“Uit de Amerikaanse school geklapt” – The Ex’pression years – 77

De officiële mededeling klinkt anders dan door Eckart verwoord. De mysterieuze achtergrond van de Belg. Een vreselijke dag breekt aan voor Amerika.

“Gary,” rond ik ons gesprek af, “I’ll check this Frank Monstrey guy in depth out, and for the time being we accept it on face value.” Het heeft momenteel geen zin om Eckart tegen ons in het harnas te jagen. Het lijkt zinvoller om onze Belgische ‘vriend’ en ‘leider’ nader te onderzoeken via zakenvrienden, en door een Dun & Bradstreet op hem te trekken. Dat zet ik allemaal in werking. Uiteraard ben ik wel benieuwd wat er uitkomt. Zorgen maak ik me over onze HR-dame, heel mooi Andromeda geheten, die deze week al twee keer een afspraak heeft afgezegd wegens huiselijke akkefietjes. Haar heb ik juist nodig om ervoor te zorgen dat tijdens onze groeiperiode de ‘manschappen’ goed geïnformeerd worden en sociaal begeleid. ‘Pain in the butt!’. Vrijdagochtend 13 juli, toeval?, komt rond 10 uur Eckarts officiële aankondiging van de overdracht van de leiding. Zoals altijd met een typisch, geestige Eckart inleiding:

De verdere inhoud laat niets aan de verbeelding over, zij het dat ik dit voor Gary moet vertalen die naast me oraal het Nederlands zit te verkrachten. In het kort komt het er op neer, grotendeels als telefonisch medegedeeld, dat Frank de hele portefeuille van Ex’tent, lees Eckart, gaat beheren. Frank onderzoekt momenteel de juridische materie en zal het beheer uitvoeren via zijn management B.V. “Christ,” kreunt Gary naast me, “I didn’t sign up for this!” Het kreunen van Gary zet zich voort wanneer ik vertaal dat Frank volgens Eckart de warmste en gezelligste Belg is die hij ooit ontmoet heeft. “Is there a God,” vraagt hij zich wanhopig toneel spelend af. “Frank wordt een strenge vader die op ons werk toeziet,” vervolg ik, “maar de ‘fun’ blijft behouden, en ook de warmte en de ‘personal touch’.” Eckart sluit als volgt af: “wij hier in de Bosschuur zijn in de afgelopen maanden vreselijk van Frank gaan houden, en ik ben ervan overtuigd dat alle anderen die hem nog niet hebben ontmoet dat ook zullen gaan doen”. Gary staart me vol ongeloof aan en mompelt, “Townhouse.” De lunch gebruiken we om een plan de campagne te maken. In ieder geval moeten wij de rijen gesloten houden. “Any info on Frank,” vraagt Gary hoopvol. De gevraagde informatie heb ik nog niet, maar iedereen werkt eraan. Vrijdag 20 juli is weer eindelijk zo’n dag waar je op prettige wijze ingewreven wordt waarvoor je het allemaal doet; ‘Graduation Class 9’. Begin maart kreeg ik bezoek van Marja Verhaart, een alleenstaande moeder, die uit wanhoop haar niet deugende zoon ingeschreven had bij Ex’pression. Zo’n zoon die absoluut geen ‘normaal’ onderwijs wenste. En sinds zijn start bij Ex’pression hield zij een dagboek bij, waarbij ze het volgende noteerde nadat hij een maand in het programma zat:

Ze beloofde me op de hoogte te houden en wilde me gewoon laten weten hoe gelukkig ze was geworden met deze ontwikkeling. Vandaag studeert haar zoon af en ik heb haar gevraagd of ik dit stuk uit het dagboek mocht voorlezen. Ook omdat het zo humoristisch is.

Geen probleem, en zo begint een dag die gekenmerkt gaat worden door pure vreugde. De opwinding vooraf, bij zowel de staf als de studenten, werkt als adrenaline. Een tikje nerveus rondlopend geniet ik van de feestelijke ballonnen en het banier bij de entree. Ouders en geliefden zullen vol trots de naam van ‘hun’ student herkennen.

