is het een dag geworden om in te lijsten en dat besef je eens te meer wanneer de volgende dag de vraag per e-mail van Bram komt of de accountants de $4 miljoen al in de jaarcijfers van 2003 hebben opgenomen. Je zou hem toch! Zeker op basis van de betrouwbare informatie van hem en Frank. Eikels.

Volgende week: boven ons hangt de donkere wolk die boardmeeting heet.

Horror’ nacht bij Royal Solaris Los Cabos

‘Dinsdag 21 september 2021 rond 22.00 plaatselijke tijd in de ‘socios’ bar van Royal Solaris. De sfeer is feestelijk geanimeerd. Vergeten zijn de ergernissen van de eerste dagen zoals niet werkende liften (speciaal een kamer aangevraagd dienaangaande), margarine in plaats van boter, en messen en vorken die voor alle gangen gebruikt dienen te worden. Familieleden en vrienden, zelfs trouwe bar ‘vrienden’, zijn in blijde afwachting waarvoor we gekomen zijn; het huwelijk van Kaj Laanen en Michelle Muth. Rond 23.15 besluiten Astrid en ik om de gang naar onze kamer te aanvaarden, nemen de trap naar de derde verdieping, om op het balkon aan de oceaanzijde nog wat na te praten. De avond is zwoel en Astrid besluit een half uur later voor het naar bed gaan even onder de douche te gaan staan ter opfrissing. Even voor het middernachtelijk uur schop ik m’n teenslippers uit en stap onze kamer binnen. Ik heb nog geen voet binnen of er klinkt een soort van explosie en ik hoor Astrid “oh my god” schreeuwen. Haastig begeef ik me naar de douche waar ik Astrid in de hoek aantref met bloederige wondjes. “Blijf staan”, is het enige dat ik uit kan brengen. Met de handdoek die ze klaar had liggen om zich af te drogen maak ik voorzichtig een soort van looppadje, waarna ik haar een gele strandhanddoek aanreik ter omwikkeling. In alle voorzichtigheid stapt ze uit de douche.

Ze trekt een badjas aan en stapt in haar slippers terwijl ik gehaast de receptie bel ter ondersteuning. Enerzijds moet Astrid medisch geholpen worden, anderzijds kunnen we hier niet blijven slapen. Terwijl de tijd verstrijkt maak ik wat foto’s van de ‘crime scene’ voor eventuele verzekeringsdoeleinden.

Al doende bedenk ik me hoeveel slechter dit had af kunnen lopen. Ik moet ervan rillen. Astrid is het wachten beu en belt nogmaals de centrale. Niet veel later rollen vier mannen naar binnen, medics en security. Ze nemen het serieus, kijken naar de douche en kijken vervolgens naar mij. Het gegeven dat er geen spatje bloed op m’n hagelwitte broek zit, stelt hen klaarblijkelijk gerust. Astrid wordt zorgvuldig gereinigd en bepleisterd.

Ongeduldig als Astrid kan zijn, vraagt ze hen enigszins haast te maken omdat ze omvalt van de slaap. Conform de gelijknamige film gaat het ‘lost in translation’. Rond kwart voor twee worden we van kamer 390 naar kamer 612 getransporteerd. Uiteindelijk vallen we tegen half drie uitgeput in slaap. Niet veel later gaat de wekker omdat ik er bij Astrid op heb aangedrongen om de geplande excursie naar La Paz met tante Wilma door te laten gaan. Ze moet er even uit, dan kan ik, onhandig als ik ben, de verhuizing naar de toegezegde suite regelen. Zo gezegd zo gedaan en het enige plezier wat ik die dag had tijdens het inpakken was de drankjesman te verrassen die aan de deur klopte. Ik opende de deur en liet hem stilzwijgend de onaangeroerde douche scene zien. De man trok wit weg, greep naar z’n telefoon en durfde nog net niet m’n weg te versperren. Eigenlijk wel een beetje morbide. Nu we weer veilig thuis zijn kunnen we constateren dat het geplande huwelijk van Kaj en Michelle in ieder geval een mega succes is geworden. Astrid plukt nog steeds micro stukjes glas uit haar lichaam, maar vervelender is het mini trauma dat opdoemt bij het openen van glazen deuren. Royal Solaris heeft bij monde van manager Emmanuel Cabrera een belachelijk aanbod gedaan ter compensatie. Mijn aanbod om het aimabel op te lossen wordt door het hoofdkwartier in Houston, Texas klaarblijkelijk als een zwaktebod gezien. Mijn antwoord; “Houston, you’ve got a problem”. Wordt vervolgd.