We bereiden de ‘graduates’ voor wat er tijdens de ceremonie te gebeuren staat, en hoeveel tijd ze hebben voor een dankwoord. Vervolgens marcheren we onder luid applaus Meyer Hall binnen en begint de emotionele ceremonie.

Dankwoord Salvator Hernandez met links program directors Duke Zaffery en Rob Gibson

Het heeft iets weg van een ‘love fest’, hetgeen ook opgaat voor de receptie die volgt, waar woorden van dank ons om de oren vliegen. De hele weg naar huis heb ik later een niet weg te beitelen glimlach op m’n gezicht. Daarna weer de overgang naar de dagelijkse gang van zaken. Helaas draagt Femke haar werkzaamheden over aan de met Frank Monstrey meegekomen Jan-Ru Muller. Weer een nieuw gezicht. En of we er maar voor zorgdragen dat Frank op alle communicatie in-gekopieerd wordt. De teugels worden nog meer aangehaald. Ondanks alle sessies met Duke Zaffery, besluit hij een andere weg in te slaan, uitgeput van Gary’s bemoeizucht. Gezien alle ontwikkelingen, besluit ik om een relatief neutrale e-mail uit te sturen:

Na twee weken komt er een response van Eckart, waaruit ik concludeer dat hij er goed over nagedacht heeft, en deze en gene ondervraagd heeft:

En waarom alleen naar mij, met Bram en Frank in kopie. Wat verbergt hij? Het is een heerlijk zonnige septembermiddag wanneer ik het laatste stukje informatie inzake Frank Monstrey binnenkrijg. Is dit de hele puzzel, of mankeert er nog iets aan dit vreemde verhaal? Toen Eckart hem in Sjanghai ontmoette was Frank een stagiaire bij de Generale Bank van België. Daarna werkte hij vier jaar voor de bank in Turkije. Dan, hoe merkwaardig, begint hij plotsklaps voor zichzelf. Niet bepaald het pad voor een bankjongen. Maar nu de klap op de vuurpijl; hij blijkt ook de Turkse nationaliteit te hebben aangenomen. Dat is op z’n zachts uitgesproken merkwaardig. Gary reageert uitgesproken primair: “how did he get the money to start as a venture capitalist,” vraagt hij retorisch. Inderdaad, zoals gezegd, uiterst merkwaardig, wat heeft zich daar in Turkije afgespeeld? We besluiten het ‘for the time being’ onder de pet te houden. Thuis deel ik mijn verhaal met Astrid, die er ook met verbazing op reageert: “Turkije, tja, daar is van alles mogelijk.” De volgende ochtend rij ik om kwart over zes door Walnut Creek, onderweg naar Ex’pression. Het belooft weer een prachtige septemberdag te worden. Al rijdend overdenk ik dat er na het vertrek van Duke ook wat lijken uit de kast zijn gerold. En ook waarom dit aan Gary’s aandacht is ontsnapt. Nauwelijks op Highway 24 aanbeland onderbreekt mijn favoriete nieuwszender KCBS het reguliere nieuws om te melden dat in New York een tweede vliegtuig in een van de Twin Towers is geramd. Ademloos luister ik naar het verslag, waarna ik een slaperige Astrid bel om haar te zeggen dat ze de TV moet aanzetten omdat er iets vreselijks aan de hand is in New York. Op de automatische piloot rij ik Berkeley in om een ‘short cut’ naar Emeryville te nemen. Tijdens mijn rit rolt de ene na de andere verschrikkelijke boodschap uit de luidsprekers van de geluidsinstallatie. Met tollend hoofd parkeer ik de auto en loop bij Ex’pression binnen. Omdat Ex’pression een 24/7 school is, dag en nacht aan de bak dus, is er nog een behoorlijk aantal studenten die half huilend, half elkaar troostend rond de TV in de kantine geschaard zijn. Iedereen heeft wel familieleden of vrienden in New York, dit is Amerika, land van de onbegrensde mogelijkheden en dito verhuizingen. Terwijl de TV onheil blijft weergeven, proberen we de normale gang van zaken te hervatten. Dat valt niet mee. Andromeda, onze ‘Human Resource’ lady, weigert over de Bay Bridge te reizen, hoewel die nu net als de Golden Gate Bridge streng bewaakt wordt. Juist nu we haar hard nodig hebben om rust te creëren. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd. De dag voltrekt zich puur met woorden van troost en wegpoetsen van tranen. Even voor half zeven, net voordat ik naar huis wil rijden, stopt de jeugdige John Scanlon, vervanger van Duke Zaffery, me. “We lost track of John Storyk, he was supposed to get in from New York City today.”

Archieffoto John Storyk

Storyk, niet alleen onze soms verguisde sterarchitect, maar tegenwoordig ook professor voor ons curriculum onderdeel akoestiek, is niet meer te traceren. Dat, gevoegd bij het gekaapte vliegtuig dat onderweg naar het Pentagon neergestort is, brengt visioenen teweeg van nog meer onheil. “No conection anywhere,” sluit Scanlon af, hetgeen klopt, alle communicatielijnen zijn geblokkeerd. John weet dat ik te allen tijde bereikbaar ben wanneer ik hem een geruststellende ‘hug’ geef, waarna ik me via Berkeley naar Highway 24 worstel. Daar schieten de tranen in mijn ogen wanneer ik zie hoe  vaderlandslievende Amerikanen op elk viaduct waaronder ik rij solidariteit met hun land verklaren, en medeleven met hun landgenoten in New York.

Zeer emotioneel om mee te maken, en dat deel ik ook met Astrid en de kinderen. Op hun school zijn kinderen uit de klas gehaald en is iedereen eerder naar huis gestuurd. Het wordt een droevige avond, we voelen ons onderdeel van rouwend Amerika.

Volgende week: de speurtocht naar John Storyk. De naschokken van 9/11. Een sobere viering voor de ‘graduates’ van klas 10.

Minister Dekker, alias NUL, verkoopt een broodje aap

Helaas, wat ik vooraf voorspelde werd bewaarheid. Dit werd vandaag bekend:

Nederland gaat de Amerikaans autoriteiten niet vragen om overplaatsing van de Surinaamse Nederlander Jaitsen Singh, die al 35 jaar vastzit in de Verenigde Staten. De overheid zal Sing wel juridisch ondersteunen bij een gratieverzoek, zo laat minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) in een Kamerbrief weten.

Daar heeft deze onbeNUL bijna drie maanden over gedaan. Al deze stations, inclusief parool, zijn inmiddels ruim gepasseerd. Hij weet precies dat de ambtelijke molens dan weer gaan draaien en dat neemt meer dan geruime tijd in beslag. Mocht Singh in de tussentijd komen te overlijden, dan kan deze VVD clown z’n handen in onschuld wassen. Pontius Pilatus is er een kind bij. De rest van zijn uitlatingen heb ik weggelaten omdat ik vooraf wist dat hij zeer oude koeien uit de sloot ging halen. Vult lekker. Maar de indieners van de Tweede Kamer motie, inclusief Pieter Omtzigt, die ik begin 2017 al aanschreef, hebben al deze informatie ook via andere ministers tot zich genomen en in sommige gevallen voor zoete koek aangenomen. Wanneer ze dit accepteren, dan zijn ze zelf ook geen knip voor hun neus waard. Oh ja, volgens Dekker hebben de advocaten van Singh ook het pad van gratie voorgesteld. Indien dit zo is, dan zijn het zakkenvullers die voor vele maanden declaraties kunnen indienen. Walgelijk, ik heb er geen woorden voor. Nou ja, één dan: #FreeJaitsenSingh En nog één: DELEN